Van Mierlo zit er ook als zichzelf

Oud-D66-leider Hans van Mierlo neemt namens de Nederlandse regering deel aan de conventie, maar beschouwt zich niet als haar verlengstuk.

Hans van Mierlo, die namens de Nederlandse regering in de conventie over de toekomst van Europa zit, beschouwt zichzelf niet als ,,verlengstuk'' van de regering. Hij trad vanmiddag bij de opening van de conventie aan met de standpunten van de Nederlandse regering, maar vond ook dat hij alle vrijheid had om naar eigen goeddunken tijdens de conventie zijn mening te veranderen. Hij wil wel ,,goed contact'' met de regering onderhouden. Maar hij ziet niet in waarom hij vervangen zou moeten worden als er na de verkiezingen een andere Nederlandse regering zou komen.

Hans van Mierlo, minister van Staat, oud-minister van Defensie en van Buitenlandse Zaken, oud-leider van D66, is niet de enige Nederlander in de conventie. Ook twee Nederlandse parlementariërs, PvdA-Kamerlid Frans Timmermans en CDA-senator René van der Linden, behoren tot de 105 conventieleden die ruim een jaar de tijd hebben om voorstellen te maken voor een nieuw basisverdrag van de Europese Unie, een Europese grondwet. Namens het Europees Parlement doet Hanja Maij-Weggen (CDA) mee. Van Mierlo hoopt regelmatig met hen te overleggen. Maar hij wil geen Nederlandse delegatie vormen. Hij wil zijn handen vrij houden.

Optimistisch was de onafhankelijke Nederlandse regeringsvertegenwoordiger gisteren niet aan de vooravond van de conventie, die hij als ,,een politieke brainstorming'' betitelde. ,,Ik kan niet zeggen dat de conventie er duidelijker op wordt naarmate zij naderbij komt'', verzuchtte hij naar aanleiding van de tegenstrijdige ideeën die door Europese landen op tafel zijn gelegd. Hij is ook bezorgd over de ongelijksoortigheid van de 105 conventiedeelnemers, onder wie ministers, oud-ministers, ex-premiers, een vice-premier en hoogleraren. ,,Hiermee kun je chaotische discussies krijgen. De één denkt dat hij aan het brainstormen is, de ander is al aan het onderhandelen'', zei Van Mierlo gisteren. Dat laatste is overigens niet de bedoeling. De regeringsleiders willen in 2004 voorstellen van de conventie gebruiken om zelf te onderhandelen over een Europese grondwet. Van Mierlo zei dat zijn opstelling mede bepaald wordt door zijn zorg over het ontbreken van een intellectueel debat buiten nationale kaders op Europees niveau. Hij vindt dat het onderwijs een taak heeft om Europa dichter bij de burgers te brengen.

Hij noemde de EU ,,een uit zijn krachten gegroeid kind, dat nieuwe kleren moet hebben''. De inzet van de Nederlandse regering bij de conventie is dat er geen einddoel van de Europese integratie moet worden vastgelegd, omdat Europa ,,een proces'' is.