De Groote Peel

Joyce Roodnat wandelt door Nederland en de rest van de wereld. Deze week op de grens tussen Noord-Brabant en Zuid-Limburg.

Heel Nederland zucht onder regen. Iedereen klaagt, iedereen zeurt. Maar niet in het Nationaal Park De Groote Peel. Verdroging is de grootste vijand van het oude veen, en het kan ze niet hard genoeg regenen daar, waar meren, plassen en vennen moerassen afwisselen en waar mos groeit dat je uit kunt knijpen als een spons. Tuk op een wandel-waterballet bel ik het bezoekerscentrum `Mijl op Zeven' en vraag naar de toestand van het Peellandpad, het Lange Afstand Wandelpad dat dwars door het Nationaal Park de Groote Peel voert. Men kan niets garanderen, op sommige plekken staat het water hoger dan enkeldiep. ,,Maar waarom gaat u niet mee met een dagwandeling van Staatsbosbeheer? De gids omzeilt de onbegaanbare paden en met hem doorkruist u zes uur lang het hele gebied.''

Ja, waarom niet. En dus treden wij, dochter, man en ik, samen met nog vier wandelaars op zondagmorgen om 10 uur aan en wandelen de Peelse wildernis in. Onder hoede van gids Harry glibberen we over een kleddernat, ruim pad met aan weerszijden het water op zoolhoogte, dat hier een `baan' heet. Het regent niet, nu, de zon schijnt zelfs en die maakt aan weerszijden het geel van de velden vol pijpestrootje valsig geel. Hier en daar staat er een breed uitgegroeide den tussen en overal waar je kijkt zie je grotere en kleinere plekken water glanzen tussen geel en groen. Een peilstok geeft aan dat het water bijna 18 meter boven NAP staat. Soms gutst het over het pad en wippen we giechelend door de blubber.

Binnen tien minuten zijn we allemaal dol op Harry. Op zijn kennis, maar vooral op zijn enthousiasme. Hij laat ons voelen hoe heerlijk veen veert als je erover loopt. Hij vertelt van de vlindersoorten die er 's zomers in de Peel te zien zijn, daar moeten we echt voor terug komen. En telkens duikt hij van het pad af, het moeras in, de oever van de vaart op, of tussen de rottende resten van de adelaarsvaren. Harry heeft dan iets gezien. En komt ermee terug, want wij móéten dat ook zien. De zwarte trilzwam: een dot donker slijm op een tak. De geweizwam: een zwammetje tussen het mos in de vorm van een minuscuul hertengewei. Een vermiljoenhoutzwam een dikke, knaloranje elfenbank die alleen groeit op hout dat in brand heeft gestaan.

Na vaarten en venen bereiken we de droge grond van een naald- en eikenbos. Aan de rand van de zandverstuiving wijst Harry op een vossenburcht met vier uitgangen. Er liggen drolletjes in de buurt, knoedeltjes vette zwarte wol. Harry raapt er een op, plukt hem uit elkaar en kijkt wat de vos heeft gegeten. Konijn. Op de zandverstuiving, een toendra-achtig gebied onder wilde wolken, gaat hij weer vooruit. Hij komt terug met een kluitje mos voor dochter: ,,Kijk eens, een compleet landschap, met bekertjesmos.''

Hij wijst op een drilpudding in de modder. Transparante trilzwam? ,,Nee, sterrenschot. Komt van de reiger. Die heeft een vrouwtjeskikker opgegeten, maar met haar kikkerdril weet hij geen weg, die gooit hij er weer uit. Zien jullie die zwarte puntjes? Als de dril in het water terecht was gekomen, dan waren er alsnog kikkervisjes uitgegroeid.''

Elk weekend en op feestdagen organiseert Staatsbosbeheer kortere en langere wandeltochten door De Groote Peel. Kosten tussen de € 1,59 en € 7 p.p.

Er zijn speciale kindertochten.

Inl.: Bezoekerscentrum Mijl op Zeven, Moostdijk 15, Ospel, tel. 0495 641497.