Iran

Ik heb mij verbaasd over het naïeve oriëntalisme dat spreekt uit de, ongetwijfeld goed bedoelde, boekbespreking door Wim Raven van maar liefst vier boeken over de hervorming van Iran (`Hoe de islam zich uit het moeras trekt', Boeken, 18.1.02).

De auteur lijkt te veronderstellen dat de uiterlijkheden van een samenleving (`chador', de sluier, en `Coca-Cola') een weerspiegeling vormen van de innerlijke dynamiek. In deze veronderstelling wordt een `westers' uiterlijk gezien als een teken van liberalisering. Met deze oriëntalistische benadering wordt dan ook meteen gekeken naar de hervormingen van vrouwenrechten. De importantie van vrouwenrechten als teken van liberalisering wil ik niet bagatelliseren. Integendeel. Fixatie op dergelijke uiterlijkheden bedekt de werkelijke hervormingen. Zoals de auteur zelf ook opmerkt wanneer hij stelt dat de chador zijn relevantie alweer verloren heeft: er zijn dringender zaken aan de orde.

Hetzelfde geldt voor het andere in het artikel aangehaalde uiterlijk, dat ik `Coca-Cola' heb genoemd. Ook dit uiterlijk verhult de werkelijke hervormingen. Er is niets on-islamitisch aan technologie of daarmee samengaande consumptie. Ook dit is een oriëntalistisch vooroordeel.

De werkelijke hervormingen in Iran zijn van politiek-economische aard. Een politiek-economische benadering stelt ons in staat door de uiterlijkheden van een samenleving heen te kijken. De vraag of de islam in Iran nu bevorderlijk of remmend werkt voor wat voor hervormingen dan ook, wordt daarmee irrelevant. Want die discussie heeft, zoals we nu toch zouden moeten weten, alleen maar ellende gebracht.

Naschrift Wim Raven:

Het verband tussen oriëntalistiek en naïviteit begrijp ik niet. Ook voor mij spreekt het vanzelf dat cola, kleding, enzovoort slechts uiterlijkheden zijn, en dat in Iran evenals elders de economie het primaat heeft. Maar in zijn pogingen de economie te hervormen onderscheidt Iran zich nauwelijks van andere half-ontwikkelde landen. Ik wilde juist wijzen op iets unieks: een serieuze en ten dele ook succesvolle poging, de islam te hervormen. In de Arabische landen heeft men dat sinds meer dan een eeuw vergeefs geprobeerd. Een verstikkend geestelijk klimaat is wel degelijk een factor in de economische stagnatie aldaar.