Wachten op de vakman

Amusantere recensies dan die van Nobelprijswinnares (1996) Wislawa Szymborska zijn er niet geschreven. Ze kreeg van een Poolse krant vooral boeken toegeschoven over zoiets als aquariumbouw, breipatronen en damesgymnastiek: hobbyflodders die de meeste redacties afvoeren naar de kelder. Maar of het nu over de eetgewoonten van de marmot of het paringsgedrag van de kanarie gaat, via verafgelegen velden en wegen waar zich marmotten noch kanaries ophouden, komt ze altijd weer blijmoedig aan bij dat ene boek dat ze zelf nooit gekocht zou hebben – al is het maar met een titelvermelding in de slotzin.

Je zou willen dat Szymborska (1923) zich gebogen had over Rietveld meubels om zelf te maken. Een handleiding met chirurgische werktekeningen om amateurs een buffet, bolderwagen, boekenkast of een van de andere 38 Rietveld-meubelstukken in elkaar te laten zetten. 's Lands meest vooraanstaande, 20ste-eeuwse ontwerper wilde met de naakte functionaliteit laten zien `dat je met zuiver strak machinale dingen ook nog wel eens iets mooi kon maken.' Elk stuk meubilair moest `een ruimtelijk plastiek' opleveren, vond hij. De veilingprijzen rijzen nu dermate de pan uit, dat een calvinistische eetkamerstoel van Rietveld (1888-1964) inderdaad de financiële en artistieke status van een autonoom beeldhouwwerk nadert. En dan te weten dat niet de architect/ontwerper zelf, maar zijn timmerman Gerard van de Groenekan (1904-1994) sinds 1923 namens `Riet' voor de uitvoering tekende.

Rietvelds vurenhouten kratmeubilair uit de jaren dertig, destijds ook als bouwpakket gelanceerd, is een voorloper van de `doe-het-zelf-beweging' die twee decennia later opkwam, vertelt de inleiding. En die beweging wordt met dit boek duidelijk naar een ambachtelijk hoger niveau getild. Want vraag een doe-het-zelver of hij het achtplankige Berlijns stoeltje in elkaar zet, en het regent uitvluchten, terwijl de leek veronderstelt dat zoiets nu een fluitje van een cent moet zijn geworden.

De technische gegevens, in dit boek ontleend aan originelen én werktekeningen, varieerden omdat Rietveld zich niet te groot voelde om zijn opdrachtgever tegemoet te komen. En hij wilde in die non-conceptuele tijd ook nog wel eens `al makend' ontwerpen, hetgeen alleen 21ste-eeuwse academiedocenten hem kwalijk zullen nemen. Hoewel een enkel bovenaanzicht van een meubeltekening complexe stedebouwkundige associaties oproept, kan men zich dankzij de precieze opgave van details, gereedschap, montagevolgorde en kleuraanduiding geen beter Rietveld-handboek wensen. Daarnaast lees je graag voor welke vooruitstrevende families de kinderstoelen en vitrinekasten in eerste instantie ontworpen zijn. Het wachten is alleen nog op een vakman, want zelfs de eenvoudig ogende Roodblauwe stoel uit 1918 heeft menig doe-het-zelver – zo bleek bij navraag – halverwege het constructieproces al in de hoek gesmeten. Typisch zo'n huiselijk incident waar Wislawa Szymborska haar complete Rietveld-boekbespreking aan zou durven ophangen.

Peter Drijver, Johannes Niemeijer: Rietveld meubels om zelf te maken; How to construct Rietveld furniture. Thoth Bussum, 125 blz. E22,50