Arme Letteren 2

Het gaat niet goed met de `kleine Ietteren', de opleidingen in talen en culturen met weinig studenten, waartoe inmiddels ook Duits is gaan behoren. Dit ondanks de realisering van de voorstellen van het rapport-Staal (1991) dat een aparte financiering van deze opleidingen bepleitte. Blijkens een artikel in de bijlage W&O van 16 februari komt er weer een rapport met een nieuw reddingsvoorstel, dit keer van de KNAW, `Vensters op de wereld'. Weer wordt een aparte financiering bepleit, waarbij (terecht) de kwaliteit van onderwijs en onderzoek in de desbetreffende studierichtingen de doorslag dient te geven.

``Alleen via excellente prestaties zullen de kleine letteren hun bestaansrecht blijvend waar kunnen maken'', zegt de opsteller van het rapport, W. Gerritsen. Dit voorstel gaat uit van een verkeerde premisse over het bestaansrecht van de onderhavige vakken. Het zal uiteindelijk tot veel bureaucratie en veel frustrerende vergaderingen leiden waarin die excellente kwaliteit door collega's vastgesteld moet worden.

Het criterium voor het bestaansrecht van deze studierichtingen dient inderdaad niet het studentenaantal of de kwaliteit van de prestaties van de medewerkers te zijn. Eerst moet de beleidsvraag beantwoord worden, welke voorzieningen op universitair niveau een land als Nederland binnen het domein van de kleine letteren in stand wil houden. Is men van mening dat wetenschappelijke kennis van bijvoorbeeld de Duitse taal en cultuur in Nederland een vereiste is, dan dient een adequate voorziening daarvoor ook gefinancierd te worden. Leveren de daar werkzame wetenschappers excellente kwaliteit, dan is dat verheugend. Presteren ze onder de maat, dan dienen ze door betere vervangen te worden.

Deze sector van kunst, cultuur en wetenschap is vrij weerloos tegen de tucht van de markt. Jammer dat zelfs de KNAW concessies doet aan de waan van de dag die concurrentie, ook binnen de kleine letteren, als het hoogste goed beschouwt.

Em. hoogleraar Duitse letterkunde