`James Agee gaf me veel te denken over de journalistiek'

Geert Mak, nu bezig met een boek over Europa, toetste zich vaak aan het `New Journalism' van de Amerikaan James Agee.

,,Aan de ene kant is het pure waarneming, aan de andere kant is het zeldzaam poëtisch. James Agee beschrijft in Let Us Now Praise Famous Men bijvoorbeeld hoe zo'n boerengezin ligt te slapen in de warme nacht, alle kleine geluiden, een kind dat even wakker wordt, het sussen, dan weer het suizen van de nacht. Als een documentairemaker probeert hij de levens van een aantal families naar de lezer toe te trekken, en daarvoor haalt hij alle technieken uit de kast. Soms lukt het hem niet, soms is het weergaloos goed. Het gaat over niks, die mensen leiden een heel arm leven, en het zijn waarnemingen van futiliteiten. Toch vind ik het prachtig. Agee is een cameraman in woorden. Kijk eens hoe hij de paar bezittingen van die straatarme boeren tot in de details beschrijft, tot en met de kleine schatten waarmee hun graven zijn versierd: schelpen, isolatoren van blauwgroen glas, een bonbonschaaltje uit de supermarkt.'

Schrijver en journalist Geert Mak (1946) vertelt in zijn werkkamer in Amsterdam, met een prachtig uitzicht op een gracht, dat hij Let Us Now Praise Famous Men (1941) in eerste instantie een `raar boek' vond. ,,Maar als je je er eenmaal aan hebt overgegeven, wordt het steeds fascinerender.' De eerste kennismaking vond tien jaar geleden plaats, toen Mak de vertaling van het boek wilde recenseren. ,,Wat ik zo goed vind is zijn megalomanie op de vierkante millimeter. Waar ik nu mee bezig ben, dat is ook een megalomaan project, op een heleboel kilometers.' Dat project is een boek over Europa, gebaseerd op de dagelijkse reisverslagen die Mak twee jaar geleden voor deze krant schreef.

,,Het verhaal is eenvoudig', zegt Mak, ,,twee journalisten trekken in 1936 naar Alabama in het zuiden van de VS om het leven van arme, blanke katoenpachtboeren vast te leggen. Walker Evans maakt foto's en James Agee schrijft de tekst. Let Us Now Praise Famous Men werd in 1941 uitgegeven, maar vond niet veel weerklank. In 1960 is het opnieuw uitgegeven en toen werd het gezien als een klassieker, omdat Agee alle problemen en alle mogelijkheden van de literaire non-fictie exploreert. Het is geen wonder dat het in de jaren zestig populair was, het hoort tot de wortels van `New Journalism'. Net als die stroming is dit boek een reactie op de onpersoonlijke journalistiek.'

`Een onafhankelijk onderzoek naar bepaalde vormen van alledaagse heiligheid', zo omschreef Agee zijn werk. Mak: ,,Agee's religieuze theorieën deel ik niet. Hij is een halve dominee als hij gaat preken; ik heb dat de eerste twaalf jaar van mijn leven genoeg gehoord om te weten dat je daarvoor moet uitkijken. Het is soms alsof hij in extase raakt. Henk Hofland slaat in het nawoord bij de vertaling de spijker op zijn kop: zoals de schilder Bavink van Nescio probeerde de zon te vangen op zijn doek, zo heeft Agee in zijn extase geprobeerd dit leven te vangen. Dat probeert iedere kunstenaar, maar dat duurt meestal niet lang. Agee is tot het einde doorgegaan. Hier en daar is het boek geniaal, hier en daar zit er een vleug gekte doorheen. Het is impressionistisch, het doet denken aan de werken van Van Gogh in zijn niet zo stabiele levensfase.

,,Wat ik wel deel is het respect dat Agee had voor zijn onderwerp. Toen ik met Hoe God verdween uit Jorwerd (1996) bezig was, heb ik vaak aan Evans en Agee gedacht. Als je als journalist in de intimiteit terechtkomt van dit soort plattelandsgemeenschappen, word je heel erg met je neus op het feit gedrukt dat mensen en ook dorpen het recht hebben op geheimen. In de reguliere journalistiek gaat het vaak over mensen die macht hebben, die gewend zijn om in de publiciteit te staan. Journalisten zijn gefocust op openbaarheid, en terècht want dat is hun vak, maar er bestaat ook een recht op het geheim. Als je het vertrouwen wint van onschuldige mensen en je betreedt hun intimiteit om er een verhaal over te schrijven, dan schept dat verplichtingen, dan moet je hun privacy respecteren.

,,De mensen in Jorwerd konden net zo goed de deur voor me dichthouden. Wat ze deden als ik ze interviewde, was dat ze me hun leven cadeau gaven. En als mensen niet gewend zijn aan openbaarheid, hun levensverhaal nooit vertellen, dan vertellen ze ook alles als iemand er naar vraagt. Agee worstelde ook met het verschijnsel dat, doordat zij daar aanwezig zijn bij die families, de situatie verandert. Ik vind dat elke journalist daarover na moet denken. Journalistiek leeft bij de mythe van de onpartijdige waarnemer, terwijl je als journalist wel degelijk een nieuwe dynamiek kunt brengen in de situatie die je beschrijft. Voor mij was dat een eye-opener, hoe Agee over dat probleem filosofeerde.

,,Als Agee schrijft dat de journalistiek zich permanent wentelt in `de zelfgenoegzame illusie, dat ze de waarheid vertelt', heeft hij absoluut gelijk. Ten eerst is de waarheid nooit te vatten in drie alinea's van een berichtje, dat is een reductie van de waarheid, en in de tweede plaats is het zo dat in een krant minder klopt dan je zou willen. De waarheid is behoorlijk gecompliceerd. De meeste journalisten krijgen na een jaar of tien, twintig toch wel in de gaten dat het meestal net even anders ligt dan ze dachten, en ze worden dan ook wat voorzichtiger. Er is geen instantie die journalisten controleert, dus is zelfcorrectie geboden. Er zijn momenten geweest dat ik dacht, in wat voor een vak heb ik me de afgelopen vijfentwintig jaar begeven? Ik pleit ook mezelf niet vrij. In het begin werkte ik heel snel en dan ging er best wel eens iets mis. Ik denk dat elke journalist het een paar keer moet meemaken zelf object van nieuws te zijn. Dan krijg je echt wel een ander beeld van het vak, daar word je wel wat voorzichtiger van.'

Kent Mak hedendaagse voorbeelden van het soort journalistiek dat Agee en Evans bedreven? ,,Als Agee en Evans nu geleefd hadden, waren het documentairemakers geweest, dan hadden ze op het IDFA-festival een prachtige documentaire laten zien. Want eigenlijk is Let Us Now Praise Famous Men een documentaire. Dit soort journalistiek, hele arbeidsintensieve, gevoelige observatie van het gewone leven van toch bijzondere mensen, bloeit in de wereld van de documentaire. In de schrijvende journalistiek zie je het eerder minder worden dan meer.

,,Dit is niet het beste boek dat ik ooit gelezen heb, maar wel het meest inspirerende. Van dit boek leer je ook van de fouten die de schrijver maakt. Als journalist en non-fictieschrijver moet je de emotie altijd impliciet houden. Agee ontneemt soms met zijn prekerigheid de lezer zijn eigen emotie. Daardoor heeft het boek hier en daar een minder sterke lading dan het had kunnen hebben. Je moet iets opschrijven op zo'n manier dat de lezer denkt: wat een schande. Je moet dat nooit zelf zeggen. Agee heeft alles in zich om een hele goede waarnemer te zijn, maar op een gegeven moment gaat hij tussen de lezer en de waarneming in staan. Maar ook als Agee faalt, het blijft een grandioze manier van falen.'

James Agee en Walker Evans: Let Us Now Praise Famous Men. Vertaald uit het Engels door Frank van Dixhoorn als `Laat ons nu vermaarde mannen prijzen', Bert Bakker, 1991, 386 blz. Uitverkocht.