Bolletjesslikkers

Walter Kanning en Paul van der Weijden geven de voorkeur aan het straffeloos heensturen van bolletjesslikkers (NRC Handelsblad, 25 februari).

Zij zien een tegenstelling tussen de visies van de Tweede Kamer (traditioneel) en die van het openbaar ministerie (modern) over de taak van het strafrecht. Het OM zou ook kosten-batenoverwegingen een belangrijke rol laten spelen in haar beleid, dat gebaseerd zou zijn op een moderne rechtseconomische analyse.

Met die opvatting kan ik helemaal niet uit de voeten. Want in de strafmaat speelt ook zoiets als een proportionaliteitsprincipe een rol, los van de vraag of de dader een arme sloeber is en al of niet schade heeft berokkend. Bovendien, er is toch geen essentieel verschil tussen een bolletjesslikker en iemand die met harddrugs in zijn koffer wordt aangetroffen?

Mijn bezwaar tegen de redenering is, dat de burger niet meer zal begrijpen waarom hij geen marihuana mag kweken, niet onverzekerd of te hard mag rijden, niet een beetje zwart mag werken of anderszins de fiscus tillen, wanneer bolletjesslikkers onbestraft blijven. En dan zijn we natuurlijk een stuk verder van huis.