Wilde mannen te paard

De parttime helden op de foto's van Hans de Vries brullen in een aangeharkte omgeving en hebben daardoor iets potsierlijks.

Waar is hij gebleven, die ene zonderling die vijftien jaar geleden rondzwierf door de straten van Amsterdam? Meestal liep hij luidkeels te oreren, maar dat doen er wel meer in zijn professie. Het bijzondere aan deze man was zijn neiging om zijn inwendige chaos te bezweren door orde te scheppen in het verkeer. Breeduit posteerde hij zich op een kruispunt en dirigeerde met theatrale gebaren de auto's naar links en naar rechts, als was hij de choreograaf van een gigantisch ballet. Uit zijn jaszak stak een flesje bier. Het was ook die jas die hem bijzonder maakte; hij droeg een donkerblauwe, mottige huzarenjas die denkelijk afkomstig was uit het theater, vol goudkleurige knopen en tressen en zelfs medailles. Het was een feestelijk gezicht: Napoleon op het Valeriusplein.

Minstens zo zonderling is de mooiste foto uit Heldeman, een fotoserie van beeldend kunstenaar Hans de Vries (Voorburg, 1969), die nu te zien is in Galerie De Praktijk in Amsterdam. Een jonge huzaar zit te paard; zijn sabel geheven, zijn mond open in strijdlustig gebrul, een ruiterstandbeeld dat tot leven is gekomen. Nog even, en hij stormt af op grootste daden van niet nader omschreven aard.

Maar de omstandigheden werken niet mee. Paard en ruiter staan op het erf van een kale nieuwbouw-boerderij. Schuin achter het paard staat een scheve lantarenpaal, daar weer achter een rode auto. De hemel boven de huzaar is grijs. Het is bepaald geen heldhaftig decor. Hoe klinkt, vraag je je af, in zo'n aangeharkte omgeving de oerkreet van een gelegenheidshuzaar?

Precies. Als miezerig gepiep.

De huzaren op andere foto's van Hans de Vries doen ook erg hun best. Met zijn allen zijn ze bijvoorbeeld terechtgekomen op het strand van Zandvoort, waar ze bierkaaigewijs met hun sabels in de golven hakken. De zee geeft geen krimp natuurlijk, maar dat doet niet ter zake – het draait hier om het soldaatje spelen, en dan laat je je niet uit het veld slaan door zo'n detail.

Het is vast net zo oud als oorlog zelf, soldaatje spelen. Een modern kind haalt er wellicht allang zijn neus voor op – daar heb je tegenwoordig toch computerspelletjes voor – maar volwassen mannen doen het nog altijd graag. Afgelopen weekend verregenden de mannen van de Napoleontische Associatie Nederland bijvoorbeeld nog tijdens het jaarlijks Winterbivak bij slot Loevestein. De NAN stelt zich tot doel historisch besef levend te houden door het naspelen van historische veldslagen, maar is er natuurlijk ook voor mannen die prijs stellen op uniformen en musketten en de illusie van een ruig bestaan.

Paspop

Voor Hans de Vries is die georganiseerde wildemannerigheid potsierlijk en aantrekkelijk tegelijk, schrijft hij in zijn begeleidende tekst. In De Praktijk is namelijk ook te zien dat er iets verloren gaat, nu mannen van stavast niet meer serieus worden genomen. Midden in de ruimte hangt een huzarenjas op een paspop; in de voering zijn stukjes tekst genaaid, over wat noblesse is, wat vrijheid, wat edelmoedigheid. De deugden van een echte held zijn ,,moed, inzicht, ruimhartigheid en eenzaamheid', lezen we bijvoorbeeld. En: ,,Het verlangen om nobel te zijn, is heel onnobel.' Met deze jas kan de weekendheld tenminste even spieken, lijkt De Vries te willen zeggen. Want er is geen man die de statuten van het heldendom nog in zijn hoofd heeft.

De Vries is niet de enige kunstenaar die beseft hoe weinig salonfähig verlangens naar grootse mannendaden zijn. Ook is hij niet de enige met oog voor de hilariteit, het heimwee en de theatrale mogelijkheden in het verschijnsel van volwassen mannen die op serieus niveau het jongensspel beoefenen, of het nu soldaatje spelen is, of cowboytje of voetbal of indiaantje. Een paar jaar geleden werd hier de voorstelling Desperado gespeeld door de acteurs Rene van 't Hof, Jim van der Woude, Ton Kas en Willem de Wolf. Ook hier ging het om het loserschap van die pantoffelhelden – weekendcowboys met te grote hoeden op te schriele lijven, die op zaterdag met rokende pistolen hun doordeweekse kantoorbestaan probeerden te vergeten. Onvergetelijk is de scène met Rene van 't Hof die wanhopig probeerde er macho uit te zien in zijn snijdend strakke spijkerbroek.

Nu doet Nederland doorgaans nogal besmuikt over zijn helden. Maar ook in Amerika, waar de heldenindustrie momenteel op oorlogssterkte is, zien sommige kunstenaars nog de nuances, de dubbelzinnigheden en de humor van het heldenspel. Zo wordt er bijvoorbeeld met overgave soldaatje gespeeld in Tishomingo blues, het nieuwe boek van Elmore Leonard. Dat draait om een coup tussen twee maffiaclans; een paar snelle jongens uit Detroit komen de zaken overnemen van de kruimelaars uit Tunica, Mississippi. Voor de coup hebben ze een uitstekend tijdstip uitgekozen; de paar dagen dat het mannelijk deel van Tunica volledig opgaat in de re-enactment van een lokale episode uit de Amerikaanse Burgeroorlog. Die paar echte doden, zo redeneren ze, zullen pas later opvallen.

Ondergoed

Ook Leonard mag zich graag vrolijk maken over het truttige van de hobbyisten van Tunica. Onder de deelnemers aan de `Civil War gig' bestaat een strikte hiërarchie; de mannen die in de bloedhitte voor het authentieke ondergoed kiezen zijn stoerder dan de neppers (`farbs'), die hun Calvin Kleins verkiezen in de hoop niet onder de hitte te bezwijken. Gelegenheidskorporaal John Rau doet zijn best zich niet druk te maken over de historische juistheid van de stiksels aan de uniformgulpen, maar hij dwingt zijn mannen hun rantsoenen van gedroogd vlees te eten en zich niet te bezondigen aan cola's en Marsen. De re-enactors, die dat vlees eten en in het bivak slapen, zijn duidelijk mannen van staal. De gangsters, en wij met hen, vinden dat nogal zielig en lachwekkend die gaan echt niet in een tent slapen.

Hoofdpersoon van Tishomingo blues is Dennis Lenahan, een duiker. Dennis duikt van hoteldaken in zwembaden, onderweg maakt hij salto's en schroeven voor een dankbaar publiek. Als hij boven op het dak staat van het Tishomingo Lodge hotel, ziet hij hoe twee kerels een moord plegen. Voor hij het weet, zit Dennis tot aan zijn nek in het spel.

Leonard leert ons een hoop over de ins en outs van het betere soldaatje spelen. Die pijnlijke historische accuratesse speelt zich bijvoorbeeld af in een omgeving waarin alles nep is. De Tishomingo Lodge is genoemd naar een indianenopperhoofd, maar de makers van de fresco's in de hal hebben er maar een gooi naar gedaan. De lokale capo verkoopt `mobile homes that aren't mobile'. Alleen het spel is echt.

Aanvankelijk neemt de lezer de onderlinge afrekeningen serieuzer dan de slag in het aanstaand weekend, net als Dennis snapt hij geen moer van die lokale verkleedpartij. Maar naarmate het boek vordert, worden de twee spelletjes steeds verder met elkaar verknoopt, totdat ze op hetzelfde niveau eindigen. Het doet niet ter zake dat er bij het ene spel doden vallen en het andere alleen maar blaren oplevert. Wat telt, is de dodelijke ernst waarmee er wordt gespeeld.

Uit Tishomingo blues blijkt zonneklaar waarom Elmore Leonard zo populair is dat hij zelf aanspraak kan maken op de heldenstatus. In zijn boeken vervaagt de grens tussen literatuur en thriller en zijn hoofdpersonen ontstijgen zoals weinig mannen de kloof tussen held en antiheld. Schoonspringer-op-drift Dennis, half Esther Williams, half lonesome cowboy, is een hilarisch personage, maar we nemen hem toch serieus.

Leonards boeken zijn vaak verfilmd; nog vaker al is geschreven dat hij ze zo filmisch heeft geschreven. Waar hem dat in zit, blijkt in Tishomingo blues nog eens. Niet alleen zullen Dennis' duikposities prachtige camerastandpunten opleveren, ook laat deze re-enactment nog eens zien hoezeer heldendom, net als anti-heldendom, theater is. Nodig zijn: het juiste decor en het juiste publiek. Een grootse mannendaad heeft weinig nut, zolang hij niet door andere mannen – of als het zo uitkomt, vrouwen – is gezien. Wanneer een coole Leonard-held iemand de mond snoert, hetzij verbaal, hetzij met zijn gun, is er altijd minstens een iets minder coole toeschouwer die het ziet en bewondert.

Dat maakt dat in de ruimte brullend ruiterstandbeeld van Hans de Vries zo zielig. Er zijn geen toeschouwers, het decor is nondescript en alles behalve heldhaftig. Wie zo'n decor niet heeft, die moet het ensceneren, zoals die zonderling in Amsterdam. Hij kan eventueel ook terecht op de website van de Napoleontische Associatie Nederland, waar men op zoek is naar `ECHTE MANNEN die tegen een stootje kunnen en belang stellen in het leren van de oude exercitiereglementen en het correcte wapengebruik.'

Met bijbehorende veiligheidsvoorschriften, dat spreekt.

De roman `Tishomingo Blues' verscheen bij uitg. Viking.

Heldeman, foto's van Hans de Vries. T/m 20 maart in Galerie De Praktijk in Amsterdam. www.depraktijk.nl