Jeanne d'Arc in Colombia

`U moet weten dat uw gezin in gevaar is. Om precies te zijn, doctora, we hebben de sicarios (huurmoordenaars) al betaald' Direct in het eerste hoofdstuk van haar autobiografie Woede in het hart maakt de Colombiaanse senator en presidentskandidate Ingrid Betancourt, die deze week werd ontvoerd, duidelijk waar het haar om gaat: hoe zij het in haar eentje opneemt tegen de corrupte politiek van Colombia. Hoe zij en haar kinderen worden bedreigd door de drugsmaffia die met de politiek is verweven. En hoe ze desondanks doorgaat. `Voor hen, voor de Colombianen die generatie na generatie zijn geminacht en uitgebuit door onze oligarchie', zo schrijft ze.

Woede in het hart is het verhaal van de beeldschone dochter uit een Colombiaans elitegezin die een politieke roeping volgt. Haar vader was minister en diplomaat, haar moeder parlementariër en schoonheidskoningin. Ze maakten deel uit van dezelfde `oligarchie', waartegen Ingrid later ten strijde trekt. Toch waren haar ouders `anders'. `Al die mogelijkheden waarvan je hebt kunnen profiteren, maken dat je Colombia nu veel verschuldigd bent', houdt haar vader haar voor in de luxe Parijse diplomatenflat waar ze opgroeit.

Toch is het pas op haar 29ste dat haar roeping vorm krijgt. Ingrid leeft dan een beschermd leventje als echtgenote van een Franse diplomaat. Het is 1989, de dag dat presidentskandidaat Luis Carlos Galán wordt vermoord. Haar moeder, die als liberaal parlementslid voor Galán werkt, is bij de aanslag aanwezig. Op dat moment beseft Ingrid dat ze `de fakkel van deze moreel onverzettelijke man moet overnemen'.

Als een Colombiaanse Jeanne d'Arc zet ze vanaf dat moment haar leven op het spel in een strijd tegen `onze onwaardige politieke klasse'. In 1994 wordt ze tot parlementslid gekozen. Als een dolleman stormt ze door de politiek. Ze deinst nergens voor terug. Haar grote doelwit is president Ernesto Samper, een liberaal die met geld van de Colombiaanse drugskartels is verkozen. Ze overleeft een aanslag van de drugsmaffia. Onder druk van de huurmoordenaars die Samper op haar dak stuurt, besluit ze haar kinderen naar het buitenland te sturen.

Woede in het hart geeft een fascinerende beschrijving van de intriges, en de vaak regelrechte barbaarsheid van de politieke elite in Colombia. Maar tegelijkertijd is er haar gebrek aan zelfrelativering en het idee dat zij uitverkoren is om de natie te redden. `Ik weet dat het gewone volk in mij zijn hoop vindt', zei ze bij de presentatie van haar boek in Nederland. Niettemin staat ze in de peilingen voor de verkiezingen in mei op ongeveer 1 procent.

Vorige week is Betancourt door de linkse guerrillabeweging FARC ontvoerd. Een organisatie die ze radicaal afwijst en beschuldigt van drugshandel, maar die volgens haar toch ook `de schreeuw' is `van degenen die niet meer uit de voeten kunnen met deze bandietenstaat'. Opnieuw was het een wilde actie waardoor ze in handen van de guerrilla viel. Tegen alle waarschuwingen in reed ze in haar jeep een door guerrilleros beheerst gebied binnen. `Zal men mij nu ik zover ben gekomen ook vermoorden?', vraagt Betancourt aan het eind van haar boek. Die vraag is nu actueler dan ooit.

Ingrid Betancourt: Woede in het hart. Uit het Frans vertaald door Marianne Gaasbeek. De Geus, 255 blz. E18,–