Een geheime satire

In een serie vertaalde klassieken deze week `Knisters en Goziedemij' of `La Celestina' van de Spaanse schrijver(s) Fernando de Rojas (vert. Henk de Vries. Athenaeum - Polak & Van Gennep, 446 blz. € 34,00)

Het jaar 1492 is cruciaal in de Spaanse geschiedenis. Niet in de eerste plaats vanwege de ontdekking van Amerika, maar vooral vanwege de verovering van Grenada en daarmee de eenwording van Spanje tot een van de eerste moderne staten van Europa. De nationbuilding onder het gezag van het `katholieke koningspaar' Ferdinand en Isabella vereiste een ideologische legitimatie die zich geen dissidente stemmen meende te kunnen veroorloven. Omdat God het koningschap gegeven had, vormden religie en staatsbestel een onlosmakelijke eenheid, waarbinnen niet-christenen bijna vanzelf als staatsgevaarlijk golden. Een grote uittocht van moslims en joden was het gevolg.

Zo begon de geschiedenis van de moderne staat met een tragedie die zichzelf nog vele malen zou herhalen. Ze heeft in Spanje wonden geslagen die nooit helemaal zijn geheeld. Vertaler en commentator Henk de Vries ziet er de duidelijke sporen van terug in La Celestina, het toneelstuk (eigenlijk een voorlees-tekst) dat kort na dat woelige jaar 1492 geschreven werd door een zekere Fernando de Rojas. Hoewel het een onmiskenbare middeleeuwse structuur heeft, wordt het om de levendige dialogen en de individuele karakterschilderingen wel als het eerste moderne werk in de Spaanse literatuur beschouwd. Cervantes zou nog ruim een eeuw op zich laten wachten.

De naamgeefster en centrale persoon van het stuk is in Spanje zo'n spreekwoordelijke figuur geworden dat een koppelaar nu `celestina' heet. De Celestina uit het stuk is echter veel méér. Ze is heks, gewezen prostituée, hoerenmadam en `gelegenheidgeefster', maar als huwelijksmakelaar wordt ze door de verliefde ridder Calisto in de arm genomen om de liefde te verschalken van de evenmin onbemiddelde burgerdochter Melibea.

Dat lukt, maar Celestina schiet er wel het leven bij in, wanneer zij weigert haar ruime beloning te delen met de knechten van Calisto, die ze voor haar karretje heeft gespannen. Wanneer die laatsten vervolgens worden terechtgesteld, Calisto na een verstolen liefdesnacht een dodelijke val maakt en Melibea zich uit wanhoop van een toren heeft gestort, lijkt de schrijver – zoals de Spaanse uitdrukking luidt – alleen de souffleur nog in leven te hebben gelaten.

Dat is enigszins overtrokken, want La celestina bevat nog een hele reeks figuren op het tweede plan. Maar daarmee beginnen meteen de moeilijkheden. Want hoeveel personages telt het stuk eigenlijk? De tekst die de geschiedenis is ingegaan bevat een aantal scènes en personen die in de oerversie niet voorkwamen. Ze werden al in het begin van de zestiende eeuw aan het einde van het stuk toegevoegd en maken daarmee de plotselinge reeks sterfgevallen veel minder abrupt. Dramatisch heeft dat grote voordelen, maar volgens vertaler Henk de Vries is daarmee de geheime structuur en de verborgen boodschap van de komedie teloor gegaan.

Aan de reconstructie van die boodschap wijdt De Vries een uitvoerig nawoord, waarin hij ook zijn beslissing verdedigt de namen van de personages consequent te vernederlandsen. Calisto is `Knisters' geworden, Malibea `Godziedemij' en Celestina `Hemelijne'. Al die namen hebben een betekenis en zijn dus terecht vertaald, al lijken sommige figuren (Striek, Stribbel, Gluip en Glunder) daardoor rechtstreeks uit een Bommel-strip te zijn weggelopen.

De betekenis van het stuk licht volgens De Vries pas op na een semi-wiskundige analyse, waarin niet alleen de aantallen scènes en clausen, maar ook de getalsmatige `woordwaarden' van de namen een belangrijke rol spelen. Zo kan De Vries, na de meeste scènes te hebben geanalyseerd, over de drie resterende concluderen: `De eerste twee [...] hebben samen dubbel zoveel clausen als de 2+9+3 van het derde moment en alle drie samen hebben ze 42, het getal van Calysto. Dat zijn getal over drie momenten verdeeld is, waarvan het derde er één derde deel van geeft, bevestigt dat zijn getal naar de driemaal veertien geslachten van Matheus 1:17 verwijst.'

Op die manier ontdekt De Vries zo'n duizelingwekkend aantal verbanden dat hij wel moet vermoeden dat de naam `Fernando de Rojas' voor een heel team van auteurs heeft gestaan. Eén man had dat nooit gekund, temeer omdat zelfs datgene wat de tekst niet noemt volgens De Vries aan deze getallenkaballistiek beantwoordt. `Het woord Inquisición en de naam Isabel (Isabella de Katholieke) die in de tekst niet voorkomen,' zo schrijft hij, `hebben dezelfde getalswaarde als Iglesia (kerk), en valt dus samen met verdad `waarheid = 45 = mentira `leugen': de Kerk meent de waarheid in pacht te hebben, maar logenstraft met haar daden het gebod van naastenliefde.'

En daarmee komt volgens De Vries de ware betekenis van het stuk naar voren. Het is niet alleen een vermaning aan `hen die beminnen, God te dienen en de ijdele overleggingen en ondeugden van de liefde te laten varen', zoals de schrijver in zijn inleiding verklaart. Het is vooral een geheime satire op de kerk, belichaamd door de figuur van Celestina en geschreven door een joodse auteur (of groep auteurs) die aan den lijve heeft moeten ondervinden dat de naam Castilla dezelfde woordwaarde heeft als cadena (ketting).

Hoe vergezocht dat ook mag klinken, toch was die boodschap volgens De Vries nog niet geheim genoeg. Daarom werd het hele mathematische evenwicht in latere versies bewust door toevoegingen verstoord. Dat het verhaal over Knisters en Goziedemij dan geen `komedie' meer heet, maar een `tragikomedie', heeft volgens hem dezelfde reden. De Celestina wilde een anti-katholiek weerwoord zijn op Dante's Divina Commedia, maar al te duidelijk mocht dat niet blijken.

Dat neemt niet weg dat deze vertaling een prachtige kennismaking biedt met een verrassend modern stuk, dat soms vooruit lijkt te lopen op Pepusch' Beggars Opera van twee eeuwen later. De Vries heeft het vertaald naar de oorspronkelijke uitgave en geeft de later toegevoegde stukken er afzonderlijk bij. Daarmee krijgt de lezer een mooi beeld van de wordingsgeschiedenis van de Celestina, al zal niet iedereen zich door de ideeën van De Vries laten overtuigen. Tenslotte schreef Fernando de Rojas zelf al in zijn inleidende gedicht: `Raden naar wat mij beweegt zult gij mijden,/ Op welk van twee uitersten ik ben gericht;/ Ja, welke partij ik kies kunt ge onderscheiden:/Afwijzing van liefde, of liefde die zwicht.'