Een alfa op voetbalschoenen

Aflevering 6: David Brandsma (17) volgt het profiel cultuur en maatschappij op het Maerlant-Lyceum in Den Haag. Hij is een voetballer met talent, maar school gaat voor.

De grote antieke klok aan de muur tikt luid. Zelfs luider dan het zangerige, Franstalige gekwebbel dat door de schuifdeuren uit de voorkamer klinkt. David Brandsma zet zijn schooltas naast de eettafel in de achterkamer van zijn ouderlijk huis en puft even uit van zijn fietstocht van school naar huis. Dan beklimt hij de statige trappen die naar zijn kamer op zolder leiden.

Met een Franse moeder is hij gewend dat een aantal malen per jaar buitenlandse familie zijn intocht maakt. Het grote huis met brede, met marmer belegde hallen is dan plots gevuld met opgewonden stemmen, die zelfs tot in zijn kamer onder de nok van het huis te horen zijn.

David geniet van die dagen, maar deze keer kan hij zich niet volledig overgeven aan de hartelijke drukte. Er staan schoolonderzoeken op stapel en David 'is niet zo'n relaxte leerling'. Hij moet hard werken om goede cijfers te halen in zijn eindexamenjaar. Vooral wiskunde is een bron van zorg, doordat David moeite heeft met rekenen. 'Altijd al gehad, als kind al. Ik sta nu rond de zes voor wiskunde, dat wil ik proberen vast te houden.'

David is wat je noemt een 'lieve jongen', al zou hij zichzelf niet graag zo omschrijven. Ondanks zijn modieuze, semi-nonchalante kleding, is hij geen type van veel bravoure. Hij praat zacht, weifelend en staakt regelmatig een zin, omdat hij eraan lijkt te twijfelen of de luisteraar het wel met hem eens is. Soms stamelt hij ietwat verlegen lachend overbodige excuses: 'Het klinkt een beetje stom wat ik nu zeg...' en: 'Ja sorry, mijn kamer is een beetje een rommel. Normaal ziet het er niet zo uit.'

David geeft het zelf toe: hij is misschien anders dan de meeste jongens van zijn leeftijd, wier rommelige kamer een natuurlijke biotoop is waarvoor je geen excuses hoeft te maken. Wat David wel gemeen heeft met de gemiddelde leeftijdgenoot zijn de voetbalposters op de wanden van de zolderkamer. David wijst een beetje lachend op zijn dekbedovertrek met het logo van voetbalclub Barcelona. 'Maar dat is dan weer een beetje kinderachtig misschien. Denk ik.' Op de plank boven zijn bed is in één oogopslag te zien wat David zo moeilijk te verwoorden vindt: dat de onbezorgde kindertijd nog trekt, maar het stoere man-zijn lonkt. Een doos speelgoedauto's in alle kleuren en maten staat vlak naast een lege fles Bacardi Lim-n en een fles Feigling - souvenirs van een roemrucht reisje met vrienden. Opnieuw excuses: die auto's staan er al jaren. Die moeten eigenlijk al lang weggegooid worden. David gaat het straks meteen doen.

Even verderop, verscholen in de uiterste hoek van de kamer, staat een tafeltje met 'vondsten', zoals David ze noemt: bijzondere stenen en schelpen, een verdroogd zee-egeltje, een rattenschedeltje en een opgezette, kleine krokodil. 'Ik had best bioloog willen worden', mijmert hij, terwijl hij een potje met een dode kever van zo'n drie centimeter groot omhooghoudt. 'Maar ja, dan moet je toch iets meer bèta zijn.' David is een alfa en dat is niet zo gek als je je leven lang al in het Frans wordt aangesproken. Hoewel zijn moeder al dertig jaar in Neder- land woont, klinkt in huize Brandsma het Frans en het Nederlands door elkaar heen, volgens een taalkundige logica die een buitenstaander van het gezin niet kan doorgronden.

Hij heeft erover gedacht Frans te gaan studeren, vertelt David, maar rechten trekt hem toch meer. In elk geval wil hij na zijn eindexamen eerst een jaartje op reis. Voor heimwee is hij niet bang, maar er is één ding dat hem bij voorbaat zorgen baart: hij zal zijn voetbalclub missen. De sport is Davids passie en hij is een talent, al weigert hij dat woord in de mond te nemen. Het feit dat hij een aantal keren is gescout, zegt echter genoeg. Hij is geselecteerd geweest voor Jong Oranje en stond op de reservelijst. Uiteindelijk hoefde hij niet in te vallen, maar David treurt er niet om. 'Ik heb me toch al voorgenomen dat school de prioriteit is. Mijn moeder zegt ook: als je je alleen maar richt op voetbal en je krijgt een blessure, dan heb je niets achter de hand. Ze heeft gelijk. Vroeger was ik dag en nacht aan het voetballen op straat en op het veldje hier vlakbij. Nu is dat heel wat minder, maar ik train wel veel. Mijn huiswerk doe ik zoveel mogelijk in mijn tussenuren, zodat ik 's avonds kan trainen.'

Dan roept zijn moeder hem onderaan de trap. David zet voorzichtig het potje met de kever terug op zijn vondstentafeltje. Beneden in het huis kruipt vanuit de keuken de geur van eten de kamers in. David snuift even en pakt het glas vruchtendrank dat op de eetafel op hem staat te wachten. Hij neemt een slokje en wijst op de grote foto aan de muur. Hij is jaren geleden gemaakt ter gelegenheid van het 25-jarig huwelijk van zijn ouders en toont een lachend, bont gezelschap kinderen. 'Als je dacht dat mijn Franse moeder het enige internationale tintje aan ons gezin is...', glimlacht hij, 'dan zul je nog versteld staan. Ik heb een zus die uit Zuid-Korea komt, een broer uit Suriname en een broer die in Nederland is geadopteerd.' David is de enige biologische telg van het gezin, al kijkt hij verbaasd bij die constatering. 'Tja, zo heb ik het nooit echt gezien, het maakt niets uit wat mij betreft.'

Uit de voorkamer klinkt hoog gelach, lepeltjes rinkelen in koffiekopjes. Door het glas-in-lood van de schuifdeuren zijn de schimmen van het gezelschap te zien. David zucht van zelfmedelijden en slentert terug naar zijn kamer om te leren voor zijn schoolonderzoek wiskunde. Voordat hij het boek openslaat, werpt hij hoopvol een blik op de poster die naast zijn bureau hangt. Het is Einstein met een van zijn uitspraken: 'Do not worry about your difficulties in mathematics. I can assure you that mine are greater.'

'Ja, ja!', mompelt David. M

Volgende maand: Spannende tijden voor Marieke Obdeyn. Zal zij worden toegelaten op de universiteit van haar keuze?