James Dean

Het was wel een beetje dom van Frank Vandenbroucke om de spierversterker clenbuterol in het perspectief te plaatsen van een gezellige oudedag voor zijn hond. Voor wie was die flacon EPO dan bestemd? Voor de poes? Zou een gecastreerde haan beter af zijn met een shot morfine? Liegen op niveau moet kunnen in de wielersport, zeker als je miljonair bent en in een Porsche rijdt. Maar verzin dan een moderne aandoening, desnoods bij vrouw en kind, en laat arme huisdieren met rust.

Talloos zijn de kampioenen die VDB in draconische leugens voor zijn gegaan, maar zij hielden het wel des mensen. Ooit heb ik een renner die positief was bevonden voor waar horen verklaren dat hem een drinkbus was aangereikt door een worp nonnen langs de weg. Hij dacht dat hij tijdens de klim naar de Glandon wijwater zoop.

Liegen is voor een wielrenner even vanzelfsprekend als het verlangen naar seks. Het gaat om de kwaliteit van de leugen en daarin heeft Vandenbroucke hopeloos gefaald. Dat een oude flandriën als Briek Schotte in de verbeelding die naar verschoning leidt niet verder kwam dan het hondenhok en de stallen om hem heen was zelfs aandoenlijk. Briek reed op de fiets, niet in een Porsche. Dat Joop Zoetemelk zijn te hoge testosteronspiegel probeerde af te dekken met een noodlottige combinatie van giftige bloemkool en bedorven kip: geen bezwaar. Joop zag er ook uit als een preistengel. Maar Vandenbroucke had zich moeten melden als een alfa-leugenaar, conform de tijd.

Zeker hij.

Het echte drama van deze gevallen engel is dat hij eerst filmster wilde zijn en dan pas wielrenner. De James Dean van de Lage Landen, en liever nog van Europa en omstreken, dàt was zijn spiegelbeeld. Cult zonder sanctie, morele hoogmoed zonder vangnet, rectale bravoure zonder schuld en spijt, zo wilde hij leven. Zonder EPO als het kan, met EPO als het moet.

Ook deze week, op de dag dat hij geboeid bij de onderzoeksrechter werd voorgeleid, bleef hij onschendbaar in blik en tred. Aan niets was te zien dat de wonderboy in de nesten zat. De haren als vanouds van een Mondriaanachtige strakheid, de lippen uitdagend als scheermesjes, het baardje dadaïstischer dan Salvador Dalí. Nou weet ik wel: het hoofd van een mens zegt niet alles. Maarten Ducrot had het domste hoofd van zijn generatie, treuriger dan een litteken, maar er lag wel een professoraal brein in. Althans, dat vreesden zijn ploegmaats die duizend keer beter konden fietsen.

Ik heb geen compassie met VDB. Al is hij natuurlijk ook een slachtoffer. Van zichzelf, van de ongeduldige supporters, van de mores in de wielersport. In de tijd van Jacques Anquetil - ook een renner met een haarkammetje - heerste nog duisternis over het peloton. Er werd alleen gesproken en geschreven over de exploten van de kampioen, niet of nauwelijks over de preparatie. Vandaag staan de exploten in dienst van de medische begeleiding. In dienst ook van de jacht op morele interpretaties van die begeleiding. Dokter Mabuse - de goeroe van Vandenbroucke en vele anderen - heeft duizendeneen dubbelgangers in het peloton. Alleen, zij zijn zwijgzamer, slimmer, onzichtbaarder.

Natuurlijk hoorden de begeleiders van VDB het in Keulen donderen toen het gerecht kwam met de ontdekking van EPO, clenbuterol en morfine op het nachtkastje van de recidivist. Zij wisten van niets, hadden niets gezien, niets gehoord, niets vermoed. Servais Knaven en Johan Museeuw waren al even stoïcijns in de onwetendheid.

Het zal wel.

Vandaag wordt de Omloop Het Volk gereden. De eigenlijke start van het wielerseizoen. Hoe dan ook zal er een winnaar zijn. Misschien is het een koorknaap met een begenadigde dag, misschien een cynische apotheekhouder. Niemand weet het. En zij die het weten, zwijgen als vermoord.

Ja Majesteit, de leugen regeert.

Maar wat dan nog? Wat is er mooier dan de roep van de benen, de schittering van kasseien in de ochtendnevel, het volk en niets dan het volk dat in een vlaag van goedaardigheid massaal flandriën is geworden? Anna Enquist zei dat ze moeite heeft met de lente. Dat ze niet wil weten van het overdreven uitbotten, van al die bomen die uit gaan lopen. Ik deel haar allergie, maar toch, lieve Anna: rennerskuiten die uitbotten zou ons gelukkig kunnen maken.