Help, verkiezingen!

Politici op campagne; wat levert het toch altijd een treurig beeld op. De onechtheid straalt er vanaf. Voor iedereen is het een kwelling: voor de politicus die omringd door persvolk en lokale autoriteiten opeens oog-in-oog staat met een gewone burger; en voor die gewone burger die in een totaal onnatuurlijke ambiance zijn verhaal mag/moet doen.

Niet gehinderd door enige bescheidenheid trekken de politici van Circus Binnenhof nu al enige tijd door het land. Het gaat `slechts' om gemeenteraadsverkiezingen, maar niet eerder was de landelijke politiek zo alom aanwezig in de lokale campagnes. Niet zozeer uit interesse voor de gemeentepolitiek, maar vanwege het belang dat op 15 mei bij de Tweede-Kamerverkiezingen op het spel staat. Op dit moment zijn de verhoudingen zodanig dat de partij die aanstaande woensdag het minst gehavend uit de strijd komt, zich de minste zorgen hoeft te maken over wat dezelfde partij over ruim twee maanden staat te wachten. Veel is het niet, maar het politieke klimaat is dan ook zo ongewis dat gevestigde partijen blij zijn met elke strohalm.

Maar het gevolg is wel dat omwille van de grote reddingsoperatie voor 15 mei de lokale verkiezingen geheel van hun ziel zijn beroofd. Schaamteloos hebben de Haagse eredivisiespelers de podia van hun lokale partijgenoten weggekaapt. Onder het motto `wat goed is voor het land, is ook goed voor de stad' is de campagne voor de raadsverkiezingen ontaard in één grote generale repetitie voor de Tweede-Kamerverkiezingen. En daarmee geeft de Haagse politiek haarfijn te kennen nog steeds niets te begrijpen van het signaal dat de kiezers nu al keren achtereen afgeven bij raadsverkiezingen. Die boodschap luidt dat er geen sociaal-democratische stoeptegels, liberale lantaarnpalen of christen-democratische cross-veldjes bestaan. De kiezer wil bij raadsverkiezingen een oordeel kunnen uitspreken over lokale kwesties. Maar voor in elk geval de wat grotere steden is het politieke kader er uitstekend in geslaagd alle wezenlijke keuzes te verdonkeremanen. Meest gehoorde verzuchting als het om de aanstaande verkiezingen gaat: ik zou absoluut niet weten waar ik op moet stemmen.

De raadsverkiezingen van 1998 vormden met een opkomst van 59,5 procent een dieptepunt. Uit het nationaal kiezersonderzoek van vier jaar geleden bleek dat gebrek aan interesse of het niet kunnen maken van een keuze de meest gehoorde verklaringen voor stemonthouding waren. Maar met die wetenschap hebben de partijen vervolgens niets gedaan. Want dit jaar valt er nog minder te kiezen. Politiseren lijkt een niet meer bestaande eigenschap.

Het antwoord van de kiezer zal zich naar alle waarschijnlijkheid uiten in een nog lagere opkomst en nog meer steun voor de lokale partijen. En geef de kiezer eens ongelijk. Stemmen is een recht, maar gekozenen vergeten maar al te vaak dat het geschonken vertrouwen moet worden gekoesterd en elke keer weer opnieuw verdiend. Aan dat laatste ontbreekt het volledig. Sinds steden worden gemanaged en het woord gemeentebegroting is vervangen door omzet, zijn klassieke politieke vraagstukken opgehouden te bestaan. Dat wil zeggen: de dilemma's bestaan nog wel maar zijn onder het juk van het collegiaal bestuur weggemoffeld. Is het eenmaal zover, dan hoeft verantwoording tegenover de kiezer ook niet meer plaats te vinden, behalve dan de obligate aanwezigheid op straat, enkele weken voor de verkiezingen.

De `deus ex machina' heet dualisering van het gemeentebestuur. Het idee en ook de hoop is dat door in het gemeentebestuur controle en uitvoering uit elkaar te trekken de politiek terugkeert. Wethouders maken straks geen deel meer uit van de gemeenteraad en gaan regeren, de raad controleert. Het staat allemaal te gebeuren. Zoals de staatscommissie-Elzinga die hierover in 2000 aanbevelingen deed stelde: ,,Verandering van het overwegend monistische bestuursmodel in de richting van een meer dualistisch bestel moet ook benut worden om gemeentelijke politiek in institutionele zin open te breken en van zijn inclusieve en gesloten karakter te bevrijden.''

Het klinkt veelbelovend, maar er is nu deze verandering er aan zit te komen weinig van gemaakt. Natuurlijk, het nieuwe stelsel zal pas na de verkiezingen worden ingevoerd. Maar de dualisering was toch bedoeld als instrument om de rollen van bestuurders en raadsleden, in de woorden van de commissie-Elzinga, te `herdefiniëren'? ,,Structuurverandering moet gepaard gaan met cultuurverandering'', aldus het rapport. Maar juist op dit laatste punt hebben de lokale politici het tijdens de nu gevoerde campagne volledig laten afweten. Voorzover er überhaupt sprake was van een campagne ademde deze in niets de sfeer van een meer open, politieke benadering. In de meeste steden was toch het parool dat de bestaande brede consensus vooral in goede harmonie voortgezet diende te worden.

Zodoende is er sprake van een uitermate armoedige campagne die alleen dankzij de misplaatste dominantie van landelijke politici nog enige, maar wel verkeerde kleur heeft gekregen. Want juist de massale aanwezigheid van de landelijke lijsttrekkers heeft de lokale politici van landelijke partijen nog meer onzichtbaar gemaakt. Terwijl op alle terreinen in de samenleving de diversificatie doorzet, verabsoluteert de gevestigde politiek de uniformiteit. Die houding gaat zich tegen de partijen keren. Zij die zich van deze politieke monocultuur distantiëren zijn aanstaande woensdag de winnaars van de verkiezingen: de lokale partijen en de niet-stemmers.