De ijdelheid van het Al

Precies vijf jaar geleden verschroeide de Duitse topbariton Thomas Quasthoff het Concertgebouw in Amsterdam met een rauwe uitvoering van Schuberts `Winterreise'. Morgen zingt hij er opnieuw.

Wie er bij was, zal het niet vergeten. In de Grote Zaal van het Concertgebouw zong bariton Thomas Quasthoff Schuberts Winterreise. Het isolement, de vertwijfeling, de desolate sfeer van een verkilde omgeving – hier werd de cyclus niet alleen gezongen, maar als een authentieke ervaring doorleefd. Van de `Todesahnung' in het laatste, ijzig verstarde lied Der Leiermann maakte Quasthoff een persoonlijk statement. Althans, zo leek het.

Thomas Quasthoff (Hildesheim, 1959) moet er om glimlachen. ,,Ik zou huichelen als ik zou ontkennen dat de Winterreise voor mij persoonlijk een bijzondere betekenis heeft. Geen enkel werk uit de gehele liedliteratuur is ermee vergelijkbaar. Enerzijds omdat de cyclus van een ongekende diepte is. Anderzijds omdat het zo ontzettend lastig is de spanning van het eerste tot het laatste, vierentwintigste lied vast te houden. Maar het is ook weer niet zo dat ik Winterreise om die redenen wezenlijk anders benader dan andere liederen. Elk lied dat ik zing moet belangwekkend klinken; het is mijn taak het publiek van dat belang te doordringen. De ene keer lukt dat, de andere keer niet. De magie van een concert is onvoorspelbaar en laat zich moeilijk beschrijven. Er is maar één ding waarvan ik ben overtuigd, en dat is dat de communicatie tussen mij als zanger en het publiek samenhangt met meer dan `een mooie stem'. Het is een mix van uitstraling, techniek, interpretatie en inleving. Vervolgens kun je alleen maar hopen op een ontwikkeld publiek.''

Zo bereidwillig en openhartig als Quasthoff is (,,Ik geloof in eerlijkheid en natuurlijkheid – zowel op het podium als in het dagelijks leven.'') zo moeilijk benaderbaar is hij van een afstand. Interviewverzoeken ketsen regelmatig af. Hij houdt er niet van. Als vast docent aan het conservatorium van Detmold draagt hij zijn liefde voor het lied over op een jonge generatie zangers. In concertzalen van Berlijn tot Eugene, Oregon verleidt hij zelf de toehoorders, met een stem die uitzonderlijk is in timbre, bereik en intensiteit. Als Quasthoff zingt, lijkt zelfs de Grote Zaal van het Concertgebouw opeens niet groot meer, en is iedereen al helemaal snel vergeten dat de zanger zelf nog geen anderhalve meter meet.

In de aan Quasthoff gewijde, vorig jaar uitgebrachte documentaire Die Stimme van regisseur Michael Harder, omschrijft de zanger zichzelf met de hem typerende directheid. ,,Eén meter drieënveertig lang, korte armen met zeven vingers, een grote, relatief welgevormde kop met uitgesproken lippen en bruine ogen. Beroep: zanger.''

Quasthoff spreekt niet graag over zijn handicap – een gevolg van het medicijn thalidomide dat zijn moeder tijdens de zwangerschap gebruikte tegen ochtendmisselijkheid. Wie zich in zijn achtergrond verdiept, leest in oude interviews dat hij in zijn vroege jeugd een aantal jaren in een inrichting zat, en daarna zo blij was weer thuis te wonen dat hij voor zijn moeder verzweeg op school te worden gepest. Dat hij later niets liever wilde dan zang studeren aan het conservatorium van Hannover, maar werd afgewezen omdat hij geen piano zou kunnen leren spelen. In Die Stimme is het zijn moeder die de anekdotes vertelt. Waar mogelijk vergezelt zij haar zoon op zijn concertreizen. ,,De essentie van Thomas' kunstenaarschap? Hij kwam eens thuis en zei: `Muti, dat ik mensen ondanks mijn handicap in de ban kan krijgen, dàt geeft me een geluksgevoel.'''

Quasthoff: ,,Mijn handicap is geen geheim, en zo heel vreselijk is het allemaal ook niet. Ik vind het afschuwelijk als mijn persoonlijke geschiedenis wordt afgeschilderd als de strijd van een dappere held tegen boze elementen. Op een gegeven moment moet het uit zijn met het praten over mijn lengte. Het geeft me het gevoel dat ik als kunstenaar maar half serieus wordt genomen. Neem musici als Itzhak Perlman of Jeffrey Tate. Spreekt er iemand ooit nog over hún fysieke tekortkomingen? Hun kunst heeft de rest irrelevant gemaakt.''

Extreme aandacht

Quasthoff is deze week in Nederland voor vier liedrecitals en een tv-optreden. In Utrecht, Den Haag en Rotterdam zong hij deze week in zeer wisselend bezette zalen enkele ballades van Carl Loewe naast Brahms' Vier ernste Gesänge en liederen van Schubert. Morgenmiddag brengt hij in de Matinee op de Vrije Zaterdag een aangepast programma met liederen van Liszt (Petrarca-Sonette), Ravel (Don Quichotte à Dulcinée) en Debussy (Ballades de Villon). De balladen van Loewe zijn constanten in het tourprogramma.

,,Ik heb altijd een bijzonder voorliefde gekoesterd voor Loewe'', vertelt Quasthoff. ,,Door het verhalend karakter vereisen zijn ballades extreme aandacht voor de vocale kleuring. Daardoor kun je er écht in laten horen wat je kunt, en dat is voor een zanger zeer bevredigend. Geen instrument ter wereld kan meer kleuren oproepen dan de menselijke stem.

,,Voor de Vier ernste Gesänge van Brahms koester ik een anderssoortige liefde. Met deze liederen ben ik al tijdens mijn zangstudie bij Charlotte Lehmann opgegroeid, ik kan ze dromen. En ook de bijbelteksten die Brahms gebruikte, liggen me na aan het hart. Maar dat is niet omdat ik een `diep religieus man' zou zijn, zoals soms wordt beweerd. Wat een onzin! Waar ik wél in geloof, is de kracht van de mens. Zoals het in het eerste van de Gesänge heet: ,,Daarom heb ik gezien dat er niets beter is dan dat de mens zich verblijdt in zijn werken, want dat is zijn deel.'' [Prediker 3:22]. En in dat werken is geen mens belangrijker dan een ander. De een kan goed koken, de ander fraai schilderen, ik kan toevallig mooi zingen. Dat is voor mij een heel wezenlijk uitgangspunt. Overigens hecht ik ook sterk aan het laatste van de Vier ernste Gesänge, dat handelt over de onmisbaarheid van geloof, hoop en liefde. Het is een cliché, maar een wáár cliché. Geen mens kan zonder liefde.''

Thomas Quasthoff bracht in totaal negen solo-cd's uit. Eén ervan, uit 1989, was ook gewijd aan de balladen van Loewe. Het was die opname die leidde tot Quasthoffs debuut in de Vocale Serie van het Concertgebouw, nu zo'n twaalf jaar geleden. Concertgebouwdirecteur Martijn Sanders: ,,Ik hoorde die cd en dacht: `Deze zanger moeten we zo snel mogelijk naar Nederland halen. Dit is de nieuwe Fischer-Dieskau. Van zijn handicap had ik geen idee.'''

,,Maar Godzijdank is mijn stem sindsdien wel enorm veranderd, en mijn interpretatie ook'', lacht Quasthoff. ,,Het zou toch afschuwelijk deprimerend zijn als ik me niet had ontwikkeld en ook mijn zienswijze onveranderd was gebleven?''

Ook de Petrarca-Sonette van Liszt en de Vier ernste Gesänge van Brahms zijn terug te vinden op eerder in deze krant zeer lovend besproken albums. In Quasthoffs vlekkeloze dictie weerklinkt een echo van de tijd voordat hij doorbrak als zanger, waarin hij werkte als radio-omroeper. Veel indringender nog dan de vlekkeloze uitspraak, grote vocale draagkracht en de precisie van ritme en intonatie, is echter Quasthoffs timbre. Het lijkt onmogelijk onberoerd te blijven onder zijn visie op de ijdelheid van het Al en de liefde in de Vier ernste Gesänge.

Onderschat

Zeldzamer dan de lied- en oratoriumopnames – Quasthoff deed mee aan het lijvige Bach-opnameproject van Internationale Bachakademie Stuttgart onder Helmut Rilling – zijn Quasthoffs opera-albums. Eén is er gewijd aan Mozart, deze maand verscheen een tweede soloalbum gewijd aan romantische Duitse opera-aria's. Begeleid door het koor en orkest van de Deutsche Oper Berlin onder chef-dirigent Christian Thielemann – onlangs getipt als een van de mogelijke opvolgers van Riccardo Chailly – zingt Quasthoff onder meer excerpten uit in Nederland zelden of nooit uitgevoerde opera's als Euryanthe van Carl Maria von Weber en Zar und Zimmerman en Der Wildschütz van Albert Lortzing.

Quasthoff: ,,Lortzing is een zeer onderschat componist. Vorig jaar was zijn 200ste verjaardag, en niemand heeft daar aandacht aan besteed – een operahuis in de voormalige DDR uitgezonderd. Dat is ridicuul. Je moet de muziek van Lortzing zien als de Duitse pendant van de rossiniaanse opera buffa. Licht, sprankelend, humorvol! Vooral daarom ben ik er dol op.''

Voor een zanger die zich ooit uitsprak elk lied als een opera-in-broekzakmaat op te vatten, is het opmerkelijk dat Quasthoff pas volgende zomer zijn debuut maakt in een scenische operavoorstelling. In 2003 is hij Don Fernando (een klein rolletje) in Beethovens Fidelio op de Salzburger Festspiele. Op de bok staat dan Simon Rattle, die daarmee officieel zijn debuut maakt als chef-dirigent van de Berliner Philharmoniker. In 2004 volgt Quasthoffs tweede opera-ervaring als Amfortas in Wagners Parsifal bij de Wiener Staatsoper onder afwisselend Rattle, Thielemann en Donald Runnicles. ,,Ik heb er zin in'', zegt Quasthoff. ,,Simon Rattle zei onverbloemd: `Je moet dit doen.' Dat vertrouwen deed me veel goed. Dus waarom zou ik bang zijn voor een optreden waarbij ik word begeleid door een dirigent die ik als een vriend beschouw en het Berliner Philharmonisches Orchester, dat zó goed is dat ik tussen ons gerust van een liefdesrelatie kan spreken? De meeste zangers die hun operadebuut maken, doen dat noodgedwongen in een piepklein provincietheater. Maar al vind ik het ontzettend leuk om deze ervaringen op te doen, ik zal nooit een echte operazanger worden. Ik hecht te zeer aan mijn vaste en dus arbeidsintensieve lesbaan in Detmold, en streef naar een maximum van vijftig concerten per jaar. Een leven moet niet alleen uit werken bestaan, ik wil ook tijd overhouden voor mijn vrienden en mijn vriendin.''

En dan is er nog de jazz – Quasthoffs inmiddels niet meer zo geheime passie. Al toen hij jong was zong hij in jazzcombo's, inmiddels heeft hij zijn zeer succesvolle publieke debuut als jazz-zanger al weer een tijdje achter de rug. In Die Stimme is het concert vastgelegd, en zien we hoe Quasthoff zijn onbegrensde vocale mogelijkheden inzet voor zwoel verjazzde negrospirituals en – onvergetelijk – een lange solo als human beatbox.

,,Wie weet komt er ooit een cd met jazz-songs'', lacht Quasthoff. ,,Er zijn op dit moment nog geen concrete plannen voor, maar ik zou het best willen. En het lijkt me ook niet onvoorstelbaar dat ik een Amerikaans label vind dat de sprong aandurft. Als de tijd rijp is, zal het gebeuren. Niets gebeurt zonder reden.''

Liedrecital Thomas Quasthoff en Charles Spencer: 2/3 Concertgebouw, Amsterdam. Aanvang: 15 uur. Het concert wordt live uitgezonden op Radio 4 en 5/3 20.30 uur herhaald. Komend seizoen is Quasthoff opnieuw in het Concertgebouw te gast. Op 8 en 10/9 zingt hij o.a. Brahms' `Liebeslieder-Walzer'. Quasthoffs jongste cd `Evening star' met romantische Duitse opera-aria's is deze maand verschenen. (DG, 471 493-2). Meer info: www.gopera.com/quasthoff