ENZYM ACTIVEERT KANKERMEDICIJN ALLEEN IN TUMOR

Een nieuw type kankermedicijn dat alleen in tumoren actief wordt, kan de vervelende bijwerkingen van chemotherapie voorkomen. De nieuwe therapie bestaat uit twee componenten: een inactief medicijn en een enzym dat het middel alleen in kankercellen inschakelt. Het nieuwe celgroeiremmende medicijn richt geen schade aan in gezond weefsel, zodat de patiënt gevrijwaard blijft van haaruitval, darmproblemen en bloedarmoede.

Artsen en scheikundigen van de universiteit van Göttingen hebben de combinatie-therapie inmiddels met succes beproefd op muizen bij wie menselijk tumorweefsel was geïmplanteerd: de tumoren werden kleiner zonder dat schadelijke neveneffecten optraden. De methode kan nu in principe ook op kankerpatiënten worden uitgeprobeerd (Angewandte Chemie, 27 februari).

Het enzym galactosidase, dat van nature niet aanwezig is in lichaamscellen, vormt de schakelaar voor het kankermedicijn. Toen de onderzoekers alleen de inactieve vorm van het geneesmiddel bij muizen injecteerden, gebeurde er niets. Door ze galactosidase toe te dienen activeerden de Duitse onderzoekers het medicijn. Dat gebeurde specifiek in kankercellen, omdat het enzym was gekoppeld aan een antilichaam dat aan tumorcellen hecht: dit antilichaam leidde de galactosidase naar de juiste plaats.

De inspiratiebron voor het nieuwe middel was een krachtig antibioticum afkomstig uit de schimmel Streptomyces zelensis. Dit ingewikkelde molecuul bevat onder meer een zeer reactieve ring van drie koolstofatomen, waarmee het DNA aanvalt en celgroei tegengaat. Het Duitse onderzoeksteam bouwde een chemisch verwante verbinding, maar dan zonder reactieve koolstofring. Op een strategische plaats zetten ze een suikermolecuul (galactose) aan het synthetische antibioticum. Het suikermolecuul voorkomt de spontane vorming van de reactieve koolstofring. Zodra het suikermolecuul wordt verwijderd, bijvoorbeeld door de werking van het enzym

galactosidase, ontstaat een verbinding die even reactief is als het natuurlijke antibioticum.

Dat deze methode ook voor kankermedicijnen werkte, bleek door een sterke afname van de grootte van (humane) tumoren die waren geïmplanteerd in de longen van muizen. Bij de muizen van een niet-behandelde controlegroep overwoekerden soortgelijke tumoren op den duur de gehele long.

Om de methode geschikt te maken voor toepassing op patiënten, zijn antilichamen nodig die onderscheid kunnen maken tussen gezond en kwaadaardig weefsel. Voor verschillende soorten tumoren zijn die al beschikbaar en in sommige gevallen maakt de tumor zelf het galactosidase in voldoende grote hoeveelheden aan.