De grondstoffenvloek

De dood van Jonas Savimbi, de leider van de Angolese guerrillabeweging Unita die vorige week door het regeringsleger vermoord werd, heeft nog eens de rol onderstreept die grondstoffen spelen in de burgeroorlogen die de armste landen van de wereld teisteren. De oorlog in Angola is ooit begonnen als een bevrijdingsstrijd en vervolgens de speelbal geworden in de ideologische strijd van de Koude Oorlog. Na het wegvallen van de steun van de Sovjet-Unie en Cuba (aan de kant van de regering) en van achtereenvolgens China, Zuid-Afrika en de CIA (aan de kant van Unita) ontaardde het conflict in een territoriale machtsstrijd om de controle over grondstoffen. Savimbi en zijn Unita hadden greep op de diamantvelden in het binnenland, de regering van de MPLA controleerde de oliebronnen langs de kust. Het was de oorlog tussen olie en diamanten. Deze natuurlijke hulpbronnen hielden de oorlog aan de gang.

Grondstoffen zijn voor arme ontwikkelingslanden maar al te vaak een bron van ellende. Congo, Liberia en Sierra Leone zijn nu al jaren in de greep van rivaliserende diamantbendes. Olie en gas vormen een deel van de verklaring voor de conflicten in de Kaukasus en Centraal-Azië. In Afganistan, Pakistan en Myanmar wordt binnenlandse onrust gevoed door de strijd om het beheer van de papaver- en heroïnevelden. Colombia is verscheurd door de coca-oorlogen. Terroristische organisaties financieren zich met de illegale grondstoffenhandel, guerrillaorganisaties onderhouden nauwe banden met de drugsbendes. In Colombia heeft de FARC, de oudste nog actieve guerrillabeweging ter wereld, deze week presidentskandidaat Ingrid Betancourt gekidnapt als represaille tegen het besluit van de regering om eindelijk militair op te treden tegen het `bevrijde gebied' van de guerrilla.

In arme landen met een zwak of afwezig openbaar bestuur vormen grondstoffen vaak de enig mogelijke basis voor een primitieve geldeconomie. Zeker als het om een grondstof gaat die kostbaar is en makkelijk valt te transporteren zoals edelstenen, goud of drugs. Wie de winplaatsen en de landingsbanen in het binnenland controleert, beheerst de business. Voor de ontginning, het transport en de export zijn arme drommels beschikbaar, de lokale bevolking wordt schatplichtig gemaakt en (kind)soldaten worden geronseld voor de strijd tegen concurrenten. Als een economie niet functioneert, is smokkel de enige markt waar wat te verdienen valt en wordt de zakelijke concurrentieslag uitgevochten in de vorm van een permanente burgeroorlog. Wie de staat beheerst, is eigenaar van de buit.

De ontwrichting die van deze nietsontziende wijze van exploitatie van natuurlijke rijkdom het gevolg is, is enorm. Het bezit van waardevolle grondstoffen is voor landen die niet in staat zijn de exploitatie ervan op een minimaal geordende manier te laten plaatsvinden, een drama. De rest van de wereld doet er goed aan meer aandacht hiervoor te krijgen. Angola is een van de schrijnendste voorbeelden van een land dat is verscheurd door burgeroorlog en vergeten door de wereldgemeenschap.