Weert

Waarom Weert?

Ik loop door Weert en vraag me af waarom Gerard Reve uitgerekend hier enkele cruciale jaren van zijn leven van 1971 tot 1975 – heeft doorgebracht. Hij vond er een liefdevolle vriend, Guus van Bladel, bij wie hij kon herstellen van zijn verbroken relatie met Teigetje en Woelrat. Maar er moet ook iets in de sfeer van dit stille, Limburgse provinciestadje zijn geweest dat hem bekoorde.

In zulke stadjes lijkt nu eenmaal nooit iets te gebeuren, alsof ze ontheven zijn aan de tijdgeest en zijn modes. Lopend door Weert waan ik me weer in al die Limburgse steden die ik me nog zo goed kan herinneren uit de jaren vijftig en zestig.

Eén kerk, een hoofdstraat, een winkelpromenade, een museum, wat cafés het is weinig, maar het is voldoende voor iemand die vooral zijn eigen wereld wil creëren.

Reve houdt van zulke nondescripte woonplaatsen: Greonterp, Veenendaal, Schiedam, Weert, Le Poët-Laval, Machelen. Aan een cultureel leven via concerten, musea, bibliotheken heeft hij kennelijk geen behoefte. Als hij maar de rust vindt om te kunnen schrijven. Reve heeft die rust ook in de meest letterlijke zin nodig, want hij is allergisch voor geluidsoverlast. Bert Boelaars, een ex-vriend uit Weert, beschrijft in zijn pas uitgekomen boek Koninklijke Jaren een goudmijn van treffende anekdotes over `de Weerter periode' hoe Reve zelfs in dat stille Weert nog wanhopig kon worden van `het lawaai': het gehuil van een baby, de klokken van de Sint Martinuskerk.

Die Martinuskerk was vlak om de hoek. Aan een wandelingetje van twee minuten had Reve voldoende om de kerk, boekhandel Willems of zijn favoriete apotheker Hupperetz te bereiken. Met Van Bladel woonde hij op de eerste, tweede en derde verdieping boven bakker Korsten (is nog steeds de `vlaaibakker van Weert') op de Nieuwe Markt 12. ,,Alles verwonderlijk stil voor midden in een stad'', schreef hij aan Carmiggelt. ,,Ik slaap helemaal boven.''

Stil is het er nog steeds, ook midden op de dag, al is er wel het een en ander veranderd. Toen Reve er nog woonde, kon hij vanuit speciaal daarvoor aangebrachte gaatjes in de witgekalkte ramen van zijn flat de leerlingen in de gymnastiekzaal van het Bisschoppelijk College bespieden. Nu zou hij zich moeten behelpen met het bediendend personeel van de winkels Vögele, Dixons – die ervoor in de plaats zijn gekomen.

Reve was in zijn Weerter jaren een productief schrijver, maar hij maakte er ook zware mentale inzinkingen door. Van Bladel vertelde aan Boelaars dat hij soms voor zelfmoord vreesde. ,,Hij zat maar te tobben: Die moet eraan, en die, en die... En dan: laat ikzelf maar springen!'' Er waren heel wat injecties en slaappillen voor nodig om bakker Korsten een slechte vlaaidag te besparen.

Ik loop de Martinuskerk binnen, de middeleeuwse trots van Weert. Reve bezocht er, merkwaardig genoeg, zelden de mis. Het is een prachtige kerk, maar wat doen al die lelijke tv-toestellen er tegen de pilaren? Op die manier kunnen de gelovigen kennelijk beter de mis volgen. De `verrekijk' in de kerk? Daar zou Reve tegen zijn geweest.