Je laat je toch niet pakken door kleine jochies?

Het aantal meldingen van straatroof is, volgens een inventarisatie van Justitie, de afgelopen tien jaar met 75 procent toegenomen. In 2000 werden zo'n 65.000 mensen er slachtoffer van. Straatroof is, volgens criminoloog W. de Haan `onderdeel van de jeugdcultuur' geworden. Sandra van der Sluis (43), documentalist, werd overvallen door jongens van negen en twaalf jaar. Haar dagelijks leven is sindsdien niet meer het oude.

Sandra van der Sluis: ,,Ik heb ook altijd gedacht: dat overkomt me niet. Als vrijwilliger bij Slachtofferhulp bezoek ik veel slachtoffers van criminaliteit. Op 3 december vorig jaar fietste ik om half zes ter hoogte van het metrostation aan de Gerdasiaweg in Kralingen, Rotterdam. Ik was net bij een cliënt geweest en was onderweg naar huis. Ik had een fietstas aan mijn fiets hangen, met mijn portemonnee erin. Plotseling werd ik gesneden door een jongetje op de fiets. Ik viel bijna. En toen kwamen twee jochies op één fiets naast me fietsen. De fietser, jaar of twaalf, vroeg of ik de tijd wist. Tegelijk zag ik de bijrijder, ook negen, naar mijn fietstas grijpen. Maar de tas bleef hangen. Ik zei: `Hier heb ik geen zin in jongens, fiets maar door.' Maar ze bleven me achtervolgen en naar mijn tas grijpen.

,,Die brutaliteit, totaal geen gêne of schaamte, dat vond ik het meest schokkende. Ik ben gestopt, omdat ik bang was dat ik anders zou vallen. Op dat moment kwam een meisje aangefietst. Zij vroeg of ze mij kon helpen. Ze werkte met moeilijk opvoedbare jongeren, zei ze, en dacht dat zij ze wel even kon afbekken. Vanaf dat moment richtten ze hun pijlen op haar. `U mag wel verder fietsen, mevrouw', zeiden ze tegen mij. Ik ben gebleven. Ze trokken nu aan haar tas. De jongens dropen eindelijk af, nadat een wandelaar, een forse man, ons te hulp kwam. Het hele gedoe heeft misschien tien minuten geduurd. Na een tijdje zijn we samen weggefietst. We durfden niet alleen verder.

,,Die avond kon ik niet slapen. Van alles ging door mijn hoofd. Ik herbeleef het nog steeds, keer op keer. Ik heb dagenlang hoofdpijn en buikpijn gehad. Soms heb ik wraakgevoelens. En ik ben ook kwaad op mezelf: ik had mijn fietstas niet open moeten laten, ik had ze weg moeten duwen. Ik ben vrij klein en tenger, maar die jochies waren een kop kleiner dan ik. Maar ik was totaal machteloos.

,,De volgende dag heb ik aangifte gedaan. Pas toen besefte ik dat ik de gegevens van de getuigen niet had genoteerd. Ik ben later tot twee keer toe opgeroepen voor daderherkenning. Het waren niet mijn daders, maar ze waren ook allochtoon en zo jong.

,,Ik had behoefte er veel over te praten. Mijn man reageerde goed, maar vrienden en familie zeiden: `Je laat je toch niet pakken door kleine jochies?' Zo voelde ik mij nóg eens slachtoffer. Een Marokkaanse collega zei me dat als ik een Marokkaanse was geweest, de jongens me niet zouden hebben lastiggevallen. Die weten dat Marokkaanse vrouwen er wel, en Nederlandse vrouwen er niet op los slaan.

,,De twee jongere jongens waren Marokkaans, de oudere Antilliaans. Ik ken ook genoeg slachtoffers die allochtoon zijn, en ik heb allochtone vrienden en kennissen, maar sindsdien loop ik altijd om als ik op straat een groep allochtone jongens zie. Als ik fiets en ik word ingehaald, kijk ik altijd om of het een allochtoon is. Ik ben continu op mijn hoede, ook al zijn ze nog zo jong. Fietsen door Kralingen heb altijd prettig gevonden, maar sindsdien neem ik een andere route, ook al moet ik langer fietsen.

,,Ik heb me ertegen verzet dat deze ene gebeurtenis mijn leven zou bepalen. Ik heb een stevigere fietstas gekocht en doe hem nu altijd dicht. Het was vreselijk vernederend.

,,Deze ervaring heeft meer impact op mijn leven gehad dan ik wil toegeven. Ineens hoor je meer van zulke verhalen. In de krant vallen politieberichten me nu veel meer op. Het lijkt alsof de maatschappij onveiliger is geworden.''