Tussen stille revolutie en praathuis

Hoe moet het verder met de Europese Unie? De komende twee jaar moeten 105 politici uit 28 landen op die vraag het antwoord geven in de Europese conventie, die vandaag officieel begint.

Bel voor de `beslissende ronde', een `stille revolutie', een `operatie schijndemocratie'. De bespiegelingen die vooraf gingen aan de Europese conventie bestrijken een breed scala. Voor de een staat de erfenis van ruim vijftig jaar Europese integratie op het spel, de ander beschouwt de conventie als vrijblijvend praathuis.

Hoe verder met de Europese Unie daar draait het om. Aan de ene kant is er de onbetwiste bijdrage van de Unie aan naoorlogse vrede en welvaart, onlangs culminerend in de introductie van de gemeenschappelijke munt. Maar aan de andere kant dreigt, mede onder de last van dit succes, het bestuurlijke vehikel van de Unie – met zijn intergouvernementele voorwiel en zijn supranationale achterwiel – vast te lopen. Het gemis aan een echte politieke unie doet zich meer en meer voelen, in de buitenlandse politiek bijvoorbeeld, of in het vreemdelingenbeleid.

Deze tekortkomingen zijn des te frustrerender als de ambities van de Europese Unie in ogenschouw worden genomen. Om er drie te noemen: uitbreiding met ten minste twaalf Midden- en Oost-Europese landen (te beginnen in 2004), het meest competitieve werelddeel (vanaf 2010), en een eigen Europese defensiemacht (datum n.o.t.k.).

Twee keer eerder hebben de landen van de Europese Unie geprobeerd hun politieke organen Europese Raad, Raad van Ministers, Europese Commissie en Europees Parlement te hervormen en aan de eisen van de tijd (`slagvaardiger, transparanter en democratischer') aan te passen. Beide keren, in 1997 in Amsterdam en in 2000 in Nice, is dat maar ten dele gelukt. De huidige conventie luidt de derde poging in.

In zekere zin is de conventie een noodgreep. Wat de regeringsleiders niet voor elkaar kregen mogen 105 beroepspolitici (uit 28 landen) die wat verder van het vuur afzitten opnieuw proberen. Ze moeten ,,de input leveren'', aldus minister Jozias van Aartsen (Buitenlandse Zaken) en staatssecretaris Dick Benschop (Europese Zaken) deze week in een brief aan de Tweede Kamer, op basis waarvan de regeringsleiders over twee jaar wel knopen kunnen doorhakken.

Of dit `conventie-model' zal werken blijft ongewis, erkent de Belgische ex-premier en ondervoorzitter van de conventie, Jean-Luc Dehaene: ,,Het wordt voor een stuk een sprong in het onbekende.'' De Nederlandse parlementariër Frans Timmermans (PvdA), die door de Tweede Kamer is afgevaardigd naar de conventie, scherpt de urgentie aan. ,,Het is, hoe dan ook, de bel voor de beslissende ronde om de Europese Unie bestuurlijk op orde te brengen voordat de uitbreiding begint.'' Daarna kun je het volgens hem helemaal vergeten. [Vervolg CONVENTIE: pagina 5]

CONVENTIE

Méér Europa, maar wel met mate

[Vervolg van pagina 1] De Nederlandse positie in de strijd om de verdeling van de macht in de Europese Unie laat zich samenvatten in vijf woorden: méér Europa, maar met mate. Zo is Den Haag, met de Benelux-partners België en Luxemburg, vóór versterking van de supranationale instellingen (Europese Commissie, zeg maar het dagelijks bestuur van de Unie, en Europees Parlement), maar terughoudend over overdracht van meer bevoegdheden naar Brussel. Den Haag wil bij voorbeeld níet tornen aan ,,de lidstaten als fundament van de Europese Unie'', maar de besluitvorming bij (gekwalificeerde) meerderheid (in plaats van bij unanimiteit) wél uitbreiden.

Dat zijn stuk voor stuk omstreden voorstellen, zeker voor de meeste grote landen, Frankrijk en Groot-Brittannië voorop. Zij leggen het zwaartepunt van de Europese besluitvorming bij de inter-gouvernementele organen (Europese Raad en Raden van Ministers).

,,Voor een klein land als Nederland is uitbreiding van de communautaire methode [meer zeggenschap voor het supranationale element, red] de beste garantie dat het algemeen Europees belang wordt gediend en dat overheersing door grote landen binnen de perken blijft'', zegt René van der Linden (CDA) die door de Eerste Kamer is aangewezen voor de conventie.

Als het gaat over de afbakening van de macht tussen de Europese instellingen, of over de verdeling van de taken en de bevoegdheden tussen Brussel, lidstaten en regio's is Nederland verdeeld. Tegenover ingehouden euro-enthousiasme aan PvdA-zijde staat ingehouden euro-gereserveerdheid aan VVD-zijde. Oud-minister en voormalig D66-leider Hans van Mierlo mag als regeringsvertegenwoordiger op de conventie een brug zien te slaan. Behalve dat hem dat eerder (bij paars) was gelukt, zou de keus ook op hem zijn gevallen omdat het kabinet binnenkort demissionair raakt en Benschop te druk is met de verkiezingscampagne.

De Nederlandse verdeeldheid weerspiegelt zich ook in het kabinet. Terwijl PvdA-staatssecretaris Benschop zich een pleitbezorger toont van een ambitieuze Europese agenda, haalt VVD-minister Van Aartsen op gezette tijden zijn neus op over ,,verre perspectieven en politieke luchtkastelen'' in het Europa-debat. Vorige maand nog joeg Van Aartsen de euro-believers in de gordijnen door de betekenis van de conventie te relativeren. ,,Wij willen een conventie die met opties, gedachten en ideeën komt en een waaier aan mogelijkheden laat zien. Maar het is vervolgens aan de politiek (de staatshoofden en regeringsleiders) het echte werk te doen en de conclusies te trekken'', aldus de minister in het blad Europa van Morgen.

Dat stond niet alleen haaks op het advies van zijn eigen Adviesraad Internationale Vraagstukken (,,Opties aandragen leidt tot een operatie schijndemocratie''), het kwam hem ook in de eigen VVD-gelederen op kritiek te staan. ,,De conventie mag geen samenraapsel opleveren van allerlei ideeën en een nietje erdoor. Alleen als we met een klare lijn en een brede consensus komen, kunnen de regeringsleiders er niet omheen'', zegt VVD-Eerste-Kamerlid Wim van Eekelen, tevens plaatsvervangend lid van de conventie.