Zwarte slaven van de islam

Aan boeken over de Europese transatlantische slavenhandel is geen gebrek, van kwantitatief onderzoek tot overzichtswerken als The Slave Trade van Hugh Thomas. Veel minder onderzoek is gedaan naar de Arabisch-Afrikaanse slavenhandel, waarin volgens sommige schattingen bijna evenveel zwarte Afrikanen werden verhandeld (ruim elf miljoen), zij het over een veel langere periode (dertien eeuwen, tegenover vier eeuwen Europese slavenhandel).

De schatting komt uit Islam's Black Slaves, waarin de Zuid-Afrikaanse auteur Ronald Segal, oud-uitgever en activist tegen de apartheid, op een vlotte en zakelijke toon de belangrijkste feiten op een rijtje zet. Hij behandelt in kort bestek de opkomst van de islam, de Arabische imperiale expansie vanaf de zesde eeuw en de vestiging van een nieuwe, hoogontwikkelde cultuur, waarin de vraag naar slaven snel toenam. In de hofhouding en het staatsapparaat van het latere Ottomaanse rijk vonden tienduizenden slaven emplooi, van wie sommigen het brachten tot grootvizier, de hoogste politieke functie na de sultan zelf.

Daarmee is meteen een aantal significante verschillen aangegeven tussen de Europese en de Arabische slavenhandel. Zwarten die naar de Amerika's werden verscheept, werden voor het overgrote deel ingezet als productiekrachten op plantages; in de islamitische wereld waren slaven werkzaam als huishoudelijk personeel, concubines of administratieve medewerkers. Veelzeggend is het verschil dat Segal signaleert in de verhouding tussen het aantal mannelijke en vrouwelijke slaven in de westerse en islamitische wereld: Amerika telde twee zwarte slaven voor elke vrouw, in `de Oriënt' was die verhouding omgekeerd. Opvallend is ook dat de nazaten van zwarte slaven vrijwel oplosten in de samenleving, vooral doordat kinderen van vrijen en slavinnen werden beschouwd als vrijgeboren. De Koran moedigt het vrijlaten van slaven bovendien aan, en van institutioneel racisme tegen zwarten was geen sprake.

Dat wil niet zeggen dat de Arabische slavenhandel een humane aangelegenheid was. Talloze zwarten overleden tijdens de rooftochten en gedurende het transport door de Sahara. Tienduizenden mannen werden gecastreerd om als eunuch te dienen, een operatie die overigens (omdat castreren voor moslims verboden is) tegen betaling moest worden uitgevoerd door christenen of joden. De handel leidde tot moorddadige en verwoestende plundertochten door midden-Afrika. Ook duizenden zwarte moslims werden daarbij, tegen het verbod van de Koran in, tot slaaf gemaakt. Slavernij verdween uiteindelijk na een verbod door de Ottomaanse overheid in 1889, en omdat in de twintigste eeuw vooral Aziatische landen goedkope arbeidskrachten begonnen te leveren voor de tertiaire sector. Toch werden nog tot in de jaren zestig gevallen van slavernij gerapporteerd uit Saoedi-Arabië, en wijdt Segal twee schrijnende paragrafen aan de wilde toestanden in Mauretanië en Soedan, waar ondanks een formeel verbod nog steeds handel in zwarte slaven wordt gedreven.

Ronald Segal: Islam's Black Slaves. A History of Africa's other Diaspora. Atlantic, 273 blz, E37,55