Weert (2)

In gezelschap mag Gerard Reve zich graag aan de gewoonte overgeven om een luide boer of wind te laten, en ook is hij niet ongenegen af en toe ongevraagd zijn lul te voorschijn te halen om er een forse klap mee op tafel te geven.

Het staat allemaal te lezen in het boek Koninklijke Jaren van Bert Boelaars over de Weerter periode (1971-1975) van Reve. In Weert schrokken ze er niet erg van, begrijp ik, al zal de pastoor dit gedrag niet aangemoedigd hebben. ,,Niemand gaf een krimp'', vertelt een dame. ,,Toen deed hij z'n broek maar weer dicht. Ik herinner me nog dat hij zo'n ouderwetse witte jaeger-onderbroek aanhad.''

Een andere hebbelijkheid van Reve heb ik altijd zijn verlangen naar koninklijke onderscheidingen gevonden. Ook op de Reve-tentoonstelling (nog tot 18 maart) met materiaal van vriend Guus van Bladel in de Tiendschuur in Weert zijn daar voorbeelden van te vinden. Er hangen foto's waarop Reve zich in april 1974 als een opgetogen kind met de burgemeester laat fotograferen voor het staatsieportret van de koningin, nadat hij zijn lintje heeft gekregen. Waarom was dat zo belangrijk voor hem?

Het antwoord vond ik in een knipsel uit het lokale blaadje Op de Keper waarin hij zegt: ,,Deze onderscheiding geeft mij een gevoel van veiligheid. Vooral omdat nu een groot aantal mensen het zwijgen is opgelegd (...) Ik heb een hoop rotzooi gehad in mijn leven. Als ik alle smaadbrieven bewaard zou hebben, kon ik daar een hutkoffer mee vullen. Maar ik ben er nu van overtuigd dat alles achter de rug is, want zo'n onderscheiding maakt op een grote massa mensen een enorme indruk. Veel mensen worden door zo'n naïef sprookje geïmponeerd. Want dat is het natuurlijk.''

De onderscheiding als schild tegen een vijandige samenleving. Zo zal hij het toen misschien inderdaad gevoeld hebben bij Reve weet je dat nooit helemaal zeker – maar hij ging later wel zelf in dat naïeve sprookje geloven. In 1998, toen hij allang een aanbeden schrijver was, zag ik hem gelukzalig zijn derde koninklijke onderscheiding in ontvangst nemen van zijn huisvriend en minister Bram Peper, die wist wat zijn vrienden toekwam.

Waarom ging Reve in 1975 uit Weert weg? Dat wordt niet helemaal duidelijk, noch op de tentoonstelling, noch uit de uitlatingen van Guus van Bladel, bij wie Reve inwoonde, maar met wie hij geen seksuele relatie onderhield. Ik krijg de indruk dat Reve vooral een verzorger zocht, iemand die de praktische belemmeringen voor het schrijven wegnam. Toen Van Bladel ernstig ziek werd en Reve niet langer kon verzorgen, nam Joop Schafthuizen die rol op zich. Maar Schafthuizen duldde geen concurrentie, en geleidelijk verdwenen allerlei vrienden ook Van Bladel naar de achtergrond.

Van Bladel heeft in het openbaar nooit veel over Schafthuizen willen zeggen, maar in een radiodocumentaire hoorde ik hem gisteren toch een opmerkelijke uitlating doen. Hij vertelde dat Reve, met Schafthuizen op vakantie op Bali, daar plotseling weg wilde. Waarom? Van Bladel: ,,Omdat Gerard het gênant vond dat Joop almaar achter de jongetjes aanzat.''

Daar zou veel later ook nog eens gedonder van komen.