Ik voel me goed

De mooiste vondst in de Franse filmhit Le Fabuleux Destin d'Amélie Poulin is het verhaal van Lady Di. De dood van de Engelse prinses is voortdurend aanwezig op de achtergrond van de bizarre levens van de personages in de film: als het nieuws dat de hele wereld bezighoudt. Er wordt op de radio over bericht, de krantenkiosk puilt uit met portretten van haar, bij alle buurtbewoners is ze het gesprek van de dag. Toch, zo wordt al snel duidelijk, raakt haar tragedie nergens echt aan de levens van de bizarre filmpersonages. Haar dood is een mediatragedie, waaraan de hele wereld verslaafd is heel even. Voor de bioscoopganger die Amélie ziet, werkt dat gedoe met Lady Di vooral komisch, vooral omdat het zo duidelijk oud nieuws is; al die mensen die zich zo gretig bezighouden met wat voor ons alweer vergeelde geschiedenis is geworden. Niets werkt zo vervreemdend als een verschoten voorpagina.

Amélie is een wereldhit, iedereen Fransen, Amerikanen, Nederlanders blijkt het een leuke film te vinden. Dat roept tegenstemmen op, en de voornaamste kritiek op de film luidt dat het bewust maffe verhaaltje over een eenzaam meisje in Parijs dat via eigenaardige emotionele sluipwegen de Ware vindt, zuiver escapisme zou zijn, een feelgood-film waarvoor de sociale realiteit nodeloos veel geweld wordt aangedaan. Het Parijs zoals dat in de film wordt verbeeld, zou een nostalgisch Frankrijk zijn, waarin er geen vuiltje aan de lucht meer is en iedereen opeens weer onbeschaamd blank; iedereen, behalve dan een jonge Arabische fruitverkoper, maar die is dan weer niet helemaal goed bij zijn hoofd. Iedere sociale realiteit ontbreekt, zeggen de critici, en dan is het geen kunst om je goed te voelen. Een mooi, verlegen meisje, wat excentrieke figuren, hier en daar een gezellig spinnende Parijse poes, een even maffe als ontroerende liefde, zo kunnen wij het ook. Hier worden problemen en verschrikkingen ontkend. Zo is de wereld niet.

Escapisme het is een woord dat tegenwoordig weer vaak opduikt. Wat betekent het? Dat je iets niet onder ogen wilt zien, dat je doelbewust vakantie neemt van je eigen leven, of de wereld om je heen. Het is overal: ga de straat op en je loopt een kind met een brilletje en een tovenaarshoed omver, in de trein halen volwassen vrouwen met een verzaligde blik in hun ogen stukgelezen exemplaren van Harry Potter-boeken uit hun tas, het eerste deel van de verfilming van Lord of the Rings behaalt een record aantal Oscarnominaties en plotseling zijn er weer heel veel titels van films en boeken waarin het woord fantasy opduikt.

De vorige wereldhit op filmgebied was La vita è bella, een film waarin het escapisme tot levensprincipe wordt gemaakt. Een vader behoedt zijn zoontje voor de verschrikkingen van de holocaust door hem wijs te maken dat het leven in het concentratiekamp een spelletje is en dat wordt het vervolgens ook voor de kijker, aangezien de gruwelen van het kampleven nooit echt reëel worden. De humor in die film is comfortabel, omdat het geen humor is die wrang en van pijn doortrokken uit de confrontatie met verschrikkingen voortkomt, maar juist uit het negeren van die verschrikkingen. Het is humor die bewust de andere kant opkijkt.

Is Amélie ook zo'n film? Hij begint met een lofzang op de geheime geneugten van het leven, de kleine particuliere sensaties die iedereen herkent, een gevoel, een geur, een idioot trekje. De aanraking van een bepaalde stof, lopen in een dikke laag herfstbladeren, het keilen van steentjes over het wateroppervlak, het blazen van zeepbellen. Het zijn die kleine sensaties die onlosmakelijk met je kindertijd verbonden zijn en welbeschouwd gaat Amélie over de overwinning van kinderlijkheid op het volwassen leven. Dat volwassen leven wordt getekend door ervaringen zoals iedereen die kent: geestdodend werk, slepende eenzaamheid, onderhuidse wrok; heel die tredmolen van versleten alledaagsheid, die niet langer bewust meer wordt ondergaan. De intieme sensaties hebben plaatsgemaakt voor de wereldwijde sensatie: het loze verhaal van de dood van prinses Diana, het valse pathos dat kortstondig beslag legt op onze emoties en dan weer plaatsmaakt voor een nieuwe media-obsessie.

Want over obsessies gesproken: waar is Osama bin Laden eigenlijk gebleven? Ik bedoel niet waar hij in werkelijkheid is, maar hoe het mogelijk is dat de man die wekenlang zo'n dreigende aanwezigheid in ons collectieve bewustzijn was, zich er net zo gemakkelijk weer uit laat verdrijven. En wie stuurde de antrax-brieven in Amerika, die voor een wereldwijde angstaanval zorgden? Waarom is niemand er een paar maanden later nog bang voor? Wanneer zal Pim Fortuyn uit ons geheugen vallen? En nu de video inmiddels afgeprijsd bij het Kruidvat ligt: hoeveel diepe indrukken heeft het huwelijk van de kroonprins en zijn Máxima nu werkelijk achtergelaten?

Wat een film als Amélie laat zien, is dat het ware escapisme vaak in de wereld zelf plaatsvindt; al die schijnbetrokkenheid, al die collectieve obsessies en media-ervaringen, die beslagleggen op onze aandacht en zelfs emoties, maar die uiteindelijk verdacht weinig sporen achterlaten. Nieuws dat je raakt, is nog geen ervaring. Wie huilt er nog om Lady Di? Net zo worden onze persoonlijke genoegens aanhoudend platgewalst door het inmiddels alomtegenwoordige fenomeen van de lifestyle (`meer lifestyle!'), dat het collectief genieten huldigt door het iedere individualiteit te ontnemen. Lifestyle is het gemechaniseerde genoegen, het gestuurde genot, het voorgekookte gevoel dat iedere werkelijke persoonlijke sensatie uitsluit. Lifestyle is de wereld ondergaan zoals je televisie kijkt. Nog even en alles is lifestyle geworden: ons leven, onze liefdes, onze seks, onze kunst.

Tegenover al die platgeslagen gevoelens plaatst Jean-Pierre Jeunet, de maker van Amélie, een universum dat op het randje van de absurditeit balanceert, personages die hun eigen wereld in de grote wereld maken. Dat is geen escapisme. Het is een poging de wereld als nieuw te zien. Alle zoetigheid ten spijt, is de film niets anders dan een pleidooi voor eigenzinnigheid in de meest letterlijke zin van dat woord. De individuele ervaring staat voorop. In die wereld zijn de wetten van de logica verrassend plooibaar, onttrekt de liefde zich plotseling aan haar eigen clichés en komt je eigen bestaan in een ander licht te staan. Dat dat het verwijt van escapisme oproept, zegt eigenlijk al genoeg. Dat juist deze film inmiddels een miljoenenpubliek heeft gevonden, zodat hij zelf een collectieve ervaring is geworden, eveneens.