Kissinger over China: memoires misleidend

Henry Kissinger heeft in 1971 aan China gezegd veel verder te willen gaan in de kwestie-Taiwan dan dat tot nu toe uit zijn eigen memoires kon worden opgemaakt. Kissinger zocht Chinese hulp bij de beëindiging van de oorlog in Vietnam, en was in ruil bereid tot een radicaal andere Amerikaanse opstelling in de kwestie-Taiwan.

Dat blijkt uit een serie tot nu toe geheime documenten die onlangs openbaar zijn gemaakt door de onafhankelijke Amerikaanse onderzoeksinstelling Het Nationaal Veiligheidsarchief. De documenten bevatten de letterlijke weergave van een serie geheime besprekingen die de toenmalige Amerikaanse veiligheidsadviseur Kissinger en de Chinese premier Zhou Enlai met elkaar voerden. De besprekingen vormden de voorbereiding van het historische bezoek dat Nixon in 1972 aan China bracht.

Kissinger's ontboezemingen over de ontmoetingen met Zhou zoals opgetekend in zijn in 1979 gepubliceerde memoires, The White House Years, zijn veel minder specifiek over Taiwan. Hij schreef toen dat de kwestie-Taiwan ,,slechts kort'' ter sprake kwam. De documenten tonen aan dat Kissinger met die uitspraak de waarheid geweld aan deed. De kwestie is niet alleen veelvuldig, maar ook zeer specifiek, aan de orde geweest. Kissinger zei daarover tegen Zhou: ,,We zijn geen voorstander van een oplossing in de vorm van `twee China's' of van `één China, één Taiwan'.'' Kissinger gaf daarmee in feite aan dat Amerika bereid was om China als enige wettige regering te erkennnen, met Taiwan als onvervreemdbaar onderdeel van dat ene China. Dat laatste had Zhou als absolute voorwaarde gesteld voor het aangaan van diplomatieke banden tussen beide landen. Zonder deze toezegging zou de historische ontmoeting tussen Nixon en Mao in 1972 waarschijnlijk niet mogelijk zijn geweest.

Kissinger gaf gisteren tegenover de Amerikaanse New York Times toe dat zijn memoires op dit punt als misleidend geïnterpreteerd kunnen worden. ,,Ik heb me heel ongelukkig uitgedrukt, en dat spijt me'', zei Kissinger.