Johnny Dowd

Met ijzeren regelmaat brengt Johnny Dowd, de verhuizer uit Ithaca, New York, die op hogere leeftijd nog aan een muzikantencarrière begon, een cd uit. De stijl en kwaliteit verschillen onderling nauwelijks. Dit nieuwste, vierde deel van Dowds desolate oeuvre heet The Pawnbroker's Wife en blinkt weer uit in schonkige, uitgebeende bluessongs.

Het mooie van Dowds liedjes is dat hij weliswaar met zijn knauwende stem de zelfkant van het leven bezingt, maar toch steeds de tijd neemt voor zachtaardige overgangen en luchtige intermezzo's. Op The Pawnbroker's Wife is de instrumentatie fragmentarisch – opgebouwd uit grillige orgels en gitaargejank. Dowds gitaar klinkt alsof hij nog maar twee snaren over heeft en het kletterende ritme lijkt afkomstig van een drummer die de verhuisdozen aan het martelen is. Gelukkig heeft Dowd een engel aan zijn zijde die haar licht over die ellende laat schijnen. Samen bekijken ze de grauwe wereld en maken er het beste van. Kim Sherwood-Caso heet zij, en met haar stoere heldere stem is ze het zoet in Dowds bitter.

Johnny Dowd: The Pawnbroker's Wife (Munich Records, mrcd 224)