VS mengen zich niet in strijd Colombia

De Colombiaanse regering zal geen Amerikaanse militaire steun krijgen in de strijd met de linkse rebellen van de FARC. De Colombiaanse president Andres Pastrana heeft om die hulp gevraagd, maar zijn Amerikaanse ambtsgenoot George Bush heeft het verzoek afgewezen.

Bush heeft wel gezegd dat hij de beslissing van Pastrana om de rebellen te bestrijden steunt. Vorige week zegde Pastrana het bestand met de rebellen van de FARC, de Gewapende Revolutionaire Strijdkrachten van Colombia, unilateraal op, nadat zij een vooraanstaand politicus hadden gegijzeld. Volgens Pastrana heeft onderhandelen geen zin meer. Meteen daarop begon het regeringsleger de gedemilitariseerde zone, tot voorkort in handen van de rebellen, in te nemen.

Pastrana had gehoopt militair materieel dat de VS Colombia hebben geschonken voor de oorlog tegen drugs, in te zetten tegen de rebellen. Daarbij voelde hij zich gesterkt door het feit dat de VS de FARC beschouwen als een terroristische organisatie. Bush heeft echter laten weten dat de Amerikaanse hulp aan Colombia is beperkt door wetgeving die bepaalt dat Amerikaans materieel alleen mag worden ingezet in de strijd tegen illegale drugsplantages.

Colombiaanse regeringstroepen onderwijl rukken steeds verder op in de voormalige FARC-enclave. Het gebied, zo groot als Zwitserland, was de rebellen door de regering toegewezen in de hoop een vredesregeling mogelijk te maken. Bewoners van de zone hebben geklaagd dat het leger niet snel genoeg oprukt. Sinds het einde van het vredesproces, vorige week, is vanuit verschillende dorpen in de enclave melding gemaakt van afrekeningen door linkse rebellen. In één van die dorpen, La Macarena, heeft The New York Times ten minste vier doden gemeld. Allen zouden bij de aftocht van FARC-rebellen zijn gedood.

,,De gedemilitariseerde zone opheffen zonder de aanwezigheid [van het regeringsleger] voelbaar te maken, is het aller onverantwoordelijkste wat de president heeft kunnen doen'', zei een inwoner van La Macarena tegenover de Amerikaanse krant.

Hoewel de Colombiaanse regering heeft gesproken van een gestage opmars, zijn tot dusver pas drie van de vijf steden in het gebied in handen van het regeringsleger. Wel zou het leger gisteren een commandant van de rebellen hebben gedood. Maar niets wijst er op dat de linkse rebellen, die zeggen te strijden voor een zelfstandige socialistische staat, zich makkelijk gewonnen zullen geven. Zo ontvoerden zij afgelopen weekeinde presidentskandidate Ingrid Betancourt. De FARC heeft de regering een jaar de tijd gegeven gevangen genomen rebellen te ruilen voor ontvoerde politici in handen van de FARC.