Geiten met gappers

De kinderen uit het dorpje Frip hebben een zwaar bestaan. De hele dag vegen zij `gappers' van hun geiten, om die gappers daarna in zee te storten. `Dan zonken de gappers naar de diepte en begonnen zich onmiddellijk moeizaam een weg te banen over de oceaanbodem, waarna ze drie uur later weer in Frip opdoken.' Gappers zijn nou eenmaal dol op geiten, klimmen gillend van vreugde in hun vacht, en bezorgen het dier een vroege en pijnlijke dood.

Van alle problemen die in boeken voor kinderen opduiken, is dit probleem wel het meest bizarre dat ik ooit tegenkwam. Maar: wat een fijne flauwekul. De zeer volhardende Gappers van Frip is heel grappig en doodeng tegelijk. En de auteur, de Amerikaan George Saunders, lijkt een leerling van Roald Dahl.

Maar wat zijn gappers nou eigenlijk?

Een gapper is een fel oranje, balvormig schepsel, een soort zee-anemoon, vol ogen en tentakeltjes. Hij beweegt zich voort door zijn `buitengewoon gevoelige' buik `in- en uit te rimpelen'. Gappers hebben een klein breintje en sommige zijn wat slimmer dan andere. Als vijftienhonderd-en-een gappers zes uur lang rond een verlaten geitenweitje rollen, komt er uiteindelijk een van hen tot de conclusie dat het gebied geitloos is.

Het nonsensverhaal is geïllustreerd door Lane Smith met griezelig groteske prenten. Smith, die onder meer Dahls James and the Giant Peach illustreerde, gebruikt uiteenlopende technieken. Sommige platen zijn collages, andere geschilderd met olieverf. Ze verwijzen voortdurend naar bekende schilderijen, zoals van Jeroen Bosch en Salvador Dali. Hij is voor zijn lef al verschillende keren bekroond.

Ondanks alle nonsensicale ingrediënten is het verhaal logisch van opbouw. Er is een probleem en de hoofdpersoon, een meisje dat de toepasselijke naam `Capabeltje' draagt, lost dat op. Een aardig meisje, dat zorgt voor haar rouwende vader, haar moeder is gestorven: `Sindsdien wilde haar vader niets liever dan dat alles bleef zoals het was.' Het laatste door moeder bereide eten was witte rijst. Dus wil vader nu alleen nog wit voedsel eten.

Capabeltje helpt haar vader, pakt het gapperprobleem aan en maakt ruzie met de buren. Uiteindelijk leert ze een levensles: `(-) ze kwam al snel tot de ontdekking dat het helemaal niet zo grappig was om het soort persoon te zijn dat lekker zit te eten in een warm huis terwijl anderen in het donker op hun dak zitten te bibberen. Dat wil zeggen, in het begin was het wel grappig, maar toen werd het langzamerhand steeds minder grappig, tot het eigenlijk helemaal niet meer grappig was.' De humor schuilt, behalve in gappers en geiten, in dit soort uitweidingen. Veel schrijvers willen geen woord teveel te gebruiken. Saunders kletst er maar op los.

George Saunders: De zeer volhardende Gappers van Frip. Met illustraties van Lane Smith. Uit het Amerikaans vertaald door Ineke Lenting. Vassallucci. 83 blz. E22,50. Vanaf 8 jaar.