ING sluit periode van de `overdreven' weelde af

De verzekeringswinst van ING compenseert in ruime mate de tegenslag in het bankieren. Maar het blijft boekhouden. De grootste verliezen lopen niet mee in de winstcijfers, maar tasten ondertussen wel ING's weerbaarheid aan.

Groot in het buitenland, sterk in het binnenland. De jaarresultaten van ING – bank, verzekeraar en belegger – zijn gisteren in goede aarde gevallen. De grootste financiële instelling van Nederland meldde een 6 procent hogere winst van 4,25 miljard euro.

ING voldeed daarmee ruimschoots aan de verwachtingen in de markt. Vorig jaar oktober verlaagde het concern zijn winstprognose als gevolg van de economische malaise en de crisis op de financiële markten. ,,Een moeilijk en zwaar jaar'', zo karakteriseerde bestuursvoorzitter E. Kist gistermiddag het jaar 2001. ,,Maar onze mix van activiteiten en onze eenmalige posten hebben ons er doorheen geholpen.''

ING heeft zijn thuismarkt op orde. Ruwweg tweederde van de winst wordt in Nederland verdiend. De sterk gegroeide activiteiten in het buitenland steken daar schril bij af. Zeven van de tien medewerkers bevinden zich inmiddels buiten Nederland, maar zij staan nog niet hun mannetje als het om de bijdrage in de winst gaat. Verzekeraars blijken toch minder voorspelbaar dan verwacht.

Met de overnames in 2000 van de Amerikaanse levensverzekeraars Aetna en Reliastar is ING meer verzekeraar dan bank geworden. Het concern toonde gisteren de keerzijde van een moderne levensverzekeraar. De traditionele levensverzekering maakt plaats voor nieuwe varianten die de verzekeraar minder stabiele inkomsten garanderen. De polissen die in de Verenigde Staten worden verkocht zijn veel sterker afhankelijk van de beursnukken dan de oude vertrouwde levensverzekeringen. Dat is een van de verklaringen voor de relatief lage rendementen in de Verenigde Staten. Op de 38 miljard premie-inkomsten werd nog geen 0,8 miljard verdiend. Het Nederlandse verzekeringsbedrijf genereerde meer dan 2 miljard operationele winst op `slechts' 12 miljard aan verzekeringsbaten.

De twee Amerikaanse overnames voor omgerekend 16 miljard euro waren daarmee verantwoordelijk voor nog geen 3 procent van ING's concernwinst. Zijn Aetna en Reliastar dan een miskoop geweest? Het bestuur van ING verwerpt iedere suggestie in die richting. ,,We zitten in een zeer complex en langdurig integratieproces van drie verschillende verzekeraars. Wij verwachten de komende jaren in de Verenigde Staten een behoorlijke verbetering van de resultaten.''

Het sterk ingekrompen bankbedrijf in Amerika draait nog slechter. Bijna iedere euro omzet vertaalde zich in een vergelijkbaar verlies. In 2001 heeft ING de meeste verliesgevende bankactiviteiten afgestoten. ,,We moesten daar zwaar ingrijpen. Dat hebben we dus ook gedaan'', stelt financieel directeur C. Maas. Door het overgebleven bankbedrijf is ook nog eens stevig de bezem gehaald. Net als in 2000 schreef de Amerikaanse bankdivisie daardoor rode cijfers.

Het slechte beleggingsklimaat plaagt ING juist op het moment dat het op grotere voet is gaan leven. Het concern laat definitief de periode van de `overdreven' weelde achter zich. Jarenlang klaagden beleggingsanalisten over de conservatieve handelwijze van ING, waarbij een keur aan verborgen schatten werd gekoesterd en het bedrijf onevenredig weinig leende om zijn activiteiten te financieren.

Die tijden zijn voorbij. De afgelopen jaren is ING zijn `oversolvabiliteit' te lijf gegaan door een deel van de beleggingen te verzilveren en het geld te gebruiken voor overnames. Nu zorgen de dalende beurskoersen ervoor dat het bedrijf nog verder inteert op de reserves. De gedaalde waarde van ING's beleggingen heeft in 2001 een gat van 3,7 miljard in het eigen vermogen geslagen. Die buffer is met 15 procent gedaald. Het eigen vermogen ligt nu onder het niveau van 5 jaar geleden terwijl het totaal aantal bezittingen tussen 1997 en 2001 van 281 miljard naar 705 miljard euro groeide.

De gerealiseerde winst op ING's eigen beleggingsportefeuille van ING steeg niettemin zoals verwacht met 15 procent. Het is het 'gouden kraantje' waaruit financieel directeur C. Maas al jaren tapt. Hij streeft ernaar om de gerealiseerde winsten op de beleggingsportefeuille ieder jaar met 15 procent te laten stijgen om ,,voorspelbaar te zijn''. Bij dalende beurskoersen worden eenvoudigweg wat meer bezittingen van de hand gedaan om de beleggingswinst met het beoogde tempo te laten groeien.

De werkelijke verliezen op beleggingen gaan schuil in ING's herwaarderingsreserve. Die is in 2001 naar het laagste niveau van de afgelopen vijf jaar gezakt. Nog zo'n belabberd beursjaar en de bodem van de eens zo rijke belegger is in zicht. Maar C. Maas kan zich laven aan de gedachte dat ,,in het geval ING de bodem ziet er heel wat concurrenten al doorheen zakken''. Ofwel, de portemonnee van ING mag half leeg zijn, volgens het bestuur heeft de knip van de concurrentie nog minder inhoud. De vraag is of dat ook zo'n geruststellend idee is voor de buitenwacht.