De status van haast

Rust. Vooral drukke dertigers en veertigers met baan en gezin snakken ernaar. Maartje Somers over jachtig leven.

Jezus zelf was een voorbeeld van onthaasting. `Hij die gelooft, haast niet', staat in Jesaja 28.16, te vinden via de website www.onthaasting.nl. De wanhoop straalt ervan af, van die website. Niet alleen heeft de ongelovigheid toegeslagen, ook stamt Jesaja 28 van ver voor de 24-uurseconomie, waarin haast hebben betekent dat je meetelt en wie kalm aan doet is uitgevallen. Wie niet roept dat hij het druk heeft laat zien dat hij nergens nodig is, dat niemand op zijn nuttige bijdrage zit te wachten.

Van onthaasting hebben we van overheidswege niet zo veel meer gehoord, nadat de toenmalige minister Margreeth de Boer het begrip in 1997 lanceerde. Druk-druk-druk zijn hoort nou eenmaal, met traagheid schiet niemand iets op.

Maar bedriegen de voortekenen, of is er een kentering gaande en maakt ledigheid een voorzichtige come-back? Is het nog mode de weg kwijt te zijn in je organiser, lang op kantoor te zitten en je dan rot te rennen naar je kinderen? Of imponeert juist hij die helaas vandaag niet meer bereikbaar is en kalm te kennen geeft de ratrace ontstegen te zijn? Wat is, met andere woorden, de status van haast?

Wie afgaat op trends en reclame zou makkelijk kunnen concluderen dat efficiency op zijn retour is. Tegenwoordig is het juist de relativering van haast die ons tot kopen moet aanzetten. De snelle managers in de instant-soepreclame zijn duidelijk om te lachen, hun baasjesgedrag wordt grondig afgestraft. In een reclame voor bier wordt langdurig kijken naar een vogeltje tot levenskunst verheven. In nieuwe auto's zien we vrije, ongebonden jongens en nauwelijks meer efficiënte zakenlieden. In tijdschriften verschijnen artikelen over het sabbatical year. Over de yuppie horen we tegenwoordig weinig, net zo min als over de magnetron, het haastartikel bij uitstek. Juist uitgebreid koken is in de mode; we willen kennelijk weer tijd hebben om op klassiek-Italiaanse wijze met vrienden en de kinderen – veel kinderen – te eten, in plaats van snel sushi te snacken van een lopende band.

Of neem de firma Mora, die geen sushi maakt, maar vleesvierkantjes om te frituren, voedsel dat al jaren op televisie wordt aangeprezen. Tegenwoordig gebeurt dat anders dan vroeger. In plaats van `Cora van Mora', de dame die in het bedrijf aan een delegatie Japanse zakenlieden de snacks liet proeven, zien we nu een man die tijdens een drukke vergadering gebeld wordt. Hij verontschuldigt zich en meldt zich af, waarna we hem thuis met vrouw en kinderen aan de snacks zien. Als de zaak belt, doet hij handig alsof hij op de snelweg zit, op weg naar een Belangrijke Afspraak.

Al deze reclames mikken op mensen tussen de dertig en veertig, de koopkrachtigste doelgroep, maar ook de groep die met drukte het meeste worstelt, omdat men op deze leeftijd zowel carrière maakt, als kinderen opvoedt en soms nog voor zieke ouders zorgt. Zelfs de overheid lijkt dat te beseffen. Minister Melkert lanceerde tijdens de vorige kabinetsperiode een commissie dagindeling, die een budget van zestig miljoen gulden meekreeg voor het zoeken naar efficiënte combinaties van werk en privé, nadat uit onderzoek was gebleken dat in Nederland twee miljoen mensen daar problemen mee hadden. En onlangs kwam staatssecretaris Verstand met een `Verkenning levensloop', waarin een viertal ministeries zich uitsprak voor het ontlasten van mensen tussen dertig en zestig, in ,,het spitsuur van het leven''.

Ondanks het paarse adagium van `werk, werk, werk' daalt ook op ministeries kennelijk het aanzien van haast, zo lijkt het, maar schijn bedriegt. Want de commissie dagindeling richt zich met haar suggesties voor het uitbesteden van dagelijkse klusjes juist tegen het gangbare middel van de snipperdag. En volgens de `Verkenning' hebben ouderen het nog niet druk genoeg. Die kunnen best wat meer belast worden.

Zo'n enkele reclame wil dus bepaald niet zeggen dat spijbelen in dit nijvere land tegenwoordig als levenskunst gezien wordt. Zoals in alle zaken van status is wat we aantrekkelijk vinden iets heel anders dan wat we zelf doen. Uit niet op persoonlijke maar zakenconsumptie gerichte advertenties spreekt onverminderd het ideaal van dynamiek en topprestatie op alle fronten, zoals blijkt uit in-flight-magazines, of de advertentie voorop het economiekatern van deze krant: `Maak keuzes. Leef intens. Werk hard.' Uit een onderzoek naar werkdruk van de vakbond FNV blijkt dat in Nederland jaarlijks voor tussen zeven en negen miljoen euro onbetaald overwerk wordt verricht. En uit Trends in de tijd, het recente onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau naar tijdsbesteding in Nederland, bleek dat de samenleving almaar drukker wordt en vrije tijd schaarser. Tussen 1995 en 2000 nam de gemiddelde arbeidstijd met 2,1 uur toe. Ook in onze vrije tijd moeten we veel, zelfs de weken van veel kinderen zijn tegenwoordig volgepland met clubs en speelbezoekjes

,,Ik vrees dat de algehele tendens toch nog altijd op meer drukte wijst'', zegt Koen Breedveld, een van de schrijvers van Trends in de tijd. ,,Dat veel mensen tegenwoordig een sabbatical kunnen opnemen en dat ook doen, wijst volgens mij bijvoorbeeld helemaal niet op een hogere waardering voor ontspanning en niet-werken. Integendeel. Een sabbatical is juist bon ton omdat je er opgeladen en nog gemotiveerder van terugkomt. Over je ambitieniveau bestaat geen twijfel: je neemt vrij om nog harder te kunnen werken. Vier dagen werken – een duidelijk teken dat je voortaan ook andere dingen dan werk belangrijk vindt – is ondertussen wel een taboe. Wie minder wil werken, loopt de kans als een doetje gezien te worden en zelf is hij bang dat men hem niet meer serieus neemt. We roepen allemaal dat we het zo druk hebben, vinden allemaal dat we onmisbaar zijn. We sparen onze vakantiedagen op. Echt, we doen het onszelf aan.''

Daarmee is onze tijd een uitzondering. In de geschiedenis heeft veel tijd hebben, letterlijk stilstaan bij de dingen, altijd in hoger aanzien gestaan dan haastig en zweterig geploeter. Dat gold voor aardse rijkdom zo goed als voor geestelijke en was voor alle culturen gelijk. In navolging van de Grieken pleitten Romeinse denkers voor onthechting van het aards veranderlijk gewoel. Onder Romeinse keizers stond het stoïcisme in aanzien, het zich onthouden van aardse begeerten, de bron van onvrede en opgejaagdheid. Ook de grote godsdiensten nemen onveranderlijk dit standpunt in – evenmin als Jezus hadden Boeddha of Mohammed haast. Toch week ook in al deze gevallen de praktijk vaak nogal af van het ideaal. En het feit dat lager geplaatsten zich kapot moesten werken om de elite de voorwaarden voor contemplatie te verschaffen droeg aan de status van rust niet weinig bij.

,,Dat is veranderd toen werken met je handen plaatsmaakte voor werken met je hoofd,'' zegt Annegreet van Bergen, een journaliste en econome die boeken over onthaasting publiceerde. ,,Niet langer was je automatisch rijk en machtig als je niet met je handen hoefde te werken, noch was het je aan te zien hoeveel je geproduceerd had. Face Time, zichtbaar lange dagen maken, werd dus aantrekkelijker. Toch is dat in Nederland nooit zo extreem geweest als in Amerika. Daar is het normaal dat je om vijf uur opstaat, naar de sportschool rijdt om je dan vanaf zeven uur af te beulen op kantoor. In Nederland is die koelie-mentaliteit nooit echt goed doorgedrongen. Ik denk dus eigenlijk dat haast hier nooit zo'n heel hoog aanzien heeft gehad, behalve misschien onder yuppies in branches die zich sterk op Amerika richten. En van de yuppie horen we ook niet zoveel meer.''

Toch is men in Nederland in de afgelopen jaren alleen maar harder gaan werken. Rust wordt dus steeds zeldzamer, net als vroeger iets voor geprivilegieerden. Komt het daardoor dat het een gewild artikel lijkt geworden, en daarom iets waar reclamemakers brood in zien?

Misschien, zegt Wilma Aarts, een cultureel antropologe die in 1999 promoveerde op een onderzoek naar de status van soberheid. In haar proefschrift toonde ze aan dat `consuminderen' een verschijnsel is dat door de elite met de mond wordt beleden, maar zelden met daden wordt gestaafd. In bepaalde kringen mag het mode zijn voor matigheid te pleiten, niemand boekt er een verre vliegreis minder om. Met rust is volgens haar iets dergelijks aan de hand.

,,Ik denk dat het niet zozeer om rust gaat, als wel om moeiteloosheid. Dat heeft status. Iedereen werkt tegenwoordig hard. Het levert dus veel aanzien op als je kan zeggen dat je een zware baan met twee vingers aankan. Dat moet dan wel duidelijk een keuze zijn. Tegen wil en dank uitgeschakeld worden levert geen aanzien op.'' Aarts heeft zelf ontslag genomen om zich op haar toekomst te bezinnen – ze heeft bijna een half jaar niet gewerkt. ,,Mijn vrienden vinden dat normaal, maar aan oudere mensen merk ik dat ze het vreemd vinden dat ik zomaar even niet werk. Rust heeft nu alleen nog maar status in bepaalde kringen. Toch kan ik me niet aan de indruk onttrekken dat in de komende tien, vijftien jaar iets zal veranderen. Je ziet toch iets van verzet ontstaan tegen onze consumptieve manier van leven en de jachtigheid die daarbij hoort.''

,,Heel voorzichtig kun je misschien een kentering bespeuren'', relativeert Koen Breedveld van het Sociaal en Cultureel Planbureau. ,,Er is een elite die vindt dat ze zich met haast niet langer kan onderscheiden, omdat iedereen tegenwoordig onmisbaar is. Die komen dan met dat quality of life-idee. Maar dat men wat lucht in de agenda probeert te krijgen, betekent nog geen omkering van waarden.''