`Mevrouw, waarom bederft u mijn feestje?'

Op kasteel Neemrana in Rajastan eerde India zijn Nobelprijswinaar V.S. Naipaul. Wat bedoeld was als een feest, ging ten onder in rancune en jaloezie. Naipaul vond alles onzin.

,,Mevrouw, u irriteert mij. U hebt zulke onnozele meningen.''

Aan het woord is Sir Vidhia, oftewel V.S. Naipaul. Slachtoffer in kwestie: de vrouw van de Amerikaanse ambassadeur in India. Plaats van handeling: het terras van kasteel Neemrana in de woestijn van Rajastan, op een warme lente-avond. Toch bevriest iedereen aan tafel. De ambassadeursvrouw heeft een Noord-Europees gezicht en luistert naar de naam Hildebrand. Het glas rode wijn in haar hand trilt, als ze zegt: ,,Het zijn wel mijn meningen.''

Je zou verwachten dat iemand nu roept: ,,Cut, het staat erop'', waarna de lampen uitfloepen en de camera's ophouden te zoemen. Maar helaas, de hele dag zijn er camera's geweest, maar juist niet nu. Terwijl het zo'n volmaakt naipauliaanse scène was – de sneer, met precies de juiste dictie en Britse tongval, de verdediging van vrouwe Hildebrand, die exact de juiste mate van geschokte kinderlijkheid had, en het detail van dat trillende glas, meesterlijk.

Wat voorafging: iemand begon over de hoofddoeken die moslimmeisjes in het westen dragen. Eerst vinden de meeste mensen dat het moet kunnen, met name mevrouw Hildebrand, op de hoge toon van zie-mij-liberaal-zijn. Naipaul zegt opeens dat het niet kan.

Hildebrand: ,,Het is hun traditie.''

Naipaul: ,,Waarom blijven ze dan niet in hun eigen land?''

Aan Hildebrand wordt gevraagd of zij bijvoorbeeld veroordeeld zou willen worden door een rechter met dreadlocks en rastakleding. Ook dat vindt ze okee. En dat werd Naipaul te veel.

Het was een goed idee van India om een groot feest te geven voor V.S. Naipaul, ter gelegenheid van zijn Nobelprijs. Maar in India loopt een goed idee altijd uit de hand, schijnt het. De premier moet een openingsrede verzorgen, alle belangrijke ambassadeurs moeten de Nobel-laureaat een diner aanbieden, Indiase schrijvers uit heel de wereld moeten er zijn om de held van het vaderland hulde te brengen, er moet een besloten conferentie komen in het mooiste en duurste hotel in Rajastan, kasteel Neemrana, maar het mislukt allemaal zo voorspelbaar en tragisch.

Eerst is het premier Vajpayee die in zijn rede een continuïteit ziet in de Indiase letteren. Er is volgens hem een rechte lijn van de heilige vertelling in de Ramayana tot de hedendaagse romans. Volgens Naipaul is dat onzin en hij corrigeert de minister-president publiekelijk met de woorden dat de oude literatuur van India niet meer is dan mythologie, en mythologie is niets anders dan literaire decoratie. De roman daarentegen is een serieuze poging om moderne mensen een zelfbesef te geven.

Bij de middagthee die hierop volgt breekt een rel uit, omdat alleen de uit het buitenland overgekomen schrijvers tot de vip-ruimte worden toegelaten en eerbiedwaardige auteurs in het Hindi, Gujrati of Bengali door veiligheidsmensen op ruwe wijze worden geweerd. Naipaul merkt niets van de rel, maar hij mag de volgende dag de ene na de andere tirade van de regionale schrijvers lezen, waarin hij en de rest van de genodigden worden beschreven als onvaderlandse `intellectuele pygmeeën'.

Pijnlijke keuzes

De pygmeeën logeren in Delhi in het Maurya Sheraton, waar ook Bill Clinton en Bill Gates hebben overnacht, maar in Kasteel Neemrana in Rajastan, op 3 uur rijden van Delhi, moeten pijnlijke keuzes worden gemaakt. Er zijn kamers met weelderige baden en wc's, kamers met enkel een douche, kamers met een douche met uitsluitend koud water en zelfs kamers met gemeenschappelijke wc's.

Hoe verdeel je dat over al die ego's? Grote schrijvers als Amitav Ghosh (Het glazen paleis), Vikram Seth (A suitable boy) of de beroemde reisschrijver Pico Iyer verdienen uiteraard een kamer met bad. De schrijvers uit India zelf zijn geen warm water gewend, dat komt goed uit. En nog mindere goden bivakkeren in onderkomens die bij hun status horen, sommigen zelfs in haastig opgezette tenten in de kelders van het kasteel.

Daarmee is de sfeer voor de literaire sessies in de vergaderzaal van kasteel Neemrana al ruimschoots verpest. De onderwerpen die de auteurs krijgen voorgelegd zijn zo abstract, dat zelfs professoren in culturele studies er niets op zouden kunnen verzinnen: `De politiek van identiteit', `Versies van India', `Het idee van een thuisland'.

Schrijvers die hun wc met anderen moeten delen zijn niet geneigd daar welwillend op in te gaan.

Er zijn ook kleine calamiteiten: sommige schrijvers, een mevrouw die romans in het hindi produceert en de Afrikaanse auteur Nurrudin Farah, hebben de leuke actie bedacht om telkens de zaal te verlaten als V.S. Naipaul binnenkomt. Ze hebben morele dan wel filosofische bezwaren tegen het werk van Naipaul en dat het niemand opvalt dat ze weggaan, hindert niet. Een actie is een actie.

V.S. Naipaul komt inderdaad zo nu en dan binnen, in de vergaderzaal, met een Humphrey Bogart-hoed op en een donkere zonnebril. Alle rancune en jaloezie ten spijt begint iedereen harder zijn best te doen dan anders, want je weet maar nooit of hij achter zijn donkere glazen zijn ogen open heeft.

Maar het gaat op literaire seminars natuurlijk niet om de sessies. Het gaat om de lunch en met name om het diner, met rijkelijk vloeiende Franse wijn en Schotse whisky, aangeboden door de organisator, de Indiase Raad voor Cultuur. Het gaat om de roddels en de kongsies van jongere auteurs die onbedaarlijk vloeken op de voorkeursbehandeling die Sir Vidhia krijgt. Overal waar hij komt is er een camera op hem gericht, hij staat altijd in het licht, wat sommigen erg vervelend vinden.

De bedoeling om kasteel Neemrana te kiezen voor de `writers retreat', zoals het officieel heet, was juist om camera's te weren en de schrijvers nader tot elkaar te brengen. Neemrana ligt op drie uur rijden van Delhi en het kasteel staat op een berg, omringd door een woestijn die tot de horizon reikt.

Een Fransman en zijn Indiase vriend kwamen op het idee om deze vijfhonderd jaar oude ruïne te restaureren tot een sprookjesachtig hotel van elf verdiepingen, zonder zichtbare elektriciteitsdraden of rioleringsbuizen. Ze hadden gevoel voor humor, de Fransman en zijn vriend, want alles heeft een grappige naam en een van de toiletten heet `a loo with a view'.

Dat uitzicht is inderdaad adembenemend. Nergens gaat de zon zo spectaculair onder als achter dit wc-raampje, en telkens als de zon ondergaat voeren gifgroene papegaaien een aanval uit op het kasteel en verjagen alle mussen die zich tot dan toe veilig wisten onder de dakgoten en arabisch aandoende balkons.

Maar of de schrijvers door dit alles nader tot elkaar zijn gebracht valt ernstig te betwijfelen. Tijdens een sessie met de titel `De last van de geschiedenis' hield een vrouw die in sommige kringen kennelijk hoog wordt aangeslagen, een felle en vooral langdurige rede tegen het Britse kolonialisme. Naipaul zat in de zaal, drukte op het knopje van zijn microfoon en zei: ,,U weet net zo goed als ik dat de Britse overheersing half zo erg niet was als de islamitische. Wilt u dus ophouden met deze banaliteiten?''

Een jonge schrijver, die toevallig ook de schoonzoon bleek te zijn van de vrouw in kwestie, haalde alle kranten door te schreeuwen: ,,Waarom bent u zo onbeschoft?''

Ambivalentie is in India uitgevonden: vereren en verguizen, werelds zijn en toch buitengewoon provinciaals, links zijn en rechts, vooruit willen en met dezelfde vaart ook achteruit. Maar de heftigste ruzie was toch die met vrouwe Hildebrand.

Kwispelend

Het was op de eerste avond in kasteel Neemrana. Ik zat te drinken met een paar jonge schrijvers toen ineens Lady Nadira, de vrouw van Sir Vidhia, naar mij toekwam met het verzoek of ik aan de tafel van Naipaul wou komen zitten. De jonge schrijvers scholden en applaudiseerden, terwijl ik zeer gevleid inging op het verzoek, dat ook wel iets had van een bevel. Naipaul gaf mij een hand en zei tegen Hildebrand, de vrouw van de Amerikaanse ambassadeur: ,,Dit is een belangrijke man. Hij is de enige Indiër die in het Nederlands schrijft.''

Hij zei meer en ik hoorde het kwispelend aan, maar toen kwam het onderwerp op de hoofddoekjes van de moslimmeisjes in het westen. Ik dacht de boel te kunnen nuanceren door te beginnen over rechters met dreadlocks, wat Hildebrand prima vond, en waarop Naipaul zei: ,,Mevrouw, u irriteert mij. U hebt zulke onnozele meningen.''

Zelfs de gifgroene papegaaien vielen even stil en mevrouw Hildebrand had de kans zich waardig terug te trekken, maar dat deed ze niet omdat de Amerikaanse ambassade een flinke financiële bijdrage had geleverd aan dit feest en in ruil daarvoor Sir Vidhia zou ontvangen op een diner ten huize van de ambassadeur.

Nadat Hildebrand gezegd had dat het wel haar meningen waren zei Naipaul: ,,Weet u, ik kom niet naar uw diner.''

Waarop Hildebrand zei: ,,Daar ben ik eigenlijk blij om. U hebt duidelijk een probleem met sterke vrouwen.''

De lentewind woei zachtjes over de woestijn, de mensen aan de andere tafels hadden gemerkt dat hier iets gaande was en keken om, Naipaul stond op en vroeg: ,,Mevrouw, waarom bederft u mijn feestje?''

,,Cut, het staat erop'', zou ik hebben willen horen. Maar het was alleen het kwetteren van de papegaaien wat overkwam.