Sociale Zaken hield Maarssen aan het lijntje

Maarssen mag van Sociale Zaken de uitvoering van de bijstand niet uitbesteden. Maar het ministerie werkte wel erg lang mee aan het `model-Maarssen'.

Zie je wel, het kan niet! Op 20 februari ontving de gemeente Maarssen een brief. De strekking: stop met het uitbesteden van de uitvoering van de Bijstandswet. De reactie van de twee oppositiefracties in de gemeenteraad is haast triomfantelijk. PvdA en GroenLinks (samen zeven zetels) waren de enige twee partijen die al vorig jaar grote twijfels hadden over de privatisering van de uitvoering van de bijstand. De overige partijen, goed voor 20 zetels, zitten ofwel in het college of steunen het college en zijn verbijsterd over de beoordeling van de Inspectie voor Werk en Inkomen (IWI) over het `model-Maarssen'.

Maarssen moet haar per 1 januari 2002 uitbestede uitvoering van de bijstandswet op last van het ministerie van Sociale Zaken terugdraaien. De uitbesteding aan het private bedrijf Consense social support bv, door Maarssen `insourcing' genoemd, is in strijd met de wet. Maar Maarssen kon dat met goed fatsoen niet weten, stelt de gemeente. Want Sociale Zaken heeft tot eind vorig jaar zelf `meegewerkt' aan de plannen.

De uitvoering van de sociale zekerheid is al jaren danig in beweging. Dan weer moet de hele uitvoering in private handen komen, dan weer in handen van de overheid. Pas vorig jaar ontstond helderheid over de sociale zekerheid: de reïntegratie van werklozen mag door private bedrijven gebeuren, de keuring en uitkeringsverstrekking moeten in publieke handen blijven. Helder, lijkt het, maar de praktijk bleek complexer.

Maarssen wilde een eind maken aan de jarenlange tekorten op de begroting. Jaarlijks schoot de gemeente er bij de uitvoering van de bijstand een miljoen gulden (454.000 euro) bij in. En dat jaar na jaar, zo'n zes jaar lang. Een veelvoorkomend probleem, zegt W. van den Boomgaard, hoofd van de afdeling Samenleving van Maarssen. ,,Uit onderzoek is gebleken dat 230 van de ongeveer 500 gemeenten de bijstand niet op orde hebben.'' De problemen met de uitvoering van de sociale zekerheid in Maarssen waren legio: arbeidsmarktpreoblemen, imagoproblemen, schaalgrootte, fouten in het productieproces. ,,We konden twee dingen doen: samenwerken met andere gemeenten of een publiek-private samenwerking aangaan. Wij kozen voor dat laatste'', zegt Van den Boomgaard.

Dit alles speelde zich eind 2000, begin 2001 af. Eind 2001 verscheen een circulaire van Sociale Zaken over de uitbesteding van delen van de bijstand. Daarin staat onder meer dat de kerntaken die in ieder geval in handen van de gemeenten moeten blijven bestaan uit de beleidsvorming, het nemen van besluiten inzake de bijstandsverlening, de individuele gevalsbehandeling en de opsporing en verificatie. Uit de circulaire: ,,De beoordeling van het recht op een uitkering, de handhaving van de wet en de opsporing van wetsovertredingen zijn met name werkzaamheden die naar hun aard publiek bepaald zijn en die geheel los dienen te staan van commerciële belangen en invloeden.''

Maarssen, begin 2001 nog onwetend over de exacte formuleringen in de circulaire, bedacht `een list' om een deel van de bijstand wel uit te besteden. De uitvoering zou, zo was de veronderstelling, efficiënter gedaan kunnen worden door Consense, dus uitbesteden was financieel gezien in ieder geval de beste oplossing. Regels zijn echter regels, dus de gemeente moest het laatste woord houden in de uitvoering. Daarom werden twee `kwaliteitsmedewerkers' aangesteld binnen de gemeente, die op elk moment binnen konden lopen bij Consense, die alle handtekeningen zouden zetten onder de keuringsverslagen en uitkeringsverstrekkingen. Die, in de ogen van Maarssen, volledige controle op de private uitvoerder hadden.

De gemeente had echter twijfels over de houdbaarheid van haar eigen idee, dus klopte men eind 2000 aan bij de Rijksconsulent, de rechtsvoorganger van de Inspectie. Het `model-Maarssen' was volgens de Rijksconsulent `een werkbaar model', blijkt uit een gespreksverslag van bijeenkomsten op 9 en 26 maart. Er moest alleen nog even uitleg komen over hoe de twee ambtenaren, die in dienst van de gemeente blijven, de uitbesteding zouden controleren en over de verantwoordelijkheden van het college van B&W en het private bedrijf.

Herhaalde pogingen van Maarssen dat duidelijk te maken aan de Rijksconsulent leken aan dovemansoren gericht. Keer op keer stelde Sociale Zaken dezelfde vraag, Maarssen bleef uitleggen. Op 16 oktober schrijft de gemeente aan Sociale Zaken: ,,Voorop wil ik stellen dat wij meenden in onze eerdere gesprekken in meer dan voldoende mate te hebben aangegeven welke rol en inhoud de private onderneming (...) toebemeten krijgt.'' Tot 5 december heeft dit niet tot duidelijke afkeurende reactie van het ministerie geleid. ,,Op die datum hebben we een duidelijk negatief signaal gegeven aan de gemeente'', zegt Sociale Zaken. Rijkelijk laat, vindt Maarssen, en laks van Sociale Zaken.

Eind 2001 kwam er de circulaire overheen van Sociale Zaken, maar voor Maarssen was er geen weg meer terug. Dat is misschien wel de grootste fout van de gemeente: er is nooit een noodscenario gemaakt zodat bij een onverhoopte afkeuring van Sociale Zaken teruggevallen kon worden op het oude systeem. Aan de andere kant: Sociale Zaken heeft tot eind 2001 nooit een afkeurend geluid laten horen, dus dacht de gemeente goed te zitten.

De Maarssense PvdA-fractievoorzitter Van Esterik: ,,We hebben ze al die tijd gewaarschuwd, maar het college ging gewoon door. Het ergst is dat er nu grote onduidelijkheid onstaat voor de ongeveer 500 bijstandsgerechtigden.''