Crèchebaby's geremd in ontwikkeling

Het is niet goed voor de sociaal-emotionele ontwikkeling van baby's als ze vaak en lang in een kinderdagverblijf zijn. Als ze hun ouders op jonge leeftijd weinig zien, kunnen ze later gedragsproblemen krijgen.

Dit zei Marianne Riksen-Walraven gisteren in haar oratie bij de aanvaarding van de leerstoel ontwikkelingspsychologie aan de Katholieke Universiteit van Nijmegen. Riksen was hiervoor bijzonder hoogleraar kinderopvang aan de Universiteit van Amsterdam. Ze gaat zich in Nijmegen speciaal richten op de `vroegkinderlijke ontwikkeling'.

Volgens Riksen hebben ouders nooit eerder in de geschiedenis hun baby's zo vaak toevertrouwd aan mensen die geen familie zijn. Ook brachten baby's niet eerder zo veel tijd buitenshuis door in groepsverband. Riksen vindt dat er een landelijke studie moet komen naar de gevolgen van kinderopvang op jonge leeftijd.

Uit onderzoek blijkt dat de hersenen van baby's zich zeer snel ontwikkelen, vooral de rechterhelft waar het sociaal-emotionele gedrag, inzicht in gevoelens en denken over oorzaak en gevolg zitten. Veel lachen, babbelen en spelen, zegt Riksen, heeft een gunstig effect op de ontwikkeling. Vooral moeders zijn daar volgens haar goed in.

Riksen denkt dat baby's en peuters die veel tijd in een kinderdagverblijf doorbrengen niet genoeg gestimuleerd worden. Ze zei gisteren in haar oratie het `schandalig' te vinden dat de overheid ouders met jonge kinderen laat werken om economische motieven.

Louis Tavecchio, die Marianne Riksen aan de Universiteit van Amsterdam is opgevolgd, vindt een onderzoek naar de gevolgen van kinderopvang ook `van groot belang'. Uit zijn eigen onderzoek, zegt hij, blijkt ook dat vooral de `cognitieve stimulering' in kinderdagverblijven tekort schiet. Maar Tavecchio durft niet te zeggen dat de gevolgen voor kinderen zo ernstig zijn als Riksen zegt.

Volgens Christien Brinkgreve, hoogleraar gezinssociologie in Utrecht, zijn onderzoeken en opvattingen over dit onderwerp vaak ,,aan mode onderhevig'' en ook afhankelijk van de beroepsgroep.

In de jaren zeventig, toen het belangrijk werd gevonden dat vrouwen gingen werken, waren het vooral ,,linkse, geëmancipeerde pedagogen'' die zeiden dat het juist goed was voor kinderen om op een crèche te zitten. Brinkgreve: ,,Maar kinderpsychiaters zijn er nooit erg voor geweest. Een echt objectief onderzoek is nog niet gedaan. Het is al snel doortrokken van ideologie.''

Zaterdags Bijvoegsel: pagina 27