Geitje in de klok

Het is avond en kil,

Zes keer slaat de klok.

De zon is al weg

En de wind steekt op.

En de klok die tikt,

De klok die tikt

Dicht slaat de deur.

Een gordijnroe is krom,

Een stoel is kapot,

De tafel ligt om.

En de klok die tikt,

De klok die tikt

De lucht wordt rood,

Een vurige gloed

Op de vloer ligt meel,

Aan de muur kleeft bloed.

En de klok die tikt,

De klok die tikt

De klok die tikt,

En de klok die tikt

En in de klok

Daar klinkt gesnik

De klok die tikt,

Daar klinkt gesnik