Een vrouw en een stad in crisis

Lange tijd heeft de Russische literatuur uit de pas gelopen met die van het westen. Hij was wat ouderwets en dat had wel zijn charme. Zo is het postmodernisme de Russische lezer lang bespaard gebleven. Pas in de jaren negentig, na de val van het communisme, kwam er een generatie schrijvers die weer aansluiting zocht bij de rest van de wereld. En één van hen is Goar Markosyan-Kasper, een Armeense schrijfster die na haar huwelijk met een Est in Estland woont, maar die haar grote roman Penelope in het Russisch heeft geschreven. Dat klinkt erg internationaal, maar was in feite voor de vroegere Sovjet-Unie heel normaal. Een geboortejaar wordt ons onthouden, maar ik schat haar achter in de dertig. Ze behoort dus tot de generatie voor wie het uiteenvallen van de supermacht kwam voordat de loopbaan goed en wel begonnen was en die op jeugdige leeftijd al een grote ommezwaai moest maken; van de geborgenheid en de onwrikbare normen en waarden van het sovjetbestaan naar de jungle van het roverskapitalisme, iets wat zelfs jonge mensen niet allemaal even goed af ging.

Penelope, de hoofdpersoon van dit boek, is zo'n jonge vrouw die de aansluiting bij de nieuwe tijd niet meteen kan vinden. Zij is – in de sovjettijd – afgestudeerd in de literatuurwetenschap, een vak waar nu – in de nieuwe tijd – niemand meer behoefte aan heeft, maar nog steeds beleeft zij de wereld door het prisma van haar literaire kennis. Onnodig te zeggen dat op haar nachtkastje Ulysses van Joyce ligt, want dat boek is de directe inspiratiebron van Penelope.

Penelope is niet de vrouw van de held die braaf tien jaar op de terugkeer van haar geliefde wacht, maar meer een vrouwelijke versie van Odysseus. Het boek is het relaas van een dag uit het leven van een jonge Armeense vrouw in december van het jaar 1994 of daaromtrent in Jerevan, de hoofdstad van het net onafhankelijk geworden Armenië dat meteen met buurland Azerbajdzan in een bloedige oorlog is geraakt om Nagorny-Karabach.

Sterren

Penelope wordt wakker in de kou, want de economische crisis heeft zo hard toegeslagen dat elektriciteit en water alleen op volstrekt onvoorspelbare tijdstippen worden verstrekt. Wanneer zij niet al te vroeg opstaat, voelt Penelope een sterke behoefte aan een warm bad. Zoiets kan gebeuren, maar in het Jerevan van die jaren was het iets waarvoor de sterren wel heel gunstig moesten staan. En dat staan ze niet voor Penelope. Thuis is er in ieder geval geen stroom zodat ze bij een van haar talrijke vriendinnen of tantes haar heil moet zoeken. Zo begint haar tocht door Jerevan, op zoek naar een warm bad. De eerste pogingen mislukken, er is geen warm water, of geen elektriciteit, een enkele keer ook beide niet. Pas 's avonds heeft ze geluk bij een achternicht.

De dag is gered, Penelope heeft haar bad gehad. Onderweg in de stad komt ze haar beide minnaars tegen, haar vroegere en haar huidige. De oude rijdt in een grote Mercedes en doet zaken in Kaliningrad, hij is het type van de nieuwe rijke voor wie de wereld geen geheimen heeft, hij trakteert haar op een maaltijd en wil dat ze met hem trouwt en met hem mee gaat naar Kaliningrad. De ander is arts en heeft zich uit pure vaderlandsliefde als legerarts naar Nagorny-Karabach laten sturen. Hij is een idealist en Armeense nationalist, en dat is heel mooi, maar je kunt er nauwelijks van eten, net zo min als van Penelope's baan als docente literatuur.

Penelope's tocht is de tocht van een vrouw in crisis, een vrouw bij wie alle zekerheden zijn weggeslagen, door een stad in crisis, waar niets meer functioneert en waar elke bewoner zijn eigen overlevingsstrategie heeft.

Humoristisch

Goar Markosyan-Kasper weet de atmosfeer van het Jerevan van die jaren en de stemming onder de intelligentsia die door Joyce, Kant en andere grote denkers ineens met hun neus op de harde werkelijkheid werden gedrukt, heel goed voelbaar te maken. De lezer voelt de kou, de ontregeling, de verwarring van bijna iedereen en hij krijgt ook een aardig en humoristisch beeld van de denkwereld van de gemiddelde Armeniër met zijn huizenhoge patriottisme en nationalisme, voor wie demonstreren tegen of vóór wat dan ook een dagtaak en levensbestemming was geworden.

Dat het boek mij toch niet helemaal kan overtuigen, komt door de stijl. Goar Markosyan-Kasper lijdt een beetje aan het idee van veel Russische schrijvers (en vooral schrijfsters) dat een literaire tekst in taalgebruik zo ver mogelijk van de normale taal moet af staan. Met als gevolg een stijl zo vol krullen dat de lezer er dikwijls in verdwaalt. Bovendien maakt zij als een goed discipel van Joyce overvloedig gebruik van de monologue intérieur. Het hele boek beleeft de lezer vanuit het hoofd van Penelope, compleet met alle associaties, flauwe grappen, woordspelingen en uitweidingen die haar te binnenschieten. En omdat het niet allemaal geniaal is wat er zo op een dag door het hoofd van wie dan ook gaat, zijn ook Penelopes gedachtespinsels dat niet. Om niet te zeggen dat ze soms uitgesproken oninteressant zijn. Hoe realistisch dit ook lijkt, het doet op den duur afbreuk aan het boek. Daar gaat ze weer, denk je, en je bladert stiekem een bladzijde door.

Toen ik het boek enige tijd geleden in het Russisch las, irriteerde de stijl en de wijdlopigheid mij overigens veel meer dan in de Nederlandse versie. Dat moet wel aan de schitterende vertaling van Aai Prins hebben gelegen. Penelope is een van die zeldzame gevallen waar de vertaling beter lijkt dan het origineel, maar zelfs de vertaalster heeft het boek niet helemaal kunnen redden. Ook in vertaling moet Penelope tot de categorie boeken worden gerekend die weliswaar boeien maar die hun pretenties net niet helemaal kunnen waarmaken.

Goar Markosyan-Kasper: Penelope. Uit het Russisch vertaald door Aai Prins. Contact, 296 blz. E27,14