Desillusie 66

Weg met die arrogante politici! Geef de ontevreden burger een stem! Leefbaar Neder- land roept het, maar D66 zei het 36 jaar geleden al. Een van de grootste en oudste afdelingen van D66 is die van Groningen. Hoe ging dat: een protestpartij oprichten? Wat was de sleutel tot het succes? En wat ging er mis? `Macht is moeilijk voor D66'

Het is de Nacht van de Democratie. In een vergaderzaal van Huis De Beurs, een café-restaurant in Groningen, zitten op een doordeweekse avond zo'n honderd mensen. De bijeenkomst is georganiseerd door de lokale afdeling van D66 en het thema is `Ontpoldering en meer lef in de politiek'. Er zijn D66-leden, politiek geïnteresseerde stadjers, en er is één boer. Hij wil minister Brinkhorst van Landbouw, die een spreekbeurt zal houden, vragen ,,waarom deze regering de boerenstand om zeep helpt''.

Het gaat vanavond over biotechnologie, en natuurlijk over democratie, maar het gaat vooral ook over D66 zelf. Het is half januari en de partij staat er in de peilingen slecht voor. Afdelingsvoorzitter Paul Valk verklaart de lokale verkiezingscampagne voor geopend en hij noemt snel een paar verworvenheden van Paars: het homohuwelijk, de nieuwe Euthanasiewet. Verworvenheden van D66, bedoelt Valk, want hij weet wat iedere lokale politicus weet: hoe een lijst het plaatselijk doet in de verkiezingen wordt vooral bepaald door de prestaties van de partijgenoten in Den Haag.

De Groningse wethouder en lijsttrekker Robbert Jan Bron wil gaan vertellen wat D66 lokaal heeft bereikt, maar dan komt Laurens Jan Brinkhorst binnen, een kop cappuccino in zijn hand. De minister had een lange dag, hij heeft eerst wat gegeten in het restaurant. Deze avond zal hij niet zomaar een spreekbeurt houden. ,,Het is fantastisch om terug te zijn in Groningen'', begint hij, ,,en dat zeg ik met enige emotie.'' Hij balt zijn vuisten. ,,Vijfendertig jaar geleden'', gaat hij door, ,,was Groningen een van de jongste afdelingen van D66. Ik ben er trots op dat ik daar bij was. Zeven jaar heb ik in Groningen meegemaakt. Het ging ons om leefbare idealen en daar hoef je helemaal geen partij voor te hebben met het woord `leefbaar' in de naam.''

D66'ers, zegt hij, zijn idealistisch, en ze relativeren graag. ,,Als eerste relativeren we altijd D66.'' De partij heeft ,,een gemengde relatie met macht'', vindt Brinkhorst. ,,Ideeën zijn prachtig. Maar invloed uitoefenen is essentieel om die ideeën te verwezenlijken. Daar hebben we altijd mee geworsteld.'' Brinkhorst zegt ook: ,,Als we de afgelopen jaren stemmen verloren hebben, dan is dat meer door onze eigen existentiële twijfel dan door toedoen van anderen.''

Fred de Vries voelde onvrede. Het was halverwege de jaren zestig. De Vries, installatietechnicus in Groningen, vond dat burgers geen `grip' hadden op de overheid. ,,Partijen waren verzuild. Je kon niks. Er werd geen verantwoording afgelegd.'' In het najaar van 1966 hoorde hij van vrienden dat er in Amsterdam mensen waren die net zo ontevreden waren als hij, en die vonden dat er wat moest gebeuren. Ze noemden zichzelf `initiatiefcomité D'66' en ze hadden een brochure geschreven, Appèl. Die kostte een gulden. Het `appèl' was gericht ,,aan iedere Nederlander die ongerust is over de ernstige devaluatie van onze democratie''. ,,Wij zijn van mening'', stond erin, ,,dat ons staatsbestel bedroevend functioneert. Het politieke spel moet nog steeds worden gespeeld volgens regels die dateren uit de vorige eeuw.'' Het comité stelde voor de minister-president rechtstreeks te kiezen, om de ,,wederzijdse afhankelijkheid'' van de Tweede Kamer en de regering te doorbreken. En de Tweede-Kamerleden moesten per district worden gekozen. Dat zou de ,,band'' tussen kiezers en parlementariërs sterker maken.

Fred de Vries: ,,Er zat een dingetje aan dat appèl dat je kon afscheuren en opsturen als je het ermee eens was.'' Dat deed hij. Kort daarna werd hij gebeld door iemand van het hoofdbestuur in Amsterdam. In Groningen moest een steunpunt worden opgericht. In oktober 1966 had De Vries een gesprek met de vertegenwoordiger van het hoofdbestuur, in het huis van de president van de rechtbank in Groningen. Henri de Wolf was erbij, een kunstenaar die Hannibal werd genoemd, zijn broer Eugène de Wolf, die bij een reclamebureau werkte, en Gerrit Brummel, neerlandicus. De vertegenwoordiger van het hoofdbestuur zei: ,,Kijk in je omgeving of er mensen zijn die er net zo over denken als jij.'' Dat deden ze. Ze praatten met mensen, ze zetten advertenties in kranten. De Vries: ,,We hadden snel nieuwe leden. Het honderdtal was zo bereikt.'' De Vries werd penningmeester van het voorlopig bestuur in Groningen, Eugène de Wolf secretaris, Gerrit Brummel voorzitter.

Ze voerden campagne voor de landelijke verkiezingen van februari 1967. Iemand gaf hun een stencilmachine, van een ander kregen ze een lelijke eend. Hannibal maakte de eend groen en schilderde er een portret op van lijsttrekker Hans van Mierlo. Folders en affiches kregen ze uit Amsterdam. D66 kwam met zeven zetels in de Tweede Kamer – in de Nederlandse parlementaire geschiedenis was dat niet eerder vertoond: een nieuwe partij die zoveel zetels haalde.

De Vries ging in Groningen over de ledenwerving. Hij bezocht geïnteresseerden en praatte met hen ,,over wat er moest veranderen''. Lidmaatschapsformulieren had hij wel bij zich, maar die gaf hij niet uit zichzelf. ,,Aan het einde van zo'n gesprek zei ik: `We hebben een discussie gehad. U moet zelf beslissen wat u er mee doet'.''

Er meldden zich studenten, advocaten, artsen, wetenschappers, journalisten. De Vries: ,,Ook nog een reisleider en een conducteur. Maar geen mensen die achter de lopende band stonden.'' Fred de Vries was zelf zoon van een binnenschipper. Hij had op de lagere technische school gezeten en 's avonds had hij een vervolgopleiding en cursussen gedaan.

Paul Valens werd in 1968 actief lid van de partij. Hij had economie gestudeerd in Groningen en hij was in dienst geweest. Bij de afdeling in Groningen zat ,,van alles wat'', zegt hij. Je had de ,,verlichte corpsballen'', die Valens nu `de NRC-hoek' noemt. Er deden milieuactivisten mee. Herman Coster bijvoorbeeld. ,,Als je een afspraak met hem had'', zegt Paul Valens, ,,en hij kwam niet opdagen, dan kon je er donder op zeggen dat hij onderweg glas op straat had zien liggen. Dat moest dan eerst naar de glasbak.'' Er was ook ,,een soort loodgieter'' bij, zegt Valens. Dat was Fred de Vries. ,,En je had Bart van der Valk, dat was iemand die zo bij Leefbaar Nederland zou kunnen opduiken.'' De afdeling had zich, onder druk van de milieuactivisten, voorgenomen om tijdens de campagne niet met luidsprekers de straat op te gaan. Paul Valens: ,,Onder het motto: `wij vervuilen de stad niet met geluidhinder.' Maar Fred de Vries en Bart van der Valk trokken de straten door met enorme luidsprekers: `Stemt D'66'.''

Paul Valens vond D66 ,,een warme club''. ,,Het waren leuke, ondernemende mensen.'' Of eigenlijk: mannen. Vrouwen waren er volgens Valens alleen ,,in dienstbare zin'' bij betrokken. ,,Ik zie mezelf nog staan stencilen, samen met Winnie Sorgdrager.'' En het waren keurige mannen. Kort haar, vaak een pak, gepoetste schoenen. De leden van de Groningse afdeling waren ,,zoekend'', zegt Valens. Ze praatten veel, ze stelden vragen. Aan zichzelf, aan elkaar, maar ook aan mensen op straat, in hun eerste verkiezingscampagne voor de gemeenteraad, in 1970. ,,Het was heel simpel'', zegt Paul Dekker, de econoom die zich eind jaren zestig aansloot bij de afdeling Groningen. ,,We liepen met kleine groepjes door de stad met strooibiljetten en stelden mensen een paar vragen.'' Ze vroegen bijvoorbeeld of mensen zelf hun burgemeester wilden kiezen. Dekker: ,,Mensen bleken te vinden dat de gemeenteraad de burgemeester moest kiezen.''

Dekker besteedde als gemeenteraadslid veel tijd aan het woonwagenkamp in de stad. Het kamp stond op natte klei. ,,Het was er een rotzooi'', zegt hij. D66 vond dat er een betere plek moest worden gevonden. Dekker: ,,Wij wilden dat de politiek zich fatsoenlijk opstelde. De PvdA had ook wel belangstelling voor minderheden, maar dan alleen voor de lagere klassen in een geordende, burgerlijke samenleving. De PvdA wil alles ordenen, en alles wat niet geordend is moet zich richten naar de regels. D66 heeft eerder de neiging aandacht te hebben voor mensen die buiten de ordening vallen, zwervers bijvoorbeeld.'' De beste toespraak die Dekker van zichzelf herinnert ging over een verkeerd geplaatst doel op een voetbalveldje. ,,Dat hinderde één bepaald huis. De vrouw die er woonde had er een psychiatrische behandeling aan overgehouden. Ik zei: `Het is een schande dat de gemeente daar niks aan doet.' Toen is er wat aan gedaan.''

Wie je ook spreekt over de geschiedenis van D66 in Groningen, vroeg of laat gaat het over Leefbaar Nederland en Pim Fortuyn. Er is sprake van afkeer, natuurlijk, want ,,het zijn niet zulke aardige mensen'', maar ook van herkenning. Soms zelfs van jaloezie.

Fred de Vries, oprichter van de D66-afdeling in Groningen: ,,De overeenkomst die ik zie tussen D66 toen en Leefbaar Nederland nu is het organiseren van de onvrede.'' ,,Met de standpunten van Leefbaar Nederland heb ik niets'', zegt Jan Apotheker, oud-afdelingsvoorzitter en oud-Statenlid. ,,Maar ik herken veel. Het enthousiasme van de leden, de drive.'' Oud-D66-raadslid Paul Dekker: ,,Het gevoel dat politieke partijen niet tegemoetkomen aan de wezenlijke behoeften van mensen. Dat is, geloof ik, wel oprecht bij die partij.''

Joan Stam, oud-Statenlid voor D66 en in de jaren negentig wethouder in Groningen, vindt dat er nu, net als in de jaren zestig, ,,een soort voorjaar'' in de lucht hangt, ,,een gevoel van verwachting''. Net als toen, zegt ze, wordt de gevestigde orde bang. Ze denkt dat er bij Leefbaar Nederland wel veel `tegenstemmers' zitten, maar dat nuanceert ze meteen. ,,Misschien doe ik ze daarmee tekort, misschien raak ik vooringenomen.''

Leefbaar Nederland noemt zichzelf een beweging, geen partij. Ook D66 deed dat lange tijd. Joan Stam: ,,Maar ik kan me niet anders herinneren dan dat D66 een partij was. Er was een huishoudelijk reglement, er waren statuten en er was gemierenneuk over de statuten en het huishoudelijk reglement. Voordat je het weet, is Leefbaar Nederland ook een partij, en dat zal met de lijst-Fortuyn niet anders zijn.'' En een partij, zegt ze, wil zichzelf in stand houden. ,,Je moet van buiten gedwongen worden ermee op te houden. Anders zou je gemist kunnen worden en daar doe je het niet voor.'' Of ze wel eens heeft getwijfeld over het bestaansrecht van D66? ,,Oh ja. We moeten iedere keer in onszelf de bevestiging vinden. Net als in een huwelijk. Ik word weleens wanhopig van het eindeloze omhoog en omlaag gaan van onze partij. Onze basis is zo smal, het is zo hard werken. Maar er is voor mij geen alternatief. Hoe zou ik anders een politiek tehuis kunnen vinden?'' Stam is nu burgemeester van De Marne, een gemeente in het noordwesten van de provincie Groningen met bijna elfduizend inwoners. D66 heeft in De Marne vier leden. ,,Ze wilden er een onafhankelijk iemand als burgemeester'', zegt ze.

Net als de leefbaren nu gingen de democraten toen op zoek naar de kiemen van de onvrede. Die vonden ze in de achterstandswijken van Groningen. De gemeente liet oude huizen verkrotten. Econoom Paul Valens, vanaf 1968 actief partijlid in Groningen: ,,De gemeente had daar belang bij. Ze maakten slooppanden onbewoonbaar en kregen dan subsidie van het rijk.'' D66 probeerde die buurten leefbaar te maken, al had dat woord toen nog een andere betekenis. Ze voerden niet alleen actie tegen het beleid van de gemeente. Ze deden ook wat. Een treurig grasveldje in een afbraakbuurt, het Meeuwenveldje, veranderden ze in een parkje, ,,met muurschilderingen en bloemen'', vertelt Paul Valens. ,,Dat was politiek zoals wij het voor ons zagen. Jong en daadkrachtig. Aan het einde van de dag had je iets gemaakt dat je kon zien en aanraken.'' Politiek had toen ook nog een andere betekenis, het had weinig met de partij te maken. Valens: ,,Die actie met dat veldje was wel in campagnetijd. Maar het was geen campagne van ons. Dat veldje, daar stond niet bij: dit is door D66 gemaakt. We maakten er geen pr mee.'' Valens woont nu aan een Amsterdamse gracht. Hij geeft seminars `strategisch denken voor managers'. ,,Leefbaar Nederland'', zegt hij, ,,is een huiselijker partij dan wij waren. Je ziet daar meer gewone mensen, met alle risico's van dien. Wij waren meer de partij van Brinkhorst – echt elitair. Kijk naar mij, ik ben verhuisd naar een plaats waar de omstandigheden zijn zoals ze mij bevallen. De meeste mensen uit de Oosterpoortbuurt kunnen zich die luxe niet veroorloven. De D66'ers onder hen wel.''

Vervolg op pagina 26

Desillusie 66

Vervolg van pagina 25

Valens wist, zegt hij, in zijn actieve D66-tijd niet hoe hij met die `gewone mensen' moest praten. ,,Huisbezoek tijdens de campagne, dat kón ik niet. Ik heb een keer met een verkiezingsstandje in de Herenstraat gestaan. Dan moest ik praten met mensen. Rampzalig was dat.''

Valens is geen lid meer van D66. Hij heeft zijn lidmaatschap niet pontificaal opgezegd, maar hij heeft de partij niet laten weten dat hij naar Amsterdam is verhuisd. Bij verkiezingen stemt hij nu al heel lang ,,strategisch''. ,,Ik heb op Lubbers gestemd en op Kok'', zegt hij. ,,D66 nu? Dat is treurig. Zielig. Al járen.'' Resoluut: ,,Het moet óver zijn.''

En hij vindt dat Leefbaar Nederland het stervensproces zou kunnen bespoedigen. Valens: ,,Daarom ben ik blij met die partij. Het is weer eens wat anders. De mensen daar hebben ook weer die veel opener houding ten opzichte van de politiek. Dat zie je aan de rotzooi in de partij, dat ze in Hilversum iets heel anders vinden dan in Utrecht.''

David Pinto – tot voor kort nummer twee op de kandidatenlijst van Leefbaar Nederland en nu nog nummer twee op de lokale variant daarvan, Amsterdam leeft! – werd in de jaren zeventig actief partijlid van D66 in Groningen. Dat was na zijn lidmaatschap van de PvdA en voordat hij zich meldde bij de VVD. De PvdA vond hij te dwingend, het ergerde hem dat die partij voor `het volk' besliste wat goed was en wat niet. Pinto zegt dat hij bij D66 ,,echt een prominent'' is geweest.

,,Ik zat in de landelijke verkiezingscommissie. In 1981 was er een congres. Jan Terlouw twijfelde al heel lang of hij zich weer kandidaat zou stellen. Op dat congres moest ik tegen hem zeggen: `Jan, je hebt nog vijf minuten om te bedenken wat je doet.' Het werd zijn laatste periode.''

Het was ,,leuk'' bij D66, zegt Pinto. ,,Ik vond het géén protestpartij. Daar waren ze te aardig voor. Het was de partij van het redelijk alternatief, het alternatief voor PvdA en VVD.'' Pinto was het eens met de ideeën van D66 over bestuurlijke vernieuwing. ,,Het is een partij waarbij niet de lijsttrekker of het bestuur regelt wie er op de lijst komt. Dat doen de leden. Ik vond dat een verademing. Het was echt one man one vote, net als nu bij Leefbaar Nederland.''

Niet lang na het congres van 1981 meldde Pinto zich af als lid. ,,We stonden er slecht voor. Er was ongenoegen in het land, er waren strubbelingen in de partij. Ik dacht: waarom zou ik ook?'' Pinto vindt nu dat D66 vijfendertig jaar lang van alles heeft geroepen, maar niks heeft gedaan. De kiezers weten dat, denkt hij. ,,Je kunt mensen lang voor de gek houden, maar er zit een grens aan.'' Leefbaar Nederland, zegt hij, zal het anders doen. Omdat Leefbaar Nederland anders ís. ,,Het zijn bij D66 van die redelijke mensen, die kunnen niets afdwingen. Ik vind: als je zo slapjes bent, kun je beter wat anders gaan doen. Bridgen of zo. D66 mist daadkracht. Als je vijfendertig jaar lang stemmen genereert voor ideeën die je niet realiseert, dan moet je je terugtrekken of je aansluiten bij ons.''

Eens in het leven van een protestpartij komt er een moment dat dromen moeten worden omgezet in daden – vooropgesteld dat de partij succesvol is. In Groningen kwam dat moment in 1972, toen D66 voor het eerst toetrad tot het college van burgemeester en wethouders. De man die de dromen moest verwezenlijken was Jos Staatsen.

Twee jaar eerder was hij samen met Paul Dekker in de gemeenteraad gekomen. Dat ze maar met z'n tweeën waren viel een beetje tegen, ze hadden gehoopt op meer zetels. En wat nog teleurstellender was: de vier grote, gevestigde partijen in Groningen, de PvdA, de voorgangers van het CDA, de VVD en de CPN, besloten D66 buiten het college te houden. Maar na twee jaar kregen ze ruzie en toen mocht D66 alsnog meebesturen. Staatsen werd wethouder van milieu. Hij negeerde daarmee een advies van Laurens Jan Brinkhorst die dacht dat D66 met één wethouder te weinig invloed zou hebben

Staatsen lacht veel als hij over die periode praat. Hij zit in zijn werkkamer in het kantoor van Boer & Croon, Strategy and Management Group, in Amsterdam. Het was, zegt hij, een bijzonder college, het eerste linkse meerderheidscollege van Nederland. Jacques Wallage en Max van den Berg werden wethouder voor de PvdA. Ze waren allemaal jong, Staatsen ook. Hij was negenentwintig en stond aan het begin van een lange carrière. Hij zou topambtenaar worden, burgemeester, voorzitter van de sectie Betaald Voetbal van de KNVB, bestuursvoorzitter van Boer & Croon. Staatsen kreeg vooral bekendheid als de man van het Sport 7, de televisiezender die uiteindelijk nooit uitzond, maar ook daar kan hij nu om lachen, zegt hij. Om het te bewijzen schrijft hij met een oranje gekleurde voetbalpen.

Zijn redenen om in 1969 lid te worden van D66 waren heel concreet, zegt Staatsen. Als voorbeeld noemt hij het zogeheten `tangentensysteem' waar Groningen in die tijd aan werkte. ,,Dat betekende dat de halve binnenstad moest worden afgebroken voor vierbaanswegen. Eén van die tangenten zou over een kerk komen te lopen. Dat wil zeggen: de kerk mocht blijven staan, maar links en rechts ervan zou een tweebaansweg worden aangelegd.''

De bestuurders die dat soort plannen bedachten, stonden ver van de mensen, zegt Staatsen. ,,Als je er iets van durfde zeggen, zoals wij, dan legden ze op arrogante wijze uit dat dat continuïteit van bestuur was. Dat op eenmaal genomen besluiten niet kon worden teruggekomen.'' De oude bestuurders van de PvdA, VVD en de confessionelen sloten zich af voor invloeden van buiten. Zij wisten wat goed was voor de burger.

Als wethouder kreeg Staatsen te maken met ,,het ene milieu-incident na het andere'', zegt hij. ,,En die wilden we meteen in de openbaarheid brengen.'' Met zijn generatiegenoten in het college kon Staatsen goed overweg, maar de ambtenaren op het stadhuis schrokken van zijn openheid. Staatsen: ,,Toen ik begon als wethouder waren er zevenduizend hinderwetplichtige inrichtingen. Dat getal zal ik nooit vergeten. Die moesten gecontroleerd worden door twee ambtenaren, van wie er één ziek was. En wij waren een artikel-twaalfgemeente, we moesten bezuinigen. De directeur van de dienst zei: `Ach, wethouder, milieu, dat is een modegril, dat gaat vanzelf over.' Ik heb de advertentie voor nieuwe medewerkers zelf moeten schrijven.''

In de periode dat Staatsen wethouder was ging het landelijk slecht met D66. Bij de Kamerverkiezingen van 1973 verloor de partij vijf van de elf zetels. Hans van Mierlo stapte op en werd opgevolgd door Jan Terlouw. Het jaar daarop waren er weer verkiezingen, voor Provinciale Staten en voor de gemeenteraad.

In Groningen kreeg D66 niet één zetel in Provinciale Staten. Op een verkiezingsavond die door het Nieuwsblad van het Noorden was georganiseerd kondigde Staatsen aan dat D66 niet mee zou doen aan de raadsverkiezingen van twee maanden later. Tegen een verslaggever van de krant zei hij dat hij overwoog lid te worden van de PvdA. Dat deed hij kort daarna.

,,Het werd ervaren als overlopen'', zegt hij nu. ,,Maar ik dacht: we houden misschien één zetel over, wat heeft dat voor zin. Het was echt gezamenlijk beleid geweest, van dat college met de PvdA. En ach, kijk naar Churchill. Die is drie keer van partij veranderd.''

Staatsen vindt ,,de mensen van D66'' nog steeds ,,sympathiek''. ,,Ze hebben ook vaak goede ideeën. Maar die vind je vaak terug bij andere partijen. D66 is een getuigenispartij geworden. Dat hun leider nu een punt maakt van de positie van het koningshuis, dat is een bewijs van armoede.''

Van 1985 tot 1991 was Staatsen burgemeester van Groningen. Aan het einde van die periode ging het weer goed met D66. Na het dieptepunt van 1974 waren er voor de partij nieuwe heuvels geweest, nieuwe dalen, en voor de afdeling Groningen kwam er in 1990 een berg van succes. Verantwoordelijk voor die wederopstanding was eerst Geerten van Empel, die op de rechtenfaculteit werkte, en later Henk Pijlman, van huis uit historicus. Onder leiding van Pijlman deed D66-Groningen het nog beter dan D66 landelijk onder leiding van Van Mierlo. De partij kreeg zes raadszetels, en vier jaar later zelfs zeven.

Pijlman werd in 1990 wethouder. Dat bleef hij tien jaar. Hij had een plek kunnen krijgen in het tweede paarse kabinet, maar daar bedankte hij voor, hij wilde niet weg uit Groningen.

Pijlman probeerde bij de afdeling de sfeer te bewaren die hij er had aangetroffen toen hij zich in de jaren zeventig aanmeldde: iedereen die een idee of een vraag had werd serieus genomen. Pijlman: ,,Er werd gezegd: `schrijf dat maar eens op.' Het kon zijn dat er niks mee gebeurde, maar dat werd dan beargumenteerd. Gezagsverhoudingen waren er niet. Of je nou wethouder, fractievoorzitter of student was, iedereen werd beoordeeld op wat hij inbracht.''

Zo ontstond begin jaren negentig in Groningen ook het idee van de vensterschool. Dat moest een school worden die veel meer was dan school. In het gebouw zou ruimte zijn voor kinderopvang, naschoolse opvang, huiswerkbegeleiding, cultuur en sport. De bedoeling was dat kinderen uit achterstandswijken meer kansen kregen. Het begon, zegt Pijlman, met jongeren in de partij die ,,iets met onderwijs'' wilden. Hij legde hun een vraag voor: hoe ziet de school van de toekomst eruit? De jongeren praatten erover met elkaar, met Pijlman, opnieuw met elkaar, en zo ging dat een tijd door.

In de zomer van 1995 organiseerde de D66-wethouder een symposium over de vensterschool. Hij had vertegenwoordigers van het onderwijs, cultuur, sport en maatschappelijk werk in Groningen naar cultureel centrum De Oosterpoort laten komen om te horen wat ze ervan vonden. Ze reageerden wantrouwend. Iemand in de zaal zei: ,,Maar jij wilt die school toch?'' Wat de man bedoelde, zegt Pijlman, is: waarom zitten we hier eigenlijk? Als de wethouder iets wil, dan gebeurt dat. ,,Ik was de eerste niet-PvdA-wethouder op onderwijs.'' Nee, zegt hij, hij zou zijn idee níet hebben doorgezet als de mensen die ermee moesten werken ertegen waren geweest. ,,Echt niet.'' De vensterschool kwam er. In andere gemeenten werd het idee overgenomen. Alleen heet die school daar `de brede school'.

Pijlman deed erg zijn best om naar mensen te luisteren. Omdat D66 nodig was geweest om een college te kunnen vormen, werden de andere partijen gedwongen dat ook te doen. Een referendum was voor die partijen niet bespreekbaar, maar D66 kwam, vertelt Pijlman, met een oplossing. Er werd in 1991 een enquête georganiseerd over de verbouwing van een deel van de Grote Markt, het grootste plein in de stad. De inwoners mochten kiezen uit vier plannen van vier architecten. Meer dan tachtig procent koos voor een plan dat niet de voorkeur had van een commissie van deskundigen. Pijlman: ,,Niemand had toen meer het lef nog iets anders te willen.''

In 1994 organiseerde Groningen, onder druk van D66, als een van de eerste gemeenten een officieel referendum. Het ging over de afsluiting van het Noorderplantsoen. Daar liep een weg doorheen die veel overlast veroorzaakte. Eind jaren negentig maakte D66-wethouder Joan Stam een verkeersplan voor de hele stad. Maar pas nadat ze zo'n vijfduizend Groningers – in commissies, hoorzittingen en `werkateliers' – had gevraagd om hun mening over parkeerproblemen, geluidoverlast en eenrichtingsverkeer. Net als Pijlman heeft Stam een enorm vertrouwen in mensen. Ze zegt: ,,Ik denk dat de burger uiteindelijk voor rede vatbaar is, dat hij ziet dat bomen niet tot in de hemel groeien.''

D66-Groningen luisterde goed naar de kiezers. En toch verloor de partij bij de laatste gemeenteraadsverkiezingen, in 1998, drie zetels. ,,Maar we zaten vier procent boven het landelijk gemiddelde'', zegt Henk Pijlman. ,,Iedereen zei: `je hebt het goed gedaan.' Daar trek je je dan aan op.''

In de Oude Raadszaal van het stadhuis staat Robbert Jan Bron, wethouder en lijsttrekker voor D66 in Groningen. Beige broek, lila overhemd, donkergrijs colbert, zwart-geel geblokte stropdas. Het is maandagochtend 25 februari, Bron houdt een powerpoint-presentatie over lokale democratie. In de zaal zitten twintig jongens en meisjes uit de tweede klas van het Alfacollege, ze volgen de middelbare beroepsopleiding voor facilitaire dienstverlening. Bron heeft een zachte stem en hij articuleert bijna niet. ,,Hartelijk welkom'', zegt hij. ,,Het is leuk om met elkaar van gedachten te wisselen. Mag ik vragen: wat gaan jullie stemmen volgende week?''

,,In ieder geval géén D66'', zegt een jongen met glad achterovergekamd haar en een zwarte blouse. Zijn klasgenoten lachen hard. Bron glimlacht. ,,Waarom niet?'' vraagt hij. De jongen: ,,U mag mij ervan overtuigen waarom wél.'' Bron: ,,Wat ga je wél stemmen?'' ,,Ik denk VVD'', zegt de jongen. Bron glimlacht opnieuw: ,,Dat is ook een mooie partij.''

In minder dan twintig minuten vertelt Bron hoe de gemeenteraad in elkaar zit, hoe een college wordt gevormd, wat de burgemeester en de wethouders doen, en wat er zal veranderen na de verkiezingen van 6 maart. ,,Nu is het monistisch.'' Hij legt uit dat het ,,een beetje raar'' is dat wethouders ook lid zijn van de gemeenteraad en dat ze meestemmen over hun eigen voorstellen. ,,Er gaat een heleboel veranderen, het wordt dualistisch. Dan zijn wethouders geen lid meer van de raad.''

Aan het eind van zijn betoog wil hij weten of er nog vragen zijn. Over de gemeenteraad, ,,of wat mij betreft over D66''. De jongen met het achterovergekamde haar steekt zijn hand op. ,,D66 is mij te zweverig'', zegt hij. ,,Het zit tussen de PvdA en de VVD in en daarom zal ik er nooit op stemmen.'' Bron: ,,Dat horen wij wel vaker. Ik zeg dan: noem mij maar een onderwerp en ik zeg wat wij ervan vinden. Heel helder. Maar het is waar, er is in de regering niet een grote eigen zichtbaarheid van D66, en daar moeten we hard aan werken. Verder nog vragen?''

,,Bent u bang voor Leefbaar Nederland?'', vraagt een jongen. Nee, zegt Bron. ,,Leefbaar Nederland doet niet mee in Groningen.'' Dat is niet helemaal waar. Er is een partij die zich `Leefbaar Groningen' had willen noemen. Maar de partijleden in Groningen hadden een afkeer van Pim Fortuyn. Toen die landelijk lijsttrekker werd, veranderden ze hun naam in `Stadspartij'. De D66-afdeling is er tevreden over dat de Groningse kiezers nu denken dat er geen `Leefbaar' in hun gemeente is. Maar tegen de leerlingen van het Alfacollege zegt Bron: ,,Ik ben nooit bang. Je moet altijd in discussie gaan.'' En: ,,Ik vind Leefbaar Nederland niet uitblinken in oplossingen. Maar dat kan nog komen.''

Natuurlijk, zegt hij later, had hij de leerlingen kunnen vertellen over de ideeën van D66 en wat ze tot nu toe hebben bereikt. Maar dat vond hij ,,niet juist''. ,,Ik stond daar als wethouder, niet als lijsttrekker.''

Bron is zesendertig. Op zijn veertiende werd hij lid van D66. Hij vond de partij ,,jeugdig'' en ,,vernieuwend''. In 1982 zegde hij zijn lidmaatschap op omdat D66 in het kabinet Van Agt bleef zitten nadat de PvdA eruit was gestapt. Maar toen hij in Groningen ging studeren, meldde hij zich weer aan. Hij vond dat er van die ,,uitgesproken fatsoenlijke mensen'' in de partij zaten. In 1994 werd hij lid van de gemeenteraad en twee jaar geleden volgde hij wethouder Henk Pijlman op. D66 heeft nu vier zetels in de raad. Volgens de laatste opiniepeiling van het Nieuwsblad van het Noorden houden ze er na 6 maart niet meer dan twee over.

Maar op deze maandagochtend is Robbert Jan Bron optimistisch. In de opiniepeilingen van de vrijdag ervoor stond D66 landelijk op tien zetels, een verlies van vier, maar een minder groot verlies dan eerder was voorspeld. ,,En in Groningen doen we het altijd net iets beter dan landelijk.'' Drie zetels, denkt Bron, moet lukken. Hij vindt dat hij een ,,heel enthousiast'' campagneteam heeft. D66 trok half februari aandacht met een posteractie – in de hele stad hingen affiches van de partij met de tekst Be my Valentine – en D66 stond de afgelopen week iedere dag in de krant met een nieuw voorstel of kritische vragen in de gemeenteraad. Bron vindt dat D66 landelijk ,,te aarzelend'' is geweest en hij wordt daar in Groningen ,,op afgerekend''. Maar hij zal doen wat hij kan.

Aan het eind van de middag gaat Bron met een taxi naar een vergadering van het Meerschap Paterswolde. Hij is vice-voorzitter van het dagelijks bestuur van het Meerschap, dat het Paterswoldse meer en Hoornse meer beheert. Het gaat over steigers die worden aangelegd en over een nieuw kano-bassin. Een man die zich voorstelt als `Brugman van de bewonersvereniging Hoornse Dijk' wil graag meer weten over dat kano-bassin, hij denkt dat het misschien overlast zal veroorzaken. De voorzitter, de VVD-burgemeester uit Haren, zegt: ,,Als er een beslissing is genomen, wordt u erover geïnformeerd.'' Brugman knikt en gaat zitten. Na de vergadering zal Robbert Jan Bron zeggen dat hij de reactie van de voorzitter vreselijk vond. ,,Dat is nou typisch de manier waarop PvdA en VVD met mensen omgaan. Ik zou zeggen: `U hoort van ons vóórdat er een besluit wordt genomen.''

's Avonds is lijsttrekker Thom de Graaf in de stad voor een `thema-avond' in de kelder van het News café. Het zal gaan over hoger onderwijs en het is de laatste bijeenkomst in de verkiezingscampagne in Groningen. Van tevoren eten Thom de Graaf, Robbert Jan Bron, afdelingsvoorzitter Paul Valk en D66-Kamerlid Ursie Lambrechts in café-restaurant Huis De Beurs. ,,Hoe staan jullie ervoor?'' vraagt De Graaf aan Bron. Die antwoordt dat hij hoopt op drie zetels, een verlies van één. De Graaf: ,,De laatste keer zaten jullie toch boven het landelijk gemiddelde?'' ,,Dat zitten we altijd'', zegt Bron. ,,En volgens de laatste peilingen komen we landelijk op tien, dus wij moeten er drie kunnen krijgen.'' De Graaf waarschuwt: ,,Staar je niet blind op die peilingen.'',,Nee, nee'', zegt Bron, ,,dat doen we ook niet.'' De Graaf zegt het nog een keer: ,,Staar je er niet blind op. Die peilingen zeggen vooral dat de PvdA aan het verliezen is.'' Ze hebben het over Ad Melkert. Iedere keer dat die op televisie verschijnt, zeggen ze tegen elkaar, verliest de PvdA stemmen. Ze moeten er hard om lachen. De PvdA raakt de `premier-bonus' kwijt, en nu krijgt die partij ook nog last van de `Melkert-malus'.

Om kwart over acht opent afdelingsvoorzitter Valk de thema-avond. Er zitten zo'n honderd mensen in de zaal, vooral studenten en medewerkers van de universiteit in Groningen. Ook Valk heeft het over de laatste peilingen waarin D66 landelijk op tien zetels staat. ,,Die peilingen zijn mooi. Die peilingen zijn heel mooi. En Groningen doet het altijd nog beter dan landelijk.'' Robbert Jan Bron, in de zaal, roept: ,,Elf zetels.''

Thom de Graaf krijgt het woord. Hij heeft gehoord, zegt hij, dat de humor in de Groningse gemeenteraad vooral komt van Bron. Dan zegt hij dat tien zetels helemaal geen mooie uitslag is voor D66. Het zal hooguit een opstapje zijn naar meer zetels. De Graaf heeft het over CDA-leider Balkenende. En natuurlijk over Leefbaar Nederland. ,,Ik begrijp'', zegt De Graaf, ,,dat hun partijkas leeg is. Maar was hun programma dan tenminste maar vol.'' Bron begint te klappen, het publiek klapt mee. Het is de enige keer tijdens de toespraak dat het publiek klapt.

Nee, zegt Laurens Jan Brinkhorst, het is nog geen tijd om ermee op te houden. Niet voor D66. En niet voor hemzelf. ,,Ik kom toch niet in dit verhaal voor als dinosaurus?'', vraagt hij. ,,Ik ben niet de laatste van een uitstervende soort.''

Brinkhorst was hoogleraar, statenlid, staatssecretaris, Kamerlid, fractievoorzitter, Europees topambtenaar in Japan en Brussel, Europarlementariër, en nu is hij minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij. In het najaar van 1966 was hij bij het congres in hotel Krasnapolski waar D66 werd opgericht. ,,Ik kwam thuis en zei tegen mijn vrouw: `Ik heb eindelijk een club gevonden'.'' Hij is de enige uit die tijd die nog een hoge bestuurlijke functie bekleedt.

In zijn werkkamer in Den Haag praat hij over vroeger, over Groningen. Hij ging er in 1967 wonen, in de Troelstralaan 57. ,,Ik ben nu misschien wel radicaler dan toen'', zegt hij. Groningen, zegt hij ook, was een radicale stad. Hij had er een groot huis. Daarom waren de eerste vergaderingen van de partijafdeling bij hem thuis. ,,We hadden vooral commentaar op andere partijen. Max van den Berg noemden we de ayatollah van Groningen.''

Ze `folderden' in de binnenstad. ,,Mijn vrouw vond dat vreselijk. Ze vond het iets opdringerigs hebben. Je kreeg ook wel van alles naar je hoofd. Er waren mensen die zeiden: `Ik ga niet stemmen.' Dan ging ik er achteraan: `Waarom niet?'''

Mensen die bij u thuis kwamen zeggen: `We waren de partij van Brinkhorst – elitair.' Hebben ze gelijk?

,,Er is niks mis mee om een zekere vorm van beschaving te tonen. Maar ik heb me nooit elitair gevoeld. Mensen zeggen vaak: `Jij praat zo netjes.' Maar daar gaat het toch niet om, of je plat praat of niet.''

U bevocht het establishment. Nu hebt u zelf een machtige positie. Is dat lastig?

,,Het is waar dat D66'ers macht moeilijk vinden. Dat is altijd mijn probleem geweest met de partij. Naar mijn gevoel is het essentieel dat er ook in een democratie mensen zijn die macht hebben. Dat is helemaal niet erg, als die mensen maar goed gecontroleerd kunnen worden.''

Waarom is D66 niet overbodig?

,,Om onze fundamentele ideeën over democratisering, die in Nederland nog steeds achtergebleven is. Om de nadruk die we leggen op duurzaamheid – anderen kiezen óf voor het milieu, óf voor de economie, en zo simpel is het niet. Omdat wij de meest Europese partij van Nederland zijn – voor ons is Europese eenwording niet alleen een economisch maar ook een politiek proces. En om de historische verdiensten van D66 op het gebied van ethische vraagstukken. Op al die terreinen blijven we nodig als waakhond.''

Hebben uw medeoprichters in Groningen gelijk als ze wijzen op de overeenkomsten tussen de Democraten toen en de Leefbaren nu?

,,Hun staatkundige ideeën zijn ónze ideeën.

Ze hebben die ideeën niet alleen overgenomen. Ze kunnen ze ook overbrengen op een breed publiek. Met succes, lijkt het.

,,Ja, maar als het Jan Nagel om de ideeën te doen was, had hij ze eerder kunnen helpen verwezenlijken toen hij nog actief was voor de PvdA. Het gaat hem veel minder om de idealen dan om de man zelf. Maar ik zit hier niet om public relations te bedrijven.

Is dat ook niet het probleem van D66: te bescheiden om pr te bedrijven voor de eigen zaak?

,,D66 is niet een partij die mensen gebruiken als vehikel om er zelf beter van te worden. Ze vinden het vaak mooi genoeg als ze zich aan de publieke zaak kunnen wijden. Maar je moet niet alleen een overtuiging, een visie, en ideeën hebben. Je moet die ook kunnen verkopen.''

Hoe doe je dat?

,,Als minister ben ik ontvankelijker geworden voor de soundbyte-gedachte. Er zijn momenten waarop je geen twijfel moet uitdragen, maar een zekere hardheid. Midden jaren zeventig stond D66 op een gegeven moment op 0,3 procent. Er werd zelfs overwogen de partij op te heffen. Dat soort idiotie zul je bij andere partijen niet zien. D66'ers zijn goed in relativeren, we zijn altijd bereid de andere kant te zien. Maar als anderen er met onze ideeën vandoor gaan, moeten we daar met grote hardnekkigheid op wijzen. D66 is een merkartikel, Leefbaar Nederland een kloon. Waarom zou je kiezen voor namaak, als je ook de echte Haagse hopjes kunt krijgen?''

Met medewerking van Bas Blokker en Gretha Pama.

Geraadpleegde literatuur: `Een broertje dood aan de regenten' door Marieke Mulder, een uitgave van D66 afdeling Groningen-stad.