Brieven uit blij Amerika

Geschiedenisstudent Max Kohnstamm vertrekt in 1938 voor een studiereis van bijna een jaar naar Amerika. Die periode stond niet vast, zoals er weinig vaststond. Max is namelijk over de invulling van zijn reis steeds per brief in contact met het thuisfront. Die brieven zijn nu gebundeld in `Nog is het geen oorlog'. Briefwisseling tussen Max en Philip Kohnstamm. De grote Nieuwe Wereld raast als een orkaan over Max heen. De analyses en adviezen van zijn vader, de hoogleraar Philip Kohnstamm, vanuit het verre Ermelo, stelt de zoekende Max hooglijk op prijs. Zijn ouders willen dat de reis zal bijdragen aan Max' Bildung, en daartoe voorzien ze hem van allerlei nuttige tips. Ze zijn bang dat hun zoon zich overgeeft aan sightseeing, een woord dat steeds valt, één keer duidelijk tot Max' ergernis. Het verklaart waarom hij in zijn brieven soms verantwoording lijkt af te leggen.

Hij noemt het bouwen aan Amerika ongelooflijk belangrijk en nieuw, en hij vindt de moed en het enthousiasme waarmee dat gebeurt benijdenswaardig. De inzet waarmee de enorme moeilijkheden te lijf worden gegaan maakt het leven fascinerend. `De Nieuwe Maatschappij, zoo ooit ergens, zal hier gebouwd worden.' Behalve de dan nog al te grote macht van de verschillende belangengroepen, ziet Max verder zakelijkheid en ruimte voor het experiment. Een blijde daadkracht, die hij onzegbaar verfrissend vindt. Een openstaan voor kritiek, een vriendelijkheid en ongecompliceerdheid die hem diep kunnen ontroeren. De keerzijde van dat alles is de ongebreidelde consumptie, het lawaai en geschreeuw, de schrijnende armoede in het Zuiden, en de discriminatie van zwarten. Als probleem formuleert hij dat er voor iedereen een `krankzinnige rijkdom' mogelijk is, maar dat het inzicht moet rijpen dat het bereiken van deze rijkdom `niet de primaire actie in het leven moet zijn'.

Amerika is druk met zichzelf. Er is dus voldoende reden om in de komende oorlog neutraal te blijven, vindt ook Max. Vader verdedigt aanvankelijk de voor de Amerikanen onbegrijpelijke appeasement-politiek van de Engelse premier Chamberlain. Dat ergert Max in hoge mate, net als overigens de niet minder slappe houding van Nederland na de Italiaanse inval in Albanië: `Hiermee heeft Holland zijn bestaansrecht opgegeven.' Max mist bij de regering Colijn leiderschap en `de hunkering naar gerechtigheid'. `Ondanks duizenden bezwaren die ik heb tegen Amerika, is er zooveel meer levend gevoel hier.' Het is maar een van de talrijke momenten waarop de verrassend actuele tegenstelling blijkt tussen het oude, inerte Europa en het vitale Amerika.

De wat spaarzaam geannoteerde brieven zijn ontroerend mooi door wat er vooral uit spreekt: eruditie, zucht naar kennis en ontwikkeling, plichtsbetrachting, een groot maatschappelijk engagement, en bovenal liefde. En over dat alles hangt de schaduw van de in de ogen van de briefschrijvers onvermijdelijke oorlog.

Dolph Kohnstamm (ed.): `Nog is er geen oorlog'. Briefwisseling tussen Max en Philip Kohnstamm. Vossiuspers, 93 blz. €13,40