Doorgeven!

Dat acteur Pierre Bokma maandagavond in de Stadsschouwburg te Amsterdam uit handen van Willem Nijholt de Paul Steenbergenpenning kreeg, kwam niet alleen voor hem als een volslagen verrassing. Niet dat Bokma te slecht zou zijn voor die acteursprijs – weinigen zullen betwisten dat hij tot de beste acteurs van Nederland behoort – maar omdat vrijwel niemand wist wat voor prijs het ook al weer was. Dat is vooral de schuld van Willem Nijholt.

De penning werd in 1982 voor het eerst uitgereikt aan Paul Steenbergen. Het was de bedoeling dat de prijs steeds zou gaan naar de ,,beste levende acteur''. Wie hem had gekregen, bepaalde wanneer en aan wie hij de penning doorgaf. Steenbergen gaf de prijs reeds in 1985 door aan Guido de Moor. De Moor, die ernstig ziek werd, gaf de penning in 1989 door aan Willem Nijholt. Die bleef er vervolgens dertien jaar lang op zitten, zodat de prijs vergeten werd. Wellicht had Nijholt jaarlijks een persbericht kunnen uitgeven ,,Willem Nijholt heeft hem nog steeds'' om de prijs in de aandacht te houden.

De estafettemethode is een sympathieke manier van prijzen geven. Er komt geen moeizaam juryoverleg aan te pas, geen aanwezigheidsplicht in televisieshows, geen zenuwen, geen beteuterde verliezers. Eigenlijk zouden alle prijzen zo gegeven moeten worden. Harry Mulisch leest veertig boeken en bepaalt zelf wie de volgende Libris- of de AKO-prijs krijgt. Tom Hanks gaat een paar keer naar de film en bepaalt welke filmster dit jaar de Oscar krijgt. Ook het verrassingselement is aardig: je komt uit de Albert Heijn en daar staat Harry Mulisch, omringd door fotografen en camera's, die je de Librisprijs in de handen duwt.

Waarom zou Nijholt al die jaren op de Steenbergenpenning gezeten hebben? Zijn eigen verklaring is wat bleekjes: hij had hem tien jaar willen houden omdat hij dat wel een redelijke termijn vond. Vervolgens ,,kwam het er niet van''. Wellicht vond hij niemand goed genoeg, in ieder geval niet beter dan hijzelf. Het is eigenlijk ook een wrede regel dat de houder de penning zelf moet weggeven. Niemand geeft graag een prijs uit eigen kast weg. Bovendien moet de penninghouder met het doorgeven zichzelf expliciet onttronen: ,,Nu ben ik niet meer de beste levende acteur van Nederland. Nu is hij het.''

De Paul Steenbergenpenning is ook onbekend gebleven omdat hij overbodig is. Er bestaat immers al een oudere en beroemdere versie van: de Albert van Dalsumring. Die is ook voor de beste levende acteur, en die is ook al in het bezit van Pierre Bokma, sedert 1993. Dat is een beetje oneerlijk, een ring én een penning. Bokma heeft de ring al negen jaar, dus wellicht kan hij die doorgeven, dat mag nu wel weer eens. Aan collega Gijs Scholten van Aschat bijvoorbeeld, of aan Jacob Derwig. Maar dan wel graag binnen een jaar. Anders zijn we die ring ook weer vergeten.