Venetië zonder torens

Sommige eten-opdien-modes duren eindeloos. Neem het opstapelen van voedsel. Overal ter wereld krijg je van die Lego-torens op je bord die omvallen zodra je je bestek er in plaatst. Hoe deftiger het restaurant hoe hoger het bouwwerk. Het was dan ook een aangename verrassing dat op de borden van de Venetiaanse restaurants die torens ontbraken. In Venetië wordt nog steeds traditioneel gekookt en ook aan de coperto op de rekening, het betalen voor gebruik van bestek, wordt nog vastgehouden. Het is nu de tijd om St. Jacobsschelpen oftewel coquilles Saint Jacques te eten. In combinatie met een beetgare en smeuïge risotto niet te versmaden. Geloof niet in het verhaal van Boudewijn Büch die in televisiespots net doet alsof we te dom zijn om op een normale manier risotto te maken en daar rijst uit een Honigpak voor nodig hebben.

Een recept voor een voorgerecht voor 2 personen. Smelt 20 gram boter in een koekenpan met hoge opstaande rand. Bak hierin de rijst gedurende enkele minuten en roer de rijst steeds met een houten lepel om. Giet de witte wijn in de pan en roer die door de rijst. Roer na enkele minuten beetje bij beetje de liefst zelfgetrokken visbouillon (een werkje van 20 minuten) door de rijst. Blijf roeren. De Italiaans/Engelse kokkin Valentina Harris raadt aan jezelf bij dit werkje een glaasje in te schenken. De risotto is in ongeveer 17 à 20 minuten beetgaar. Bak de coquilles in de rest van de boter op een laag vuur aan één kant in ongeveer 2 minuten lichtbruin. Roer de boter waarin de coquilles zijn gebakken door de rijst. Leg de coquilles met de ongebakken kant op de warme rijst. Zo worden ze vanzelf beetgaar. Tip voor een variatie: roer na 15 minuten een handje kleingesneden rucola door de risotto.