Modieus gekanker op Paars

Het is een zuivere wetmatigheid dat er na twee termijnen van de links-liberale coalitie een reactie op moest komen. Van natuurkunde heb ik niet veel onthouden, maar Newtons wet van actie en reactie is me wel bijgebleven. Anti-paars is in de mode. Dat zou me onverschillig laten, ware het niet dat de oppositionele stemming ook in de historische en politieke betekenis van het woord uitgesproken reactionaire vormen aanneemt.

Als politiek begrip stamt de term reactie uit de tijd van de Heilige Alliantie, het in 1815 gesloten verbond van de absolute monarchen van Oostenrijk, Pruisen en Rusland, die zich, gedreven door afkeer van de principes van de Franse revolutie en de Verlichting, verplichtten tot `vaderlijke gezagsuitoefening'.

Wij zien nu in Nederland een Heilige Alliantie ontstaan tegen Paars, gedreven door afkeer van modernisering, individualisering en het gelijkheidsbeginsel. Het begint met het aanroepen van Fortuyn als getuige: die zegt tenminste waar het op staat. Vervolgens tonen nette politici als Wiegel en Balkenende alle begrip voor de door Fortuyn vertolkte onvrede in de samenleving. Ten slotte nemen zij diens kritiek op de bureaucratie en zijn andere thema's over en bespelen zij dezelfde sentimenten van angst voor vreemdelingen en heimwee naar het verleden.

Op zichzelf is het normaal dat in verkiezingstijd de zittende coalitie de schuld krijgt van alle problemen in de samenleving, zoals de achterstanden op het gebied van onderwijs, zorg en openbare veiligheid. Dat is een verdedigbare strategie van elke oppositie, zij het dat de woordvoerders ervan een toon aanslaan alsof wij er in Nederland aan toe zijn als Angola of Roemenië. Men verliest bijvoorbeeld uit het oog dat de participatie in het voortgezet en hoger onderwijs, als gevolg van de democratisering uit de jaren zestig en zeventig, een veelvoud is vergeleken met de tijden waarin de toegang tot hoger onderwijs aan elites was voorbehouden. Maar goed, deze emancipatie maakt de problemen er niet minder ernstig om.

Men verliest tevens uit het oog dat de immigratie van mensen uit andere culturen, die onlustgevoelens over de multiculturele samenleving oproept, onmogelijk op het conto van Paars kan worden geschreven. Wat is nu de overeenstemming op dit punt tussen een Balkenende en een Fortuyn? Beiden proberen stemmen te winnen met aanvallen op het multiculturalisme en adstrueren dat met kritiek op het gelijkheidsbeginsel, nog zo'n vermaledijd principe uit de jaren zestig en zeventig (in 1983 vastgelegd in de grondwet). Wiegel op zijn beurt omhelst het standpunt van Balkenende dat ,,een multiculturele samenleving niet iets is om naar te streven'' en voegt daaraan toe dat Fortuyn door de paarse politici ,,te hard is aangepakt'' na zijn pleidooi voor het schrappen van het grondwettelijke discriminatieverbod.

Voormalig CDA-leider Willem Aantjes verweet mij deze week in Trouw dat ik Balkenende verkeerd heb begrepen, omdat deze juist voorstander zou zijn van een multiculturele samenleving, alleen niet als ,,optelsom van naast elkaar bestaande culturen''. Hij zou voor een vermenging van culturen zijn. Hoe is dat te rijmen met het bijzonder onderwijs en het leerstuk van de soevereiniteit in eigen kring?

Het is waar, Balkenende heeft niet gepleit voor afschaffing van artikel 1 van de Grondwet. Wel stelde de lijsttrekker van het CDA woensdag in een lezing dat ,,het streven naar feitelijke gelijkheid een gedateerde strijd uit de vorige eeuw begint te worden''. Maar niemand heeft ooit, ook in de vorige eeuw niet, voor feitelijke gelijkheid gestreden, het ging altijd om gelijkheid voor de wet en om gelijke kansen. Nog iets om niet (langer) naar te streven?

Met zijn kritiek op het ,,gedateerde'' streven naar gelijkheid heeft Balkenende het gemunt op de economische zelfstandigheid van vrouwen, met name binnen het huwelijk. Het fiscale systeem gaat te veel uit van individuen, betoogde hij. Het moet uitgaan van het gezin. Dat is een verhuld pleidooi voor het bemoeilijken van echtscheiding en voor de versterking van de positie van kostwinners (doorgaans mannen) op de arbeidsmarkt. Blijkbaar beschouwt Balkenende de bereikte resultaten op het gebied van de vrouwenemancipatie als een schadelijke paarse ondermijning van het gezin. De anti-paarse alliantie is reactionair, omdat de woordvoerders ervan terug willen naar het verleden. Natuurlijk ontkennen zij dat in alle toonaarden. Ze hebben helemaal geen heimwee naar de jaren vijftig, roepen ze, willen heus niet af van de door Paars doorgevoerde emancipatoire maatregelen en evenmin van het internationale vluchtelingenverdrag en van de mensenrechtenverdragen tegen discriminatie en racisme uit de jaren zestig.

Maar ondertussen.

Vergelijk de uitspraken van Balkenende eens met het KVP-programma van 1946. ,,Een goed geregelde verhouding tot het buitenland eischt de doorvoering van het beginsel, dat vreemde invloeden die niet stroken met den wezenlijken karaktertrek van den Nederlandschen Staat, met alle kracht worden geweerd.'' En verder: ,,Het bevorderen met alle middelen van de goede orde op zedelijk gebied; vasthouden aan de grondslagen van het gezinsleven; tegengaan van lichtvaardige echtscheidingen; in acht nemen van de christelijke zeden.'' Over restauratie gesproken. In 1946 voerde de KVP campagne met de leuze `Gezond gezin, krachtig volk'. In 1948 prijkte deze tekst op de affiches: `Gezond gezin, gezond volk.' En hoe heette de lezing die Balkende deze week hield? `Sterke gezinnen, sterke samenleving.' Daar gaan we weer. De hoeksteen is terug. Balkenende wil wel degelijk het heimwee kapitaliseren naar de monoculturele samenleving met haar zuiver-christelijke waarden en ,,vaderlijke gezagsuitoefening''. (,,Een echte vent durft pappa te zijn!'')

En dan Wiegel. Wiegel eist dat de VVD met het CDA van Balkenende een coalitie aangaat. Eventueel met Fortuyn erbij. Wiegel roept Dijkstal op om, net als Balkenende en Fortuyn, de vreemdelingenkaart te spelen. Wiegel heeft ineens heimwee naar Bolkestein, die tenminste flink uit de hoek kwam tegen asielzoekers.

Paars moet in de verdediging, zoveel is duidelijk. Nu weglopen voor het gevoerde beleid uit angst voor het reactionaire tromgeroffel van de Heilige Alliantie zou onverantwoordelijk zijn jegens degenen die gelijkberechtiging, individuele vrijheid en beschaving prefereren boven de demagogie van de kankeraars op Paars, die zich wentelen in hun conservatisme.