Met woorden als rijkste grondstof

Een verlate nieuwjaarskaart van een kennis uit Suriname viel vorige maand in de bus. De afzender schreef: `Ik ga in 2002 weer een bijdrage leveren aan een versnelde evolutie van deze prachtige en tegelijkertijd gekmakende gemeenschap waar ik afwisselend verliefd op ben, maar die ik ook zo enorm haat.' Een paradoxale maar rake typering, die veel mensen die Suriname kennen zullen onderstrepen: het land roept makkelijk haat- èn liefdegevoelens op. Wie zich na de eerste kennismaking met natuurschoon, vrolijke bevolking en het glas zuurzak verdiept in de complexe politieke-, economische- en etnische werkelijkheid, staat vaak weer snel met beide benen op de grond. En niet zelden zullen weldenkende Surinamers van verschillende achtergrond je deelgenoot maken van hun pessimisme over de stand van de natie.

Daarvoor is alle reden. Wie zou willen verdedigen dat het land er na de onafhankelijkheid (1975), de militaire coup (1980), de voorzichtige terugkeer van de democratie (1987), en het bewind-Wijdenbosch er nu florissant voor staat? De slechte situatie in economie, rechtshandhaving, onderwijs en gezondheidszorg, de fragiele afhankelijkheid van de informele sector, de vermolmde politieke infrastructuur, de `braindrain' uit het land: het zijn maar enkele feiten die de alledaagse Surinaamse realiteit kleuren. Toch ergeren de samenstellers van de bundel 20th Century Suriname zich aan het stereotype beeld dat er in hun ogen van het land geschetst wordt. In de inleiding van het boek zetten zij een kritische noot bij de rol van de media.

In plaats van essentiële aspecten van de Surinaamse maatschappij te beschrijven, wordt de nog jonge republiek vaak afgeschilderd als `bedorven door militarisering, mismanagement, drugshandel, witwasserij en mensenrechtenschendingen'. Omdat de weinige wetenschappelijke publicaties over Suriname bovendien vooral in het Nederlands zijn geschreven, komt het land geïsoleerd voor het voetlicht en maar zelden in een bredere Latijns Amerikaanse- of Caraïbische context, aldus samenstellers Rosemarijn Hoefte en Peter Meel. Dat doet Suriname tekort, menen zij, en vandaar deze goed verzorgde Engelstalige bundel, waarin een aantal auteurs in veertien hoofdstukken een divers beeld schetsen van economische, politieke, sociale, demografische en culturele ontwikkelingen. De bedoeling is dat het boek `een stimulerende bijdrage zal kunnen leveren aan het proces van integratie van Suriname in het Caraïbisch gebied'.

Ontwikkelingspot

Dat thema loopt, samen met de Nederlands-Surinaamse relatie, als een rode draad door een aantal hoofdstukken. Het is al vaak bepleit: meer aandacht voor en van de regio lijkt onontbeerlijk voor Suriname's toekomst. Het is ongezond te blijven bouwen op een (steeds maar legere) pot met Nederlandse ontwikkelingshulp en voortdurend de blik noordoostelijk over de oceaan te richten. Toch is Suriname nog steeds een relatieve onbekende binnen het Caraïbisch economisch samenwerkingsverband CARICOM en voelen de meeste inwoners zich meer verbonden met Nederland dan met de omringende landen. In een van de interessantste hoofdstukken (`Diaspora en transnationalisme' door Ruben Gowricharn en John Schüster) wordt de relatie tussen de plurale Surinaamse samenleving en de Nederlandse multiculturele gemeenschap beschreven. Die is vaak hechter dan op het eerste gezicht wordt gedacht: economisch (het sturen van geld en voedselpakketten), maar ook sociologisch (de opkomst van de generatie die geboren werd in Suriname, maar in Nederland opgroeide) en communicatief (de opmars van internet, dat het makkelijk maakt sneller deel te nemen aan ontwikkelingen in Suriname). En natuurlijk is er de gevoelige ontwikkelingsrelatie tussen beide landen, erfenis van een mislukte Hollandse model-dekolonisatie.

Hulpbronnen

Maar het boek gaat verder dan die constatering. In zijn bijdrage over `ethniciteit, cliëntelisme en machtsstrijd' schrijft de historicus Hans Ramsoedh over de huidige `incompetente en corrupte politieke klasse die zich gedraagt als nieuwe kolonisators' door `politiek en de Staat als vehikel te gebruiken voor de eigen privébelangen.' Econoom Pitou van Dijck memoreert nog maar eens het grote potentieel van de natuurlijke hulpbronnen, maar noemt `majeure beleidsinitiatieven' noodzakelijk om de omslag te maken naar een meer welvarende toekomst. Dat zal niet makkelijk zijn. Nieuwe en doorbrekende beleidsinitiatieven smoren immers nog steeds in de Surinaamse politieke- en ambtelijke structuren, waar doorstroming van jong talent bovendien uiterst moeizaam verloopt.

De zorg, zoals uitgesproken in de inleiding van de bundel, is begrijpelijk. Suriname is natuurlijk niet alleen maar ellende. En er is méér dan de politieke waan van de afgelopen kwart eeuw, zoals bijvoorbeeld de informatieve bijdragen over muziek, taal, de kunstwereld en de vreedzaam naast elkaar levende godsdiensten laten zien. Maar de conclusies van de hoofdstukken waarin het over economie, openbaar bestuur of politiek gaat, luiden anders. Die komen zelfs dicht in de buurt van het negatieve beeld waar de samenstellers zich nou juist zo aan ergeren.

De (wetenschappelijke) contribuanten aan de bundel hebben de werkelijkheid doen spreken en hun bijdragen op neutrale- en feitelijke wijze onderbouwd. Hoe mooi, uitdagend of perspectiefvol Suriname ook is, de situatie stemt niet optimistisch, zoals recente ontwikkelingen aantonen. De huidige problemen in de bakoven- en rijstsector laten zien dat Suriname nog lang niet klaar is voor de vrijhandelsorganisatie FTAA die in 2005 een feit moet zijn. En het getalm van de regering-Venetiaan met de hoognodige beloofde bestuurlijke- en politieke hervormingen is weinig bemoedigend.

Het is goed dat er nu een algemeen en grondig Engelstalig werk over Suriname te vinden is. Hopelijk zet de inhoud met name lezers uit de Caraïben aan tot meer interesse. Maar de eerlijkheid gebiedt te zeggen dat die interesse, juist door het lezen van deze bundel, waarschijnlijk ook gevoed zal worden met een flinke dosis scepsis over de toekomst.

Rosemarijn Hoefte en Peter Meel (samenst.): 20th Century Suriname. Continuities and discontinuities in a new world society. KITLV Press/Ian Randle Publishers, 365 blz. E28,30