Herzien

Architectuur is conceptuele kunst. Zoals een conceptuele kunstenaar alleen een idee, een `concept', levert dat door anderen wordt uitgevoerd, zo maakt een architect een ontwerp dat door bouwvakkers wordt gebouwd. Het voordeel hiervan is dat het niet zo erg is als een gebouw verdwijnt: het kan nog altijd opnieuw worden gebouwd. Dit gebeurt dan ook met een zekere regelmaat. Opvallend vaak gaat het dan om pionierswerken van het modernisme die als tijdelijk waren bedoeld.

Zo werd ergens in de jaren tachtig in Bologna het paviljoen dat Le Corbusier had ontworpen voor de Wereldtentoonstelling van 1925 herbouwd. Hetzelfde gebeurde een paar jaar later met een ander modernistisch pionierswerk, het Duitse paviljoen van Ludwig Mies van der Rohe voor de Expo van 1929 in Barcelona. Het is nu een van de meest bezochte toeristenattracties van Barcelona.

Ook in Nederland is een beroemd tijdelijk modernistisch gebouw, of althans de gevel hiervan, herbouwd: café De Unie. Het was in 1925 gebouwd aan de Coolsingel in Rotterdam naar een ontwerp van J.J.P. Oud, de Nederlandse pionier van het Nieuwe Bouwen die wereldfaam verwierf. Ook de gevel van De Unie was als tijdelijk bedoeld, maar toen Rotterdam in 1940 werd gebombardeerd, bestond deze nog steeds. De Unie verdween toen alsnog.

Zesenveertig jaar werd het op een heel andere plek, aan de Mauritsweg herbouwd onder leiding van C. Weeber. Niet toevallig viel de herbouw van de Unie samen met het hoogtepunt van de populariteit van De Stijl (1917-1931), de Nederlandse beweging van kunstenaars, architecten en vormgevers van wie Piet Mondriaan, Theo van Doesburg en J.J.P. Oud de bekendste leden waren. De gevel van De Unie is geheel volgens de beginselen van Mondriaan in zijn strengste tijd vormgegeven en bestaat slechts uit rechthoekige vormen in de primaire kleuren blauw, rood en geel.

Toen De Unie in 1925 werd opgeleverd, was de publieke waardering gering. In het algemeen werd de bonte gevel beschouwd als een aanslag op het pittoreske oude Rotterdam. Maar in de jaren tachtig, toen een aantal grote exposities over De Stijl en De-Stijlkunstenaars leidde tot een heuse De-Stijlrage, dacht men daar anders over en werd het verlies van café De Unie juist betreurd.

Toch leidde de herbouw van de gevel van De Unie ook in de jaren tachtig tot discussie. Alleen speelde het argument dat de gevel niet paste in de omgeving ditmaal geen rol. Het ging erom dat de gevel voor een heel ander gebouw werd gezet dan in 1925: het interieur van het nieuwe café De Unie leek nauwelijks op dat uit de jaren twintig. En omdat de Oud van de jaren twintig te boek staat als een functionalist, zo betoogden de tegenstanders van de herbouw, was het onjuist om de De-Stijlgevel zomaar voor een ander gebouw te zetten. Volgens de functionalistische leer was het exterieur immers een uitdrukking van het interieur.

Inderdaad was de herbouw van de gevel van De Unie alleen mogelijk dank zij een kunstgreep. Het gebouw aan de Mauritsweg waarop Ouds gevel moest worden geplakt, was veel groter dan het oorspronkelijke café De Unie. De Mondriaangevel werd daarom bekroond door een terugspringend zwart deel en aan de rechterkant door een smalle bakstenen strook met ramen. Een echt bezwaar is dit niet: ook zestien jaar later blijkt de kunstgreep nog steeds geslaagd en is de gevel bijna nog even fris en kleurig als in 1986. Nog altijd wordt goed verhuld dat de oorspronkelijke gevel eigenlijk te klein is voor dit gebouw.

Zo laat de Mondriaangevel overtuigend zien dat het functionalistische dogma dat een gevel het interieur moet uitdrukken onzin is. Deze gevel doet precies wat Amerikaanse postmodernist Robert Venturi vond dat een gevel moest zijn. Het huidige café De Unie is niet meer dan wat Venturi in zijn boek `Learning from Las Vegas' een decorated shed noemt, een gebouw waarvan de gevel allerlei vormen kan aannemen. De grootste grap van de herbouwde Unie is dan ook dat dit modernistische hoofdwerk het gelijk van een postmodernist aantoont.