Wouters schilderde zijn leven en liefde

De schilderkunst van Rik Wouters is één grote vreugdekreet: een explosie van kleur, lichtheid en vreugde. Behalve schilderen tekende en aquarelleerde hij, en maakte hij sculpturen. Hij kon het allemaal. De grote bronzen beelden, zoals het prachtige borstbeeld In de zon (1911) en, de twee beroemdste, De Dwaze Maagd (1912) en Huiselijke Zorgen (1913) zijn van een verbluffende vanzelfsprekendheid en monumentaliteit.

Op de overzichtstentoonstelling van Wouters in het Paleis voor Schone Kunsten zijn meer dan 180 werken bijeengebracht. Het grootste deel is afkomstig uit privéverzamelingen. Veel werken zijn nog in handen van de (familie van) de eerste kopers, in België, waardoor Wouters internationaal niet de bekendheid gekregen die hij verdient.

Rik Wouters, in 1912 in Mechelen geboren, werkte vanaf zijn twaalfde jaar in de meubelmakerij van zijn vader. Na een paar jaar op de kunstacademie in Mechelen schreef hij zich in 1900 in voor de beeldhouwopleiding aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Brussel. Als schilder ontwikkelde hij zich zelfstandig. In 1905 trouwde hij met de zeventienjarige Nel Duerinckx, die de rest van zijn leven zijn grote inspiratie en enige model op enkele portretten van vrienden na zou zijn.

Het schilderen was, meer nog dan het beeldhouwen, wat Wouters het liefste deed. In zijn vroege schilderijen is te zien hoe hij worstelde om zich te ontdoen van een pasteuze techniek, vol retouches. Keer op keer werd hij tot wanhoop gebracht omdat de heldere, intense kleuren zoals hij ze mengde op zijn palet, eenmaal aangebracht op het doek veranderden in een dode massa. In 1909 zou hij het paletmes definitief verruilen voor het penseel, en uitsluitend nog werken met verdunde verf.

Rik en Nel betrokken in 1907 een huisje in Bosvoorde dat uit nauwelijks meer bestond dan een woonkamer, een klein atelier. Het is een wonder dat hier Wouters' levensgrote sculpturen en honderden schilderijen konden ontstaan. In 1913 ontving hij een beeldhouwprijs van 600 frank die hem in staat stelde een groter en lichter huis te bouwen op het Citadelplein, boven Bosvoorde. Toch zouden de jaren tussen 1907 en 1913 de vruchtbaarste van zijn leven zijn.

Deze schilderijen en tekeningen celebreren de schoonheid van het leven en van de liefde van Wouters voor Nel, die hij dagelijks tekende en schilderde. Het kleurgebruik wordt allengs intenser en uitbundiger. In Het Ravijn (1913), een in diepgeel en vlammend rood zonlicht badend landschap, betuigt Wouters zich een gepassioneerde fauvist. Het stilleven De groene kool, van een weelderige kool op een keukentafeltje tegen een gebloemde achtergrond, toont de invloed van Matisse, evenals een van de mooiste schilderijen op de tentoonstelling, De Rode Gordijnen. Nel poseert hier in een rood met wit gestreepte jurk tussen twee rode bloemengordijnen; op de achtergrond is de woonkamer met open vensters naar de tuin te zien. De kleurenrijkdom is onovertroffen, met talloze schakeringen van blauw, violet en zachtgeel in het wit van de jurk. In zijn streven naar de transparante effecten die hij zo bewonderde in het werk van Cézanne, dat Wouters in 1912 in Parijs had gezien, ontwikkelde hij ook een gevoel voor structuur en opbouw. Eerst ontwikkelt hij deze techniek in zijn aquarellen, en vanaf 1913 slaagt hij erin haar ook toe te passen in zijn schilderijen.

Wouters kon niets schilderen zonder het tafereel, het onderwerp, letterlijk voor zich te zien. In een brief uitte hij het verlangen om uit zijn geheugen te schilderen, maar dit is hem nooit gelukt. Maar juist deze directheid creëert een grote intimiteit. Alle dingen in dit leven de bloemen op tafel, de liefde voor zijn vrouw, een gedekte tafel de gulzigheid waarmee Wouters dit alles waarnam en probeerde te herscheppen op het doek, zijn met elkaar verweven tot een ondeelbaar geheel. Het meest geslaagd zijn die werken waarin zijn toets een dusdanige losheid en vrijheid heeft dat ze totaal open zijn, ademend. Het is diezelfde losse toets, dezelfde fragmentatie van het vlak, waarmee hij ook zijn beelden modelleert en leven inblaast. Hier heeft hij de invloeden van zijn Franse voorbeelden.

In de laatste zaal van de chrononolgisch opgezette tentoonstelling vindt een dramarische omslag plaats. Het uitbundige palet is plotseling verdwenen en sombere, donkere tonen van donkerblauw, bruin en zwart overheersen. In 1914 werd Wouters onder wapenen geroepen. Hij belandde in een krijgsgevangenkamp in Amersfoort waar hij ernstig ziek werd; in 1916 overleed hij in het Prinsengrachtziekenhuis in Amsterdam op 33-jarige leeftijd aan kanker. Net toen hij het allemaal op de rails had, hield de weg op. Wouters was een groot talent, dat veel te vroeg gestorven is.

Tentoonstelling: Rik Wouters. Tot 26-5 in: Paleis voor Schone Kunsten, Brussel. Open dag. 10-18 u, vrij 10-20 uur. Inl. (0032)25078200 of www.pskpba.be