Europa onder druk: PKK moet op terreurlijst

De internationale druk op de Europese Unie wordt opgevoerd om de Koerdische beweging PKK alsnog op de Europese lijst van verboden terroristische organisaties te plaatsen.

Minister Korthals zei dat gisteren in Brussel na afloop van een bijeenkomst van de Europese ministers van Justitie en Binnenlandse Zaken. Die stond in het teken van aangescherpt Europees beleid tegen terrorisme en georganiseerde criminaliteit. Nederland komt volgens de minister in een moeilijke en geïsoleerde positie als het straks als enige land niet bereid is de PKK op die lijst te plaatsen.

Eind vorig jaar ontbrak de PKK, mede door toedoen van Nederland, op de eerste Europese concept-lijst van terroristische organisaties. Dit tot groot ongenoegen van Turkije, dat vervolgens een diplomatiek offensief in een aantal Europese landen op touw heeft gezet. Ook andere landen oefenen druk uit. Duitsland, zei de minister, heeft overigens niet aangedrongen op plaatsing van de PKK op de terreurlijst.

Het kabinet besluit volgens de minister nog deze maand over de vraag of de PKK opgenomen dient te worden op de volgende versie van de terreurlijst. De Koerdische beweging geldt in Nederland niet als een terroristische organisatie en volgens Korthals ,,zegt men vanaf 1999 politiek te opereren. Er zitten ongelofelijk veel overwegingen aan dit dossier vast.''

Het standpunt van `Spaanse regeringsfunctionarissen' dat ook antiglobalisten op die lijst thuishoren zei Korthals ,,absoluut niet'' te delen. Op de vergadering verplichtten de lidstaten zich ertoe mee te werken aan inbeslagname van goederen of bevriezing van bankrekeningen van terroristische of criminele organisaties als een ander land daar na een gerechtelijke uitspraak om vraagt. Aanvankelijk lag Italië dwars.

Ook Nederland had bezwaren. Zo was onduidelijk welke instantie in het verzoekende land inbeslagname van goederen of bevriezing van bankrekeningen mocht eisen. Volgens Nederland mag dat alleen een officier van justitie of een rechter zijn, niet een politiefunctionaris.

Ook stelde Nederland zich op het standpunt dat het ne bis in idem-principe gewaarborgd moest zijn bij bevriezingsprocedures: goederen of bankrekeningen die eerder betrokken zijn geweest in de afhandeling van een strafrechtelijke procedure mogen niet beschikbaar worden gesteld voor een nieuwe procedure in een andere lidstaat.