De gewilligheid van de Wehrmacht

Conservatief en extreem-rechts Duitsland liepen enkele jaren geleden te hoop tegen de schokkende expositie `Vernietigingsoorlog: misdaden van de Wehrmacht 1941-1945', die sinds 1995 te zien was in vele Duitse steden. In München kwam de plaatselijke CSU in opstand tegen de komst van de mobiele expositie, bij Dresden braken relletjes uit met neo-nazi's, en in Saarbrücken werd een bomaanslag gepleegd. De heftige kritiek gold de centrale stelling van de expositie, een initiatief van het Hamburgse instituut voor sociaal onderzoek onder leiding van Jan Philip Reemtsma, dat de Duitse Wehrmacht systematisch en vrijwillig ingeschakeld was geweest bij oorlogsmisdaden aan het Oostfront. Met een enorme hoeveelheid foto's en documenten prikte de tentoonstelling de mythe door dat de genocide op joden, Russen en Polen louter het werk was geweest van de SS. De Wehrmacht, meegesleept in de anti-semitische verdelgingsretoriek van de nazi-top en gehard door de oorlogservaringen in Polen, had dociel, maar ook op eigen initiatief, meegedaan aan massa-executies, pogroms en vergeldingsacties tegen burgers. Onder verantwoordelijkheid van de Wehrmacht stierven bovendien 3,3 miljoen Russische krijgsgevangenen (57,9 procent) door welbewuste ondervoeding, ziekte en executie. Allemaal zeer pijnlijk, want de Wehrmacht was, temidden van alle opgedrongen en zelfgekweekte schuldgevoelens over de misdaden van de Sonderkommando`s, door veel oudere Duitsers dankbaar gebruikt als strohalm voor patriottisme over de oorlogsjaren.

Maar de protesten tegen de expositie betroffen ook de polemische toonzetting, de soms al te snelle generalisaties en de betrouwbaarheid van een aantal belastende foto's. De bom barstte toen de Poolse historicus Bogdan Musial aantoonde dat de lijken die te zien waren op opnames uit het stadje Tarnopol, geen slachtoffers waren van de Wehrmacht, maar van de Russische geheime dienst die eerder door het stadje was getrokken. Organisator Reemtsma sloot de tentoonstelling enkele maanden, schrapte een tournee door de Verenigde Staten, en liet een onderzoek instellen. Een onafhankelijke commissie van historici concludeerde dat sommige oordelen over de Wehrmacht inderdaad te algemeen waren (de expositie beperkt zich tenslotte tot het Oostfront en de Balkan), en dat het fotomateriaal beter had moeten worden onderzocht. Dat nam volgens de historici niet weg dat de Wehrmacht een gewillige medeplichtige was geweest aan genocide, en dat de tentoonstelling daarom `zinnig en nodig' was.

Sinds november 2000 is de expositie hervat, in een academischer en beter toegelichte vorm. Dat valt na te lezen in de nieuwe catalogus, die zowel foto's als documenten subtiel, zorgvuldig en uitputtend toelicht. Alle `dimensies' van de vernietigingsoorlog waarbij de Wehrmacht was betrokken komen aan bod, nu inclusief de afstand tussen bevel en praktische uitvoering, zoals blijkt uit het (vergeefse) protest van een infanterie-oficier tegen de executie van negentig joodse kinderen. Maar de strekking blijft hetzelfde: tegenover elke rechtvaardige stonden duizenden medeplichtigen, of onverschilligen.

Jan Philip Reemtsma en Ulrike Jurat (red.): Verbrechen der Wehrmacht. Dimensionen der Vernichtungskrieges 1941-1944. Hamburger Institut für Sozialforschung, 747 blz (geb.). E30,-