VS dreigen buitenlands staal te weren

President Bush moet beslissen of hij invoerrechten oplegt voor buitenlands staal. Maar Europa waarschuwt nu al voor een handelsoorlog

,,Als wij het World Trade Center wilden herbouwen, zouden wij dat niet eens meer alleen van Amerikaans staal kunnen doen. Ik wil niet dat wij het staal voor pantservoertuigen straks in China moeten kopen.''

Leo Gerard, de van oorsprong Canadese voorzitter van de vakbond United Steel Workers of America, weet de patriottische snaar moeiteloos te vinden. Zijn leden eisen actie, niet alleen degenen die komen van de 31 bedrijven die sinds 1997 failliet zijn gegaan of ertegenaan hangen. Amerika beleeft een staalcrisis die het de rest van de wereld verwijt.

Met vierhonderd bussen zijn naar verluidt twaalfduizend staalwerkers aangevoerd die gisteren door de binnenstad van Washington trokken. Terwijl president Bush zestien Congresleden ontving uit staten met staalbelangen, was een goed gekleed peloton werknemers onderweg naar een grasveld naast het Witte Huis.

De staalkaders verlangen importheffingen van 40 tot 50 procent op buitenlands staal. Zij worden gesteund door reclamespots op radio en televisie die aansluiten bij de strijd tegen het terrorisme: `Keep the steel in America's strength'. De kijkende burger wordt opgeroepen de president te bellen en importheffingen te eisen ,,na jaren illegale importen''. Alleen al de nationale veiligheid en de `homeland security' maken de verdere teloorgang van de Amerikaanse staalindustrie onvoorstelbaar.

In 1974 werkten er nog 521.000 mensen in de Amerikaanse staalindustrie. Dat aantal was in 2001 gezakt tot 142.000 man. Die cijfers verraden een aanzienlijke sanering. Wij hebben ons aandeel geleverd, is de boodschap, en nu zijn al die landen aan de beurt waar de industrie kunstmatig overcapaciteit in stand houdt.

Intussen verdienen de Amerikaanse staalmannen 17 dollar per uur meer dan de gemiddelde werknemer, te weten bijna 38 dollar per uur.

Het verklaart misschien de comfortabele schoenen en jacks waarin de staalwerknemers zich naar de achtertuin van het Witte Huis begeven. Als zij maar gedeeltelijk hun zin krijgen en president Bush kondigt dezer dagen aan dat hij staalimporten met een 20-procentsheffing gaat treffen, dan zou dat volgens het Institute of International Economics 3.500 banen sparen tegen een prijs van 584.000 dollar per geredde baan.

Wie Leo Gerard en andere deskundigen gisteren tijdens een staalbijeenkomst in het Senaatsgebouw hoorde spreken, kan niet anders verwachten dan dat president Bush op het punt staat de hekken te sluiten en de voormalige Sovjet-landen, Korea, Brazilië, Japan en Europa te beletten hun overproductie op de Amerikaanse markt te dumpen.

Volgens Peter Morici, hoogleraar economie aan de Universiteit van Maryland, zijn de verhoudingen tussen Amerika en de rest van de wereld (door subsidies elders) zo scheef getrokken dat alleen een fikse tariefmuur voor eerlijke marktverhoudingen kan zorgen.

Alan Wolff, plaatsvervangend minister van buitenlandse handel onder president Carter en nu advocaat in Washington voor diverse staalbelangen, constateert spottend dat ieder land zijn luchtvaartmaatschappij en zijn staalfabriek wil hebben. De wereld maakt veel te veel staal, waar bij komt dat de Amerikaanse markt vier keer zo open is als de Japanse en twee keer zo open als de Europese markt. Gevolg: de Amerikaanse industrie wordt weggevaagd. Tenzij president Bush die sloop een halt toeroept.

Ook de Democraat Sander Levin, staalspecialist in het Huis van Afgevaardigden, betoogt zich een groot voorstander van vrije handel. Maar de staalsituatie rechtvaardigt een uitzondering. Vrijhandel mag niet leiden tot afbraak van een vitale bedrijfstak. ,,Geef ons de schuld van de staalcrisis niet. Er is een wereldwijde staalcrisis. Als wij tijdelijk een tarief instellen, gebruiken wij een bestaand mechanisme van de Wereld Handelsorganisatie.''

Dat laatste wordt door de landen van de Europese Unie bestreden. De EU heeft al aangekondigd dat men een eventueel tariefbesluit van de president direct zal voorleggen aan de Wereld Handelsorganisatie. Europa meent dat president Bush geen protectionistische maatregelen moet treffen maar verdere herstructurering van verouderde staalbedrijven zou moeten aanmoedigen.

Overigens weet de EU ook wel dat president Bush en zijn vice-president Cheney vóór de verkiezingen van eind 2000 vergaande toezeggingen hebben gedaan in West Virginia en andere staalgebieden met een zorgelijke economie. Die negeren lijkt ondenkbaar. Het staalfront loopt dwars door de partijen heen. De principiële tegenstanders van protectie lopen een groot politiek risico: wie de staalbehoefte van de oorlogsindustrie negeert, loopt over de vlag.