Diep gedecolleteerde dood als femme fatale

Vertederend, zoals de vier broers in ouderwets wit ondergoed op een te klein bankje proberen te passen. Onder hun blote voeten liggen tegels die samen twee Delfts blauwe schepen vormen, op de achtergrond hangt een enorme lichtbalk met een al even blauw sneeuwlandschap. Daar staat ook een vrouw in een vuurrode jurk, de rug naar het publiek gekeerd, en ze wacht.

Zo begint Eldorado, de officiële openingsvoorstelling van het derde festival CEMENT dat deze week in Breda plaatsvindt. De tekst is van Rogier Schippers, de regie van Paul Slangen, dramaturg van ZT Hollandia, nu debuterend als regisseur.

Een van de broers vertelt een sprookje. Over prinses Beaujolais, ,,zo mooi dat iedereen er dronken van werd, er is zelfs een wijnstreek naar haar vernoemd''. Zo mooi is ze, dat het land niet meer kan draaien en de koning haar eigenhandig van een rots de zee in duwt. Dan is ze dood, zo dood dat ze de dood zelve wordt.

De jongens luisteren ademloos naar het verhaal, het verdrijft de kou vanonder hun dunne dekentje en algauw mogen ze zelf ook in het sprookje meespelen. Bij toeval vist een van hen honderden jaren later het geraamte op uit het water en door zijn hart ontwaakt de rode dood en keert het vlees terug aan haar kale botten. De dappere visser ligt zieltogend op de koude grond. Maar dat geeft niet, volgens de verteller, want zelfs al vraagt de vrouw of hij zijn hart terug wil, hij hoeft het niet meer, vol als hij is van haar schoonheid.

Het is een typische jongensfantasie, de dood als femme fatale, rondborstig en opwindend. Als de vrouw (Monic Hendrickx) op de achtergrond zich omdraait, wordt het sprookje voor de vier broers werkelijkheid. Het is al snel duidelijk dat op zijn minst een van hen zal gaan sterven, daar komt ze immers voor. De vraag is alleen hoe, en met hoeveel liefde hij zijn hart wil geven.

Zo verheven als de inleiding is, zo alledaags zijn de gesprekken die volgen. Tussen poëtische monologen door, wordt er gevochten en gezopen. Geslachtsdelen vormen, naast het hete frituurvet waar de schoolmeester vroeger kroketten in bakte, de belangrijkste gespreksonderwerpen.

Schippers heeft de acteurs een wonderlijk mix van taal in de mond gelegd. Soms zijn het beteuterde puberale jongetjes die zich afvragen hoe ze in hemelsnaam de dood hebben opgevist, soms verliezen ze zich in topzware volzinnen die het midden houden tussen kitsch en naïeve oprechtheid. ,,Mist is een natte jurk over zee, met slecht zicht en ongelukken.'' Ze zijn wel aandoenlijk, dat zeker. Hoe dichter de dood de broers nadert, hoe harder ze zoeken naar uitvluchten. Als de vrouw één van hen lijkt te verkiezen, gaan de anderen van lieverlee ,,lang zal hij leven'' zingen en wordt de haring met jenever uit de kast gerukt.

Hendrickx, die bekendheid verwierf met rollen in de films Nynke en De Poolse Bruid, schittert als strak kijkende, diep gedecolleteerde dood. Zij lijkt het minste moeite te hebben met de soms extreme overgangen tussen bloemrijke taal en banale behoeftes. Als ze wil leren vrijen, klinkt dat eerder vanzelfsprekend dan platvloers. Maar zelfs Hendrickx kan niet voorkomen dat het einde van de voorstelling iets te lang op zich laat wachten. Regisseur Slangen is te behoedzaam met de tekst omgesprongen, hij heeft te keurig binnen de lijntjes van de taal willen tekenen. Het is lastig om na een aantal rappe dialogen en woeste uitspattingen aandacht op te brengen voor nóg een alleenspraak van een mooie rooie dame. Want hoe grappig het ook is om de dood verleid te zien worden door vier jongetjes in ondergoed, uiteindelijk moet ze doen waarvoor ze komt: er een einde aan maken.

Voorstelling: Eldorado door Productiehuis Brabant en ZT Hollandia. Gezien: 27/2 Chassé Theater, Breda, tijdens festival CEMENT. Tournee t/m 26/4. Inl. (073) 612 5579 of www.productiehuis.nl/ www.zthollandia.nl