Geen dag zonder schaamte

NEW YORK. De rugzak was er zo een die kinderen meenemen naar school, met een appel, een boterham, een gymbroekje misschien. Hij woog ook niet veel meer.

,,Ik kom zo'', riep ze vanuit de badkamer. Ze maakte nog een keer haar lippen rood. De laatste weken had ze iedere dag een journaal voor me bijgehouden, dat ze me 's ochtends overhandigde. Haar belevenissen, gedachten, observaties. Het journaal van deze dag bestond uit één regel: ,,Stel je voor, een penthouse in de hemel.''

Ze wilde dat ik bij haar zou intrekken zodra de renovatie van haar appartement voltooid was en dat ik dan na haar dood daar zou blijven wonen. Alsof ze op die manier hoopte te bereiken dat ik tot in de eeuwigheid alleen nog over haar zou schrijven. Soms vroeg ze: ,,In welke kleur wil je je bidet?”

Ik deed wat ik altijd deed: ik schoof de keuzes voor me uit, tot het noodlot voor mij besliste.

Tegen anderen klaagde ze: ,,Hij interesseert zich niet voor de inrichting van zijn eigen badkamer.''

Te futiel om me voor te interesseren, een badkamer. Het hogere riep. Een boek, en nog een. Maar hoe gevaarlijk kan een boek worden?

,,Is dat alles watje meeneemt?'' vroeg ik en ik wees op de rugzak. Hij deed me denken aan een die mijn moeder ooit voor me had gekocht en waarvoor ik me diep had geschaamd.

Ik heb dagen gekend zonder lust, zonder woede, zelfs zonder verlangen. maar geen dag zonder schaamte.

,,Kun je deze brieven voor me op de post doen?'' vroeg ze. ,,Het zijn rekeningen die ik nog moet betalen.''

De afgelopen dagen was haar toestand erg achteruitgegaan. Ze kon geen eten meer binnenhouden. Ze at nog wel, in de dure restaurants waar ze altijd at als ze met mij was, maar ze hield het niet meer binnen.

Na afloop van onze laatste lunch was ze in het restaurant op de grond gaan liggen en had zeker een half uur lang boeren gelaten. Daarbij had ze af en toe geroepen: ,,Ik verga van de pijn.''

Maar ik voelde haar pijn niet, ik voelde mijn eigen schaamte. Ik knipoogde naar de serveerster, die bezorgd had geïnformeerd of het eten wel goed was gevallen. ,,Het is het eten niet'', had ik geantwoord, ,,het is iets in haar buik.'' Lust voelde ik ook. De mensen om ons heen sterven uit, we worden steeds eenzamer, maar de lust laat ons niet alleen. ,,Moeten we iets doen?'' vroeg de serveerster.

,,Het komt wel goed'', zei ik, ,,ze is een theatrale persoonlijkheid.''

Dat was ze ook. Daarom was het moeilijk te zeggen of dit haar laatste akte was, of haar voorlaatste.

Het afgelopen weekend had ze me gemachtigd om haar zaken te behartigen wanneer zij dat tijdelijk niet meer zou kunnen. Ook had ze me een brief gegeven waarin ze de doktoren vroeg om elke heldhaftige poging te ondernemen om haar leven te rekken. Zelfs als die poging haar zou doen lijden.

,,Ik geloof in de heiligheid van het leven'', had ze gezegd. ,,Je weet nooit waar een wonder op loer ligt.''

In mij had ze ook een wonder gezien, en ik had op de loer gelegen, ik lig altijd op de loer. Ik had haar nog aan het lachen gemaakt door te zeggen: ,,Je moet ook een brief ondertekenen waarin staat dat ik je mag verkrachten als je in coma komt te liggen.'' Die coma was nu niet meer ver weg.

Van het schrijven kon ik goed leven, maar rijk, rijk volgens New Yorkse begrippen, had het me niet gemaakt. De dood zou me rijk gaan maken. Ik zou uit de mond van de dood gaan eten. Ik heb altijd wel geweten dat er aan de dood meer te verdienen valt dan aan het leven.

Ik pakte de rugzak, en gaf haar een arm. ,,Kom'', zei ik, ,,we moeten gaan.''

Vier maanden waren we verloofd geweest toen de uitzaaiingen in haar buik werden geconstateerd. ,,De goden kunnen niet tegen het geluk van de mensen'', had ze gezegd. Ik ook niet. Kapot moet het, voor de goden toeslaan. In de lift meende ze iets vergeten te zijn.

,,Luister'', zei ik, ,,als ik door jouw kanker mijn deadlines mis, vermoord ik je.'' Ze kraaide van plezier.

De stervenden willen geen medelijden. Ze willen serieus worden genomen, ze willen worden behandeld alsof ze zullen terugkeren uit die plaatsen waaruit niemand is teruggekeerd.

,,Naar het Sloan-Kettering Cancer Center'', zei ik tegen de taxichauffeur. Hij wist het adres niet.

,,Waar zit dat kankercentrum?'' vroeg ik aan mijn verloofde.

,,Iedereen weet waar het kankercentrum zit.'' Ze rommelde in haar handtas. Sigaretten, aanstekers en lucifers kwamen tevoorschijn.

,,Ik denk niet dat je in dat kankercentrum mag roken'', zei ik.

Ze kneep hard in mijn pols. ,,Als ik niet mag roken, loop ik weg'', riep ze. Even had ze haar oude vorm hervonden.

De taxichauffeur werd ongeduldig, en ik ook.

,,Ik heb voor deze operatie twee uur uitgetrokken'', zei ik. ,,Had je niet kunnen wachten tot de zomer, dat was me veel beter uitgekomen.'' Eindelijk vond ze het adres. We reden. ,,Wat zit er in die rugzak?'' vroeg ik.

,,Sexy ondergoed. Ik ga de artsen verleiden.''

Een tevreden glimlach trok over haar gezicht.

Eerst was ze mij tegemoet getreden in dat ondergoed, nu trad ze ook de dood tegemoet in Franse lingerie.

Ze toonde me een slipje dat we van de zomer samen in Zwitserland hadden gekocht. ,,Hoe denk je dat ze dat zullen vinden, de kankerspecialisten?'' De taxichauffeur schudde zijn hoofd, en ik ook.

Aan de portier van het centrum vroeg ik waar de acute opname was. Hij wees ons de weg.

Ik liep vooruit, met de rugzak. Zij erachter aan.

Het ziekenhuis was vol. Elk seizoen is het seizoen van de kanker. We baanden ons een weg door volle wachtkamers, schreeuwende verpleegsters, lachende doktoren, telefonerende kinderen en hier en daar een plant. Tot we bij de acute opname arriveerden.

Een vriendelijke jongeman vroeg: ,,Schrijven jullie je allebei in?'' ,,Alleen deze dame. Ik kom later terug'', zei ik. Ze schreef zich in, maar middenin hield ze op.

,,Je gaat toch niet in mijn penthouse met andere vrouwen neuken?''

,,Nooit'', zei ik, ,,zo ben ik niet. Dat kan ik ook niet. Ik ben principieel tegen neuken.'' In de ogen van de portier zag ik dat zijn moment van verwarring was aangebroken. ,,Dat is mijn moeder niet'', zei ik, ,,we zijn verloofd.'' De inschrijving werd beëindigd.

,,Ga maar terug naar je deadlines'', zei ze, ,,de rest kan ik alleen. Vergeet niet de mensen in Brussel te zeggen dat ik eraan kom.''

Ik was genomineerd voor een prijs in Brussel. Mijn verloofde had het in haar hoofd gehaald de prijsuitreiking bij te wonen. Zij wilde op de Belgische televisie verschijnen. Bij voorkeur in lingerie, en als dat onmogelijk was, dan in een doorschijnend gewaad. Haar huid was een doorschijnend gewaad, en Brussel was voor haar een bruggenhoofd. Van daaruit wilde ze de rest van Europa veroveren.

Ik probeerde me New York zonder haar voor te stellen. Niemand meer die jaloers zou zijn, niemand meer die midden in de nacht zou bellen om te zeggen: ,,Jij klootzak, ze mag je hebben, die onbeduidende vrouw die niets anders voor zich heeft spreken dan haar jeugd.''

Je blijft over met de paar mensen die het niet erg vinden dat je over hen schrijft, met je eigen karakters dus.

Nadat ik mijn verloofde een keer een verhaal liet lezen dat ik over haar had geschreven, merkte ze op: ,,Je had ten minste kunnen zeggen dat ik mooi ben. Ik ben geen freak die je in Brussel als een trofee omhoog kunt houden. Ik heb honderd harten gebroken. Ik ben mooi!''

Bij deze.

Ik omhelsde haar haastig.

,,Verleid niet meer dan drie doktoren tegelijk'', zei ik. Toen verliet ik het kankercentrum.