Lastig debat met Duitsers

Nederland is, met zijn liberale opvattingen over abortus en euthanasie, een buitenbeentje, zo bleek deze week weer op een conferentie met Duitsland.

Begin en einde van het menselijk leven. Een gewaagd thema voor de zesde Nederlands-Duitse Conferentie, een officiële ontmoeting die sinds 1996 jaarlijks wordt gehouden om de betrekkingen tussen de buurlanden te bevrijden van vooroordelen en clichés. Als het gaat om euthanasie, stamcelonderzoek, of genetische manipulatie dan zijn de afwegingen altijd moeilijk en emoties een gegeven. Bovendien is sinds de introductie van de nieuwe Nederlandse euthanasiewet, vorig voorjaar, evident dat juist Nederland en Duitsland vraagstukken van leven en dood volstrekt anders benaderen.

De ontmoeting tussen wetenschappers en politici deze week in Potsdam liet nog eens zien hoe verschillend buren kunnen zijn. Nederland heeft een pragmatische traditie, is bereid in wetgeving en publiek debat te gaan waar nog weinig anderen haar voorgingen.

Duitsland is terughoudend en behoedzaam. Op zoek naar een principeel-filosofisch houvast, constateerde minister Els Borst na afloop van de conferentie. ,,Nederland is minder absoluut, pragmatischer. De Duitsers zitten meer in de principiële hoek, terwijl wij proberen te komen tot een eerlijker belangenafweging.''

Gezien de vreselijke Duitse geschiedenis verwacht Borst dat het in Duitsland nog enkele tientallen jaren zal duren voordat een euthanasiewet naar Nederlands voorbeeld in Duitsland haalbaar is. De Nederlandse euthanasiewet, die levensbeëindiging op verzoek onder voorwaarden legaliseert, werd vorig voorjaar in Duitsland immers met ongeloof ontvangen. Euthanasie voor minderjarigen vanaf twaalf? Voor mensen in psychische nood? Wat is zo'n wilsbeschikking eigenlijk waard? Weten ze in Den Haag wel waar ze aan beginnen?

In Duitsland is alleen het woord euthanasie al taboe omdat juist onder die vlag nazi-artsen in concentratiekampen afschuwelijke experimenten uitvoerden. Die historische last is in het Duitse debat altijd aanwezig. ,,We hebben geleerd hoe ongelooflijk snel iets op gruwelijke wijze uit de hand kan lopen'', zegt een Duitse ambtenaar. ,,Dat gewicht slepen we met ons mee. Daarom staat de angst voor misbruik op de voorgrond en de kansen die nieuwe technieken en nieuwe wegen bieden op de achtergrond.''

Toch zou volgens Duitse opiniepeilingen 70 procent van de bevolking voorstander zijn van een euthanasiewet naar Nederlands voorbeeld. ,,Ik denk wel eens dat de politieke elite meer van de historie doordrongen is dan het publiek'', probeerde Andrea Fischer (de Groenen), voormalig minister van gezondheid en nu lid van de Bondsdag, de discrepantie te verklaren. ,,De vraag is echter of men zich als politicus juist in deze kwesties door de publieke opinie mag laten leiden.'' Dan zou in Duitsland ook de doodstraf ingevoerd moeten worden.

Het verschil benaderingswijze uitte zich op de conferentie ook in de stijl van de sprekers. Waar Ludger Honnefelder van het Instituut voor Wetenschap en Ethiek in Bonn, met uitgestreken gezicht en onder verwijzing naar ethische dilemma's en filosofische beginselen de ernst van de zaak onderstreepte, bracht Hans Galjaard, emeritus hoogleraar Humane Genetica uit Rotterdam de heikele materie met de panache van een stand-up comedian, zonder de ethische afwegingen in het belachelijke te trekken. ,,De toekomst is zonnig, ook al lijkt dat in deze zaal niet zo.''

Galjaard relativeerde de angst voor het onbekende. Liberale abortuswetgeving leidt niet tot een wildgroei aan afgebroken zwangerschappen. Euthanasie is slechts in 2,5 procent van alle gevallen de doodsoorzaak. DNA zal niet tot een wijziging in de evolutie leiden omdat het slechts is voorbehouden aan het rijke deel van de wereld.

De bestaande wetten laten overigens zien dat de buurlanden niet in alle vraagstukken sterk verschillen. Liggen bij euthanasie de meningen ver uiteen, interventies in de kiembaan, een kunstmatige verandering in het erfelijk materiaal die verder vererft, worden in beide landen als onaanvaardbaar gezien.

Beide landen proberen, op hun eigen manier, een evenwicht te vinden tussen de bescherming van het embryo enerzijds en medische vooruitgang of het verlangen naar een gezond kind anderzijds. Duitsland stelt bescherming van het embryo voorop, zonder andere belangen overigens geheel te negeren. Ook Nederland wil het embryo beschermen maar laat meer ruimte voor experiment.

Nederland weet dat het met de euthanasiewet internationaal een buitenbeentje is. Minister van Buitenlandse Zaken, Van Aartsen onderstreepte dan ook dat alleen een nationaal debat recht doet aan de culturele tradities die het ethische vraagstuk beïnvloeden. Zijn collega Joschka Fischer legde juist de nadruk op internationale afspraken. Een verantwoorde bio-politiek zal ,,uiteindelijk een omvattende en voor alle staten bindende codex vereisen.''