Etrusken 3

Onder de titel `Van oost naar west' (W&O, 16 februari) schreef Charles Coster een artikel over de mening van prof. R. Beekes omtrent de herkomst van de Etrusken. Beekes is van mening dat de Etrusken in ongeveer 1200 v.Chr. wegtrokken uit Lydië, dat toen in het noorden van Klein-Azië zou hebben gelegen. De Griekse geschiedschrijver Herodotus, vijfde eeuw v.Chr., zou dus grotendeels gelijk hebben.

Dat Herodotus een variatie op dit thema heeft beschreven kun je nog een amusant verhaal vinden, zeker voor zijn tijd, maar als Charles Coster anno 2002 zo'n verhaal weergeeft, vind ik dit simplistisch. Hoe stelt hij zich dit voor? Een heel volk scheept zich in, reist naar het hedendaagse Toscane, ontscheept zich en leeft daar weer vrolijk verder? Nee natuurlijk.

In 1200-1000 v.Chr. kun je je hoogstens voorstellen dat enige honderden mensen zich verplaatsten, eventueel diverse jaren achtereen. 's Winters werd er niet gevaren. Geen enkel gebied rond de Middelandse Zee was onbewoond. Ze komen dus terecht in een gebied waar zo'n, zeg iets, 50.000 tot 100.000 mensen leven. Deze groep mensen behorend tot de Villanova-cultuur ontwikkelde zich tot één volk met een eigen identiteit, een volk dat de Romeinen `Tusci' noemen en wij `Etrusken'.

Het was een gecompliceerd proces van een paar eeuwen. Natuurlijk kan een groep nieuwelingen c.q. immigranten van overzee hieraan een bijdrage hebben geleverd, maar dat is totaal iets anders. Bepaalde aspecten van de Etruskische cultuur, die we vooral kennen uit het oosten van het Middellandse-Zeegebied, zouden hierdoor beter verklaard kunnen worden. Afdoende? Deze vraag had de schrijver zich moeten stellen.