IK KAN... EEN KNOOP AANZETTEN

Een afgesprongen knoopje aanzetten is geen karweitje waar je applaus voor krijgt. Eerder meewarige blikken. Natuurlijk van de ouderwetse, volleerde naaisters die zelf een mantelpakje op de naaimachine in elkaar zetten. Maar ook van degenen die dat helemaal niet kunnen, die een knoop aanzetten juist iets armoedig vinden, behorend bij versleten, bij tweedehands. Knoop eraf is nieuw kopen, luidt hun devies.

Maar ook bij nieuwe kleding springt er regelmatig een knoop af. Wie heeft niet eens een draadje willen wegtrekken om – frrrt – onthutst te bemerken dat de knoop spontaan losliet. Machinaal genaaid en het draadeinde niet gezekerd.

Is de knoop weg, kijk dan of er een reserveknoop aan het kledingstuk zit. Bij de betere kleding zitten vaak aan de binnenkant een of twee reserveknopen. Zoek anders een knoop die er zoveel mogelijk op lijkt.

De kans is niet groot dat je precies de knoop vindt die je zoekt, maar meestal kom je wel in de buurt. Als het niet belangrijk is, zet die redelijk gelijkende knoop dan gewoon direct op de afgesprongen plaats. Zit de knoop wel in het zicht, knip dan een minder belangrijke knoop af (bijvoorbeeld het onderste knoopje van een overhemd, dat toch onder de broekband verwijnt) en zet de gelijkende knoop op die plaats.

Het volgende probleem is de juiste kleur en dikte garen. Gelukkig zijn de meeste knopen met zwart of wit garen aangenaaid. Maar het kan geen kwaad eens een setje kleurgaren aan te schaffen. Ook hier geldt weer: de kleur is zelden hetzelfde, maar je komt meestal wel in de buurt. Knopen van een overhemd of blouse kunnen met gewoon naaigaren worden aangezet, maar bij een jas of een broek moet je sterker garen gebruiken, bijvoorbeeld ijzergaren.

Nu het eigenlijke aanzetten. Gebruik een middelgrote, rechte naald. Probeer bij twijfel even of hij gemakkelijk door de stof gaat. Een vingerhoed is zelden nodig. Knip een stukje garen af van circa 30-40 centimeter en steek een einde door het oog van de naald en haal zo'n vijf centimeter door. (Met een `dubbele draad' aanzetten gaat ook, maar dat is een beetje grof.) Maak aan het andere einde een knoopje in het garen. Steek nu nabij de plaats waar de knoop moet zitten, de naald in de stof en haal door tot het garenknoopje vastloopt. Naai enkele keren heen en weer zonder knoop om een basis te leggen. Blijf wel in het gebied `onder de knoop' zodat deze loze steken niet zichtbaar zijn.

Nu komt de knoop erbij. Er bestaan twee soorten aanzetten: vlak op de stof of op enige afstand. Bij vlak erop gaat het om decoratieve knopen of om dunne stof. Heeft de stof daarentegen een zekere dikte, leg dan een lucifer, tandenstoker, speld of naald op de plaats waar de knoop moet komen, zodat deze als tijdelijk `afstandstuk' fungeert.

Let bij het naaien op de andere knopen. Meestal zijn knopen vierogig en `recht' genaaid: bovenop zijn twee evenwijdige stukjes draad te zien. Maar ook kruislings en vierkant komt voor. Let ook op de dikte van het naaisel. De nieuwe knoop hoeft er niet beter op te zitten dan de oude. Haal alle halen stevig door, behalve de twee laatste. Bewaar hierbij enige afstand zodat er twee kleine lusjes aan de binnenkant achterblijven.

Bij een knoop die veel te verduren krijgt, kan het geen kwaad om de draad eerst een keer of vier rond de verkregen verbinding te draaien alvorens de draad te zekeren. Breng daarvoor de naald naar de achterkant. Haal nu de naald enkele keren door de lusjes heen om er een stevig (touw)knoopje van te maken. Knip het garen ten slotte op een halve centimeter af. Klaar.