God wijkt geen millimeter

Er lijkt ondanks een recent Arabisch vredesvoorstel nog geen eind te komen aan de gewapende escalatie tussen Israël en de Palestijnen. Twee studies belichten de politieke en de religieuze dimensies van het conflict.

Je kunt je nu al bijna niet meer voorstellen hoe het voelde, die eerste jaren na de beroemde handdruk op het gazon van het Witte Huis in Washington: de euforie, de hoop die zelfs sceptici hadden op een einde aan het honderd jaar oude conflict tussen Palestijnen en joden over wie er nu eigenlijk in het Heilige Land mocht wonen.

Ja, er waren nog vele obstakels en valkuilen, maar de goede wil was getoond; bovendien waren de discussies over heikele zaken als Jeruzalem, de nederzettingen en de Palestijnse vluchtelingen tot een later tijdstip uitgesteld. Tegen die tijd zou er aan beide kanten voldoende vertrouwen zijn gegroeid om ook deze beladen kwesties te kunnen bespreken en tot een compromis te kunnen komen.

Twee jaar later werd premier Jitschak Rabin, de havik die naar vrede verlangde, vermoord door een religieus-nationalistische fanaticus. Nog weer vijf jaar later begon de tweede intifada, na het mislukken van de onderhandelingen over een definitieve vredesregeling. En nu, na anderhalf jaar escalatie van geweld over en weer, lijkt de kans op vrede binnen afzienbare tijd volkomen verkeken. Het weliswaar verrassende initiatief van Saoedie-Arabië om normalisering van de betrekkingen met de gehele Arabische wereld, aan te bieden in ruil voor volledige terugtrekking uit de Gaza-strook en de westelijke Jordaanoever zal daar, naar te vrezen valt, op korte termijn niet veel aan veranderen.

Wat ging er mis en waarom? De analyses hebben inmiddels vele dennen het leven gekost, maar zijn veelal niet verder gekomen dan het aanwijzen van een `schuldige'. En uiteraard is dat altijd de andere partij. Hoewel Op heilige grond de teloorgang van het vredesproces niet echt analyseert, draagt het veel materiaal aan voor zo'n analyse. Ornstein en Van Weezel spraken met hoofd- en bijrolspelers in het vredesproces, vanaf de eerste geheime besprekingen via de uitwerking in de praktijk van de akkoorden tot de bloederige ondergang in menselijke bommen, tanks en nu ook raketten.

De eerste drie hoofdstukken, die de periode tot de dood van Rabin bestrijken, roepen nostalgie op naar de wittebroodsweken van het vredesproces: Israëlische en Palestijnse onderhandelaars die werkelijk naar elkaar luisteren en blijk geven van wederzijds respect, Israëlische militairen en veiligheidsmensen van de Palestijnse Autoriteit die op vriendschappelijke wijze samenwerken, economische samenwerking.

Sabotage

Toch moet het daar al begonnen zijn: niet alleen de ergernissen en misverstanden die met wat goede wil nog vielen recht te zetten, maar vooral de sabotage door Palestijnen en Israëli's die nog niet rijp zijn voor de pijnlijke compromissen die zullen moeten worden gesloten om het conflict te beëindigen, en die liever hun leven (en dat van anderen) opofferen aan hun eigen gelijk.

De fanatici aan beide kanten vormen een minderheid, maar wel één die voldoende kwaad kan aanrichten om te voorkomen dat het voor het uitvoeren van de akkoorden noodzakelijke vertrouwen ontstaat. Daarbij doet het er niet toe of er tegenover één Baruch Goldstein, die in 1994 negenentwintig biddende moslims vermoordde, tien of twintig Palestijnse zelfmoordmoordenaars staan. Het in honderd jaar wederzijdse wreedheden gegroeide wantrouwen zal alleen verdwijnen als het in het geheel niet meer wordt gevoed.

Er staat dan ook meer op het spel dan `alleen maar' land dat tussen twee partijen verdeeld moet worden. Bernard Wasserstein laat in Divided Jerusalem zien op welke manier het conflict over de wereldlijke soevereiniteit over Jeruzalem onlosmakelijk verbonden is met de status van de heilige plaatsen van de drie monotheïstische godsdiensten. Dit conflict is niet alleen, zoals bekend, al veel ouder dan dat tussen joden en Palestijnen, maar heeft door de rol die de christelijke en islamitische landen erin speelden en nog steeds spelen, ook een internationaal karakter.

Wasserstein toont aan hoe vanaf de Ottomaanse overheersing de verschillende stromingen in het christendom en in de islam via wereldlijke beschermheren hebben geprobeerd hun invloedssfeer in Jeruzalem uit te breiden. En hoe omgekeerd die beschermheren, van de rooms-katholieke Franse koningen tot de seculiere regimes na de Franse Revolutie, van de Russisch-orthodoxe tsaren tot de `goddeloze communisten' via hun consuls ter plekke de diverse christelijke groepen manipuleerden. Bij gebrek aan beschermheren speelden de joden tot in de twintigste eeuw geen rol van betekenis in dit schaakspel.

Door de vervlechting van religie en politiek en het misbruik dat zowel christelijke als joodse en islamitische machthebbers ervan maken, is in de loop van de eeuwen een gordiaanse knoop ontstaan waarvan het huidige conflict slechts de zoveelste fase is. In het bijzonder de christelijke heersers hebben zich vanaf 1244, toen zij door de legers van de Mamelukken uit Jeruzalem werden verdreven, intensief beziggehouden met diplomatieke intriges om macht over christelijke heiligdommen te verkrijgen. De Heilige Grafkerk is een schrijnend voorbeeld van de onverkwikkelijkheden die rond dergelijke plaatsen tot op heden plaatsvinden, inclusief vechtpartijen tussen pelgrims van verschillende stromingen en sekten, over bij voorbeeld de vraag wie welk deel van de kerk mag schoonmaken.

Vanaf het ontstaan van het zionisme in de negentiende eeuw tot 1945 waren de christelijke kerken sterk gekant tegen het herstel van de joodse soevereiniteit. Aanvankelijk waren de seculiere, overwegend socialistisch georiënteerde zionisten ook niet in het minst geïnteresseerd in Jeruzalem, dat zij beschouwden als het domein van de `achterlijke' orthodoxe joden, die op hun beurt weer fel anti-zionistisch waren. Pas na de Zesdaagse oorlog in 1967 begon het idee van herstel van joodse soevereiniteit over het bijbelse Israël een politieke rol te spelen. Dat uitte zich in kolonisatie van de Westelijke Jordaanoever en de grootschalige bouw van joodse wijken in het Arabische deel van Jeruzalem. Dat heeft het vinden van een uitweg uit het conflict er niet eenvoudiger op gemaakt.

Nadat in 1948 duidelijk was geworden, dat er toch een joodse staat kwam, schaarden de christelijke kerken zich achter het VN-plan voor de internationalisering van Jeruzalem, aangezien dat hun een laatste kans leek om macht te blijven uitoefenen in die stad. Op vergelijkbare wijze ontstond pas in 1977 de eis dat Jeruzalem de hoofdstad van een Palestijnse staat zou worden. Deze eis werd geformuleerd door Saoedi-Arabië, die de Palestijnen goed konden gebruiken in hun machtsstrijd met het Hasjemitische koningshuis van Jordanië.

Machtsspel

Divided Jerusalem leest niet alleen als een politieke thriller, maar werpt ook licht op een belangrijk aspect van het conflict: de plaats die Jeruzalem door de eeuwen heen heeft gehad in het internationale diplomatieke machtsspel. Daarmee is het wel leesvoer voor gevorderden in het Midden-Oosten conflict. Die zijn zich hopelijk bewust van de – overigens expliciet gekozen – eenzijdigheid van Wassersteins invalshoek. Want hoewel de monotheïstische godsdiensten een belangrijke rol spelen in deze thriller, gaat het daarbij uitsluitend om hun institutionele aspect. Door het cynisme van hun machtspolitiek zou je bijna vergeten welke plaats de heiligdommen innemen in de harten van christenen en moslims en welke plaats Jeruzalem in haar geheel heeft in de gebeden en emoties van joden.

Op heilige grond schiet duidelijk tekort waar het gaat om de religieuze kant van het conflict: hoewel Ornstein en Van Weezel ook gesproken hebben met religieuze joden, is hun weerzin en onbegrip duidelijk tot in details. Zo zien zij de acht-plus-éénarmige kandelaar voor het Chanoekafeest op het dak van een ministerie aan voor het nationale symbool van de zevenarmige menora, die zij ook nog eens slechts vijf in plaats van zeven armen toekennen. De naam van de mensenrechtenorganisatie Betselem betekent niet `kijk in de spiegel', maar is ontleend aan een zin in het scheppingsverhaal (Genesis 1:27) die een belangrijke basis voor de joodse ethiek vormt: `En God schiep de mens naar Zijn beeld, naar Gods beeld (`betselem Elohim') schiep hij hem...'(vertaling I. Dasberg). De interpretatie hiervan is, dat elk gebrek aan respect, laat staan het mishandelen van de medemens, een misdrijf tegen God is. In Israël, waar bijbelkennis een schoolvak is, begrijpt iedereen het verwijt dat in de naam van deze organisatie besloten ligt.

Wasserstein concludeert dat het conflict over Jeruzalem, dat één van de grootste obstakels voor vrede is, alleen kan worden opgelost door erkenning van de realiteit van het plurale karakter van de stad, zowel in spiritueel, demografisch als in politiek opzicht. Van Weezel en Ornstein houden het erop, dat `gebrek aan respect voor elkaar misschien wel de kern [mag] worden genoemd van het conflict'. Zo komen Wasserstein en het journalistenduo, de één vanuit de geschiedenis van de internationale diplomatie, de ander vanuit een overzicht van de opkomst en ondergang van het vredesproces, tot vrijwel dezelfde conclusie.

Bernard Wasserstein: Divided Jerusalem. The Struggle for the Holy City. Profile Books, 412 blz. E38,96 (geb.)

Leonard Ornstein en Max van Weezel: Op heilige grond. Achter de schermen van het vredesproces in het Midden-Oosten. Prometheus, 279 blz. E16,50